Oeso: het jaarrapport van 2008 over migratie

11 SEPTEMBER 2008 - In België werkt amper één op de twee migranten. Daarmee staat ons land op de voorlaatste plaats in de rangorde van de Oeso. Alleen Polen doet slechter. Dat schrijft de Oeso in zijn jaarverslag over migratie voor 2008. De werkloosheid van migranten is bovendien in België 2,5 keer zo hoog als die van autochtonen. De Oeso stelt verder vast dat migranten gemiddeld 8% minder verdienen dan autochtone arbeiders en eveneens dat de terugkeerprogramma's maar een heel beperkt succes hebben.

John De Wit

De Oeso bestaat uit 30 'westerse' landen met een vrije markt, een pluralistische democratie en respect voor de mensenrechten. Naast een aantal westerse landen zijn ook Polen, Tsjechië, Mexico lid.

Wat zijn de belangrijkste bevindingen?

* In 2006 kregen de 30 Oesolanden 4 miljoen nieuwe buitenlanders met een permanente verblijfsvergunning binnen, 5% meer dan in 2005. In verhouding was de stijging het sterkst (20%) in Portugal, Zweden, Ierland en Denemakeren, terwijl dalingen werden vastgesteld in Duitsland en Oostenrijk.

* Deze permanente migratie gebeurt om familiale redenen (44%), om te werken (14%) of om humanitaire redenen (12%). Bij de permanente migratie staan de familiale redenen helemaal bovenaan. Ze tekenen zelfs voor 70% in de VS en voor 60% in Frankrijk.

* Ongeveer 2,5 miljoen tijdelijke arbeiders, die in principe maar een jaar, mogen blijven kwamen de Oeso binnen. Dat zijn er drie keer zoveel als arbeiders met een permanente arbeidsvergunning.

* De immigranten vertegenwoordigen bijna 12% van de bevolking van de Oeso, dat is een stijging met 18% in vergelijking met 2000. In sommige landen steeg de migrantenbevolking spectaculair sinds 2000: in Ierland (+ 66%), in Finland (+40%).

Allochtonen in Antwerpse Seefhoek

* Een vierde van de nieuwkomers heeft een diploma hoger onderwijs, maar dat schommelt tussen 11% (Oostenrijk) en 38% (Canada).

Het tewerkstellingsbeleid

* De immigranten vertegenwoordigen een steeds groter deel van de werkende bevolking. Dat gaat van 3% in Finland tot 44% in Luxemburg.

Tussen 1996 en 2006 werden in de VS 15 miljoen nieuwe banen geschapen en daarvan ging liefst de helft naar immigranten.

Ze werken doorgaans in de bouw, de horeca, de gezondheidszorg en de sociale diensten.

* België scoort bijzonder slecht op het vlak van tewerkstelling van migranten. Amper de helft van de allochtonen (50%, maar 57% als je corrigeert voor opleiding) werkt en ons land laat alleen nog Polen achter zich. De Oeso geeft geen redenen op voor het slechte Belgische resultaat, maar het falende activeringsbeleid van werklozen vooral in Franstalig België, het racisme van het bedrijfsleven, de bijzonder hoge zwarte economie (meer dan 20%) en het feit dat vooral in Brussel een onderklasse zich dreigt te nestelen in de werkloosheid, zullen hieraan wel niet vreemd zijn.

Het klassement, dat de Oeso voor het eerst opmaakt, heeft wel slechts betrekking op 20 lidstaten. De Oeso voegt er onmiddellijk aan toe dat België wel vooruitgang boekt sinds 2001 - net als alle andere Oesolanden behalve Frankrijk, Nederland en Oostenrijk -, en dan vooral voor de vrouwen. Zwitserland scoort het best met 75% migranten aan het werk. Ook Zuid-Europa doet het goed, maar in Italië en Griekenland geldt dat vooral voor de mannen. In Noord-Europa slaagt men er dan weer vooral in om de vrouwen aan het werk te krijgen.

In ons land zijn migranten 2,5 keer zo vaak werkloos als autochtone arbeiders. Ons land staat daarmee op de vierde laatste plaats. In Zwitserland en Nederland is dat cijfer echter 2,9 en ook Oostenrijk doet het slechter dan België.

Maar in de VS en Hongarije is de werkloosheid bij migranten zelfs iets kleiner dan die van autochtonen en in Europa doet ook Griekenland het bijzonder goed

* Volgens de Oeso vinden immigranten nu makkelijker werk dan enkele jaren terug. In de landen buiten Europa vinden ze even snel werk als de autochtonen en ook in Europa is er een serieuze verbetering, behalve in Frankrijk en Nederland, waar het moeilijker werd.

* Opmerkelijk is wel dat de migranten over het algemeen 8% minder verdienen dan autochtonen met dezelfde opleiding. Alleen in Australië verdienen beide groepen evenveel. In de VS verdienen de migranten een vijfde minder, in Nederland 15% minder.

Maar het loonverschil migranten-autochtonen is over het algemeen - behalve in Nederland en de VS - de helft kleiner dan het verschil mannen-vrouwen (gemiddeld 14% voor de onderzochte 9 staten).

Migranten aan het werk

Opmerkelijk is verder dat het loonverschil veel groter is voor migranten van buiten de Oeso dan voor arbeiders die uit een ander Oesoland komen. En het loonverschil autochtonen-migranten wordt almaar kleiner naarmate de migranten langer in het land van aankomst wonen.

* De Oeso stelt vast dat de laaggeschoolde arbeiders-immigranten ook grote problemen hebben om zich te integreren en in de slechtste banen terechtkomen, die van de drie D's (dull, dangerous, dirty ).

Deze groep werkt vooral in de horeca, de schoonmaak- en de voedingssector en de bouw.

* Deze laaggeschoolden worden op twee manieren tewerkgesteld.

1. Tijdelijk (2,5 miljoen mensen in 2006), voor minder dan één jaar).

Daarbij rijst dan de vraag of ze wel zullen terugkeren na hun jaar en niet gewoon illegaal in het land blijven; een tweede vraag betreft mogelijke uitbuiting op de werkvloer.

2. Permanent.

De twee jongste decennia heeft men het bedrijfsleven de mogelijkheid geboden om ook buitenlanders aan te werven met arbeidsvergunningen die telkens hernieuwbaar zijn.

Dat gebeurt overal in de Oeso met zekere beperkingen: de banen moeten meestal eerst aan de lokale bevolking aangeboden worden; er is meestal een beperkte beroepenlijst; meestal zijn ook de aantallen beperkt.

De Oeso stelt dat de aanwerving van laaggeschoolden slechts efficiënt is onder een aantal voorwaarden: de aanwervingen kunnen pas na een regelmatige en grondige studie van de behoeften van de arbeidsmarkt; de aanwervingen moeten snel gaan en de procedure moet simpel zijn; men moet rekening houden met ieders behoeften; men moet zeker weten dat tijdelijke tewerkstelling uiteindelijk geen goede methode is om structurele arbeidstekorten op te vangen, ze werkt alleen voor seizoenarbeiders in de fruitpluk bv.

Het migrantenbeleid

* Welke tendensen ontwaart de Oeso bij het migrantenbeleid?

Het rapport vermeldt er twee: overal willen de regeringen de immigranten strenger selecteren, het aantal illegalen beperken en hooggekwalificeerden aantrekken.

Vooral op dit laatste vlak is er een waar opbod. Canada en Nieuw-Zeeland zijn begonnen, maar nu doen bijna alle andere staten het na, zelfs Polen en Tsjechië. Ook in België is minister van Migratie Annemie Turtelboom voor economische migratie.

Vervolgens leggen ze ook overal de rechten en plichten van de nieuwkomers vast, waarbij ze steeds meer integratietests en kennis van de landstaal eisen.

De Oeso is niet tegen regularisatie van illegalen, maar waarschuwt ervoor dat dit de problemen op de arbeidsmarkt niet oplost. Daarvoor zijn structurele maatregelen nodig.

Het terugkeerbeleid

De Oeso doet ook een aantal opmerkelijke vaststellingen over de terugkeer van de migranten.

Ongeveer twee op de vijf migranten keert binnen de vijf jaar terug naar zijn herkomstland.

Meestal gebeurt dit al binnen de drie jaar. De migranten aan het uiterste van het spectrum (de laagst- en de hoogst-geschoolden; de jongsten en de oudsten) keren het makkelijkst terug.

Migranten aan het werk in Hoogstraten

Hoe kleiner het verschil in economische ontwikkelling tussen het herkomst- en het aankomstland, hoe meer terugkeer. Migranten uit de Oeso zelf keren twee keer zo veel terug als migranten van buiten de Oeso.

Waarom keren ze terug? Omdat ze geen werk vonden, uit heimwee, omdat ze voldoende gespaard hebben of omdat ze in hun herkomstland werk op het oog hebben.

De Oeso stelt nog vast dat de overheidsprogramma's, die vrijwillige terugkeer stimuleren en financieren, maar een beperkt succes hebben. De politieke, economische en sociale situatie in het herkomstland zijn veel belangrijker.

Wat zegt het rapport nog over België?

In 2006 kwamen 83.000 buitenlanders naar België, 8% meer dan in 2005. Het was de sterkste toename van het aantal migranten sinds 20 jaar.

Bijna een vijfde waren Fransen en Nederlanders samen, maar ook de Polen deden het met 6.500 burgers erg goed (een stijging van 40% in vergelijking met 2005).

België leverde 12.000 tijdelijke werkvergunningen aan loontrekkende buitenlanders af. Dat is dubbel zoveel als in 2005. 63% ging naar EU-burgers en in deze groep tekenden de Polen voor 90%! Een groot deel ging naar knelpuntberoepen. Het gros van de stijging van het aantal tijdelijke werkvergunningen ging naar Polen in de Vlaamse land- en tuinbouw.

Daarnaast kregen ook 7.000 hooggeschoolden een tijdelijke werkvergunning. De helft van deze groep zijn Indiërs, Japanners en Amerikanen.

MEER OVER John De Wit