Hoe evolueren illegalen na hun regularisatie?

Hoe evolueren illegalen na hun regularisatie?

Hoe evolueren illegalen na hun regularisatie?

Print
2 AUGUSTUS 2008 - Geregulariseerde illegalen vinden moeilijk werk. Liefst 83% van de illegalen die in januari 2008 vijftig dagen lang een hongerstaking organiseerden in een gebouw van de Franstalige Gemeenschap, komt voor geen enkele vorm van verblijf of werk in België in aanmerking. Uiteindelijk werden tot nu toe slechts 5 van hen geregulariseerd, slechts 2 kregen een werkvergunning. En nog maar 50% van de geregulariseerden van 2000 heeft vijf jaar later werk gevonden. Dat blijkt uit cijfers van minister van Migratie Annemie Turtelboom (Open Vld).

Turtelboom stelde vrijdag cijfers ter beschikking over de stand van zaken van de 162 hongerstakers die begin dit jaar vijftig dagen lang een gebouw van de Franstalige Gemeenschap aan de Koningsstraat bezetten. Hun actie eindigde op 19 februari. Turtelboom wilde weten wat er van deze mensen geworden is.

Uit die gegevens blijkt dat 54% van die hongerstakers nooit enig verzoek bij de overheid heeft ingediend, noch voor politiek asiel, noch voor regularisatie, noch om te werken. Slechts 2 van deze hongerstakers kregen achteraf een werkvergunning, slechts 5 werden geregulariseerd.

Het beeld dat wordt opgehangen van een veralgemeende regularisatie van "asielzoekers" is dus onjuist. De meeste hongerstakers zijn geen asielzoekers en ze worden achteraf ook niet geregulariseerd. Ze vinden ook heel moeilijk werk, zo blijkt uit de cijfers van Turtelboom.

Haar collega, minister van Gelijke Kansen, Marie Arena (PS), vroeg aan het Centrum voor Gelijkheid van kansen en Racismebestrijding (CGKR) om een onderzoek te doen naar wat is geworden van de geregulariseerden van 2000. Toen vond een collectieve regularisatie plaats, waar in totaal ruim 50.600 mensen zonder papieren van konden genieten. Arena wilde weten of deze mensen ondertussen geïntegreerd zijn, of ze werk hebben en een bijdrage leveren aan de samenleving. Het CGKR liet het materiële onderzoek uitvoeren door Vincent Corluy van het Centrum voor Sociaal Beleid (Universiteit Antwerpen) en Marie Godin van de Groupe d'études sur l'ethnicité, le racisme, les migrations et l'exclusion (ULB). Omdat het CGKR de initiatiefnemer is zullen we in de rest van dit artikel verwijzen naar het Centrum. De resultaten van dit onderzoek zijn evenmin bemoedigend.


Illegalen bezetten stellingen Begijnhofkerk

Het Centrum vroeg 582 van de ruim 50.600 geregulariseerde illegalen om mee te werken aan de studie, maar slechts 116 deden dat effectief.

Achtenzestig procent van deze 116 illegalen werkt momenteel, 14% leeft van de dop, 9% van OCMW-steun en nog eens 10% zit gewoon thuis, al dan niet met werk.

Het Centrum voegt hier aan toe dat periodes van werk vaak afwisselen (of soms ook samenvallen) met periodes van OCMW-steun of dop. Er is dus niet één traject dat de illegalen na hun regularisatie doorlopen, er zijn er meerdere en er is wisselend succes. De studie waarschuwt voor veralgemening van deze onderzoeksresultaten naar de situatie van de huidige illegalen. "Het is uitermate onzeker in welke mate deze resultaten extrapoleerbaar zijn naar de mensen die nu tijdelijk geregulariseerd zijn", zo heet het. De vreemdelingenwet en vooral dan de asielprocedure is ondertussen immers grondig veranderd.

Het Centrum ging tegelijkertijd ook de gegevens van de aanvankelijke 582 mensen opzoeken in de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid. Het vond de data terug voor 577 mensen.

En dat gaf een heel ander profiel.

Op 31 december 2005 (vijf jaar na de regularisatie dus) werkte 50,8% van de geregulariseerden, 13,9% trok dop, 19,6% kreeg OCMW-steun.

Het Centrum verklaart de verschillen tussen beide resultaten door de andere tijdsperiode (een verschil van iets meer dan een jaar), door andere klassificatiemethoden en ook omdat het Centrum àlle vormen van werk als "werk" definieerde, ook het zwart werk, terwijl de Sociale Zekerheid alleen naar het officiële arbeidsstatuut keek. In een later persbericht noemt het Centrum voor Sociaal Beleid de cijfers van de RSZ "accurater".

Wat blijkt nog uit de steekproef van de 116?

* Minstens de helft van de groep was al tussen de 12 en de 16 jaar in België, voor het grootste deel van die periode illegaal.

* Bij aankomst in België was de meerderheid tussen de 18 en de 30 jaar. 33,9% is vrouw. Volgens de studie "zijn er bepaalde elementen die doen vermoeden dat het hier wellicht om een representatieve genderverdeling (in vergelijking met alle geregulariseerden van 2000, nvdr) gaat".

* 43% was bij aankomst in ons land gehuwd, maar op het moment van het interview was dat aantal opgelopen tot 67%. Liefst een derde van de ondervraagden had hoger onderwijs genoten.

* De meeste geregulariseerden zeggen dat ze België als bestemmingsland kozen omdat ze hier al mensen kenden én vertrouwden.


Illegalen bezetten kranen in Brussel

* Eén op de drie heeft nooit enige aanvraag tot regularisatie of tot politiek asiel gedaan voor de collectieve regularisatie van 2000.

* De illegalen die voor hun regularisatie in bouw en landbouw werkten, gaan na hun regularisatie naar de industrie. Ze stappen wellicht over van zwart naar wit werk. Maar wie in de horeca of de schoonmaak werkte, werkt daar nu nog. Dat lijkt niet onlogisch omdat het CGKR ook zwart werk als werk aanrekent. De universitairen werken bijna allemaal zwaar onder hun niveau: ze werken als fabrieksarbeider, poetshulp, vrachtwagenchauffeur.

* Wie in Luik geregulariseerd is, blijft veel meer op het OCMW dan wie in Vlaanderen geregulariseerd werd. Volgens de RSZ-cijfers leeft 49% van de Luikse geregulariseerden na vijf jaar nog altijd van een uitkering, voor de Antwerpse geregulariseerden is dit "maar" 24%.

* Zodra de illegalen geregulariseerd zijn doen ze aan gezinshereniging, meestal met hun kinderen, maar ook met ouders en grootouders. De 116 mensen uit de steekproef hadden op het moment van het onderzoek al 64 kinderen, 30 echtgenoten en 14 ouders laten overkomen.

27 (23%) van de groep van 116 liet nog andere mensen overkomen, wellicht illegaal. Eén op de vijf geregulariseerden zegt in zijn familie op het moment van het onderzoek nog illegalen te hebben.

Kortom: op het moment van het onderzoek was de steekproef van de 116 geregulariseerden al minstens met een even grote groep buitenlanders aangevuld.

De studie ging niet na of deze nieuwe mensen op het moment van de interviews werkten, van eigen middelen leefden of steun trokken. Dat is in zo'n onderzoek toch wel essentieel.

* Na de regularisatie verbetert de huisvesting van de illegalen: 53% verandert van woning.

Slechts 18% verblijft evenwel in een sociale woning. In Vlaanderen ligt dat percentage met 26,3% liefst drie keer zo hoog als in Wallonië (9%). Volgens de onderzoekers heeft de helft van de 116 geregulariseerden recht op een sociale woning.

Maar ongeveer een vierde van de geregulariseerden heeft ondertussen een woning gekocht, van wie de helft in Vlaanderen. De huisvestingssituatie van de geregulariseerden verbetert dus vooral in Vlaanderen.

* De meeste geregulariseerden (64,6%) zijn ondertussen Belg geworden.

* Alle ondervraagden zeggen dat de regularisatie hun levensstandaard en hun welbevinden heeft verbeterd. "De regularisatie van 2000 bracht rust in menig ontwricht leven", zo schrijven de onderzoekers.

Bedenkingen

1. Men kan zich ernstige vragen stellen bij de methodologie van deze studie, die in opdracht van het CGKR werd uitgevoerd.

De onderzoekers verstuurden de vragenlijsten niet zelf. Dat moest - in opdracht van de privacycommissie - door het Rijksregister gebeuren. De privacycommissie wilde immers niet dat de privacy van de geregulariseerden geschonden werd. Geregulariseerden die wilden mee doen aan het onderzoek, moesten dan op eigen kosten (telefoon, gsm) contact nemen met de onderzoekers. Dat leidt uiteraard tot een vertekening van de steekproef. De extremistische standpunten van de privacycommissie zijn hier eens te meer een serieuze rem op ernstig sociaalwetenschappelijk onderzoek.

Bovendien was de brief in drie talen opgesteld (Nederlands, Frans en Engels). Ook dat leidde vermoedelijk tot een vertekening van de steekproef in de richting van de beter geïntegreerden, want misschien deden veel mensen wel niet mee omdat ze de brief niet verstonden. Daar komt nog bij dat de onderzoekers hun resultaten gewoon baseren op wat de geregulariseerde illegalen hun vertellen. Het was - op de data van de Sociale Zekerheid na - blijkbaar niet mogelijk om die verklaringen ook te verifiëren.

De onderzoekers stellen overigens zelf vast dat de West-Vlamingen en de Antwerpenaars oververtegenwoordigd zijn in hun steekproef.

Ze stellen zelf vast dat een gemiddeld regularisatiedossier uit 2000 betrekking had op 1,55 personen, terwijl het in hun steekproef om 2,14 personen per gezin ging, veel meer dus.

Maar vooral: de onderzoekers geven toe dat ze niet weten waarom iemand (niet) heeft deelgenomen aan het onderzoek. En als je de redenen niet kent, kan je ook niet weten of je steeksproef representatief is of niet, want een kan een structurele uitval van respondenten zijn.

Het Centrum geeft zelf toe toe dat zijn steekproef erg klein is, maar blijft toch tegenstrijdig over de representativiteit. "Er werd niet gestreefd naar een steekproef die een proportionele afspiegeling van de populatie geregulariseerden benadert", heet het op pagina 137. Maar het heet op dezelfde pagina ook dat "onze steekproef qua profiel vrij representatief lijkt voor de mensen die in 2000 werden geregulariseerd". Waaruit dit laatste moet blijken is volledig onduidelijk.

Het is duidelijk dat de steekproef onrepresentatief is en de wetenschappelijke waarde van het onderzoek van het Centrum gering.

2. Het is onbegrijpelijk dat een overheidsdienst zoals het CGKR, dat nota bene verantwoordelijk is voor de coördinatie van de strijd tegen de mensenhandel, zwart werk meerekent als "werk" en impliciet suggereert dat dit een meerwaarde voor de samenleving kan zijn, terwijl het alleen maar een maatschappelijke kost voor de sociale zekerheid is én tegelijkertijd de legale lonen onder druk zet.


Het onderzoek toont dit alvast niet aan

3. Er is dan ook geen enkele reden om te juichen na dit onderzoek. Het CGKR is terzake niet consequent. In het verleden slaakte het - terecht - een alarmkreet omdat een derde van de actieve allochtonen in de grote steden geen werk vond. CGKR-directeur Jozef Dewitte gewaagde - terecht - van een "tikkende tijdbom" en wees - terecht - op het racisme van het bedrijfsleven. Het is nu dan wel merkwaardig dat deze studie - in opdracht van het CGKR - suggereert dat de collectieve regularisatie een "maatschappelijk succes" is. Volgens de sociale zekerheid werkt na vijf jaar nog altijd maar de helft, en volgens de steekproef van het Centrum zelf ook maar 68%. De geregulariseerden brengen het zelfs in de vertekende steekproef van het Centrum nog altijd maar even ver als de gewone allochtonen in de grote steden op het vlak van tewerkstelling. Dat blijft dus "heel verontrustend", om het met het CGKR te zeggen. Als deze studie iets aantoont, dan is het wel dat regularisatie van illegalen voor de samenleving geen goede zaak is.

Lees ook:

Marion van San brengt Belgische illegalen in kaart


Nu in het nieuws