Ministerraad keurt nieuw sociaal strafrecht goed

Ministerraad keurt nieuw sociaal strafrecht goed

Ministerraad keurt nieuw sociaal strafrecht goed

Print
24 JULI 2008 - De ministerraad keurde dinsdag een nieuw ontwerp op het sociaal strafrecht goed. Het gaat om één volledig nieuw wetboek voor het sociaal strafrecht. Vereenvoudiging, meer eenvormigheid, meer afstemming op het gewone strafrecht, minder celstraffen en meer administratieve boetes worden de nieuwe regels. Het gaat eigenlijk om een ontwerp dat al in 2007 door justitieminister Laurette Onkelinx (PS) bij de Kamer was ingediend, maar nooit werd goedgekeurd. Onkelinx' opvolger Jo Vandeurzen (CD&V, foto) heeft het ontwerp van 711 pagina's met 47 pagina's amendementen bijgespijkerd.

Het sociaal strafrecht is een verzamelnaam voor een chaotisch samenraapsel van strafbare feiten uit het arbeidsrecht (zwartwerk, illegalen tewerkstellen, kinderarbeid, de rusttijden niet respecteren, geen ondernemingsraad oprichten e.d.) en uit het sociale zekerheidsrecht (fraude bij dopgeld of bij steun die je trekt). Het sociaal strafrecht is geregeld door honderden wetten met allemaal afwijkende bepalingen. Een rommeltje.

Jaarlijks worden zo'n 15.000 overtredingen vastgesteld door de bevoegde inspecties. De meeste inbreuken (42,6%) gaan over sociale documenten (een werknemer niet inschrijven in het personeelsregister bv.). Daarna volgen inbreuken op de wetten op de deeltijdse arbeid (12,1%) en die op de tewerkstelling van vreemdelingen (11,6%).

Wat zijn de belangrijkste problemen?

* Er zijn te veel verschillende straffen. Meer dan tachtig wetten uit het sociaal strafrecht bevatten straffen. In totaal telde de Commissie die het nieuwe wetboek opstelde, liefst 16 verschillende gevangenisstraffen (tussen 8 dagen en 5 jaar) en 40 verschillende geldboetes. Daarnaast waren er nog eens 15 verschillende administratieve boetes.

Eenzelfde gedrag (een vereist document niet afgeven of een bijdrage niet betalen) kan met heel verschillende sancties worden gestraft al naar gelang de toepasselijke wet.

De oorzaak? Het parlement neemt op het einde van een wet vaak strafbepalingen op "voor alle overtredingen uit deze wet" en zelfs "voor alle overtredingen op de uitvoeringsbesluiten", die de regering daarna nog moet maken. Dit gebrek aan specificatie leidde tot een wirwar van vage omschrijvingen van de misdrijven, iets wat overigens indruist tegen de rechten van de mens.

Dit wordt nog vergroot door de Collectieve Arbeidsovereenkomsten met strafbepalingen (zo'n duizend CAO's per jaar met duizenden strafbepalingen) én door het feit dat ook de Gewesten en Gemeenschappen bepaalde normen verschillend kunnen wijzigen al naar gelang de plaats waar de onderneming is gevestigd.

* De straffen zijn momenteel dezelfde voor wie het misdrijf pleegt uit nonchalance of onwetenheid en voor wie dat opzettelijk of bedrieglijk doet. Dat kan natuurlijk niet.

* Het sociale strafrecht wijkt te veel af van het gewone strafrecht op het vlak van verzachtende omstandigheden, medeplichtigheid, verjaring en recidive.

Wat staat in het nieuwe ontwerp-wetboek?

De regering pakt dat nu aan. Versimpeling, eenmaking van de meeste systemen, minder straffen en vooral minder celstraffen en meer administratieve boetes, zijn de krachtlijnen van het ontwerp.

Vooreerst: wat verandert er niet? De regering gaat niet in op het voorstel van haar commissie om bijna alle strafbepalingen voor het niet-naleven van CAO's te schrappen. De voorbereidende Commissie had geconstateerd dat slechts 2,6% van alle vastgestelde inbreuken CAO's betreffen. Ze vond dat de meeste hiervan gewoon burgerlijk (zelfs zonder administratieve boete) konden worden afgehandeld, omdat dit nu ook al in de praktijk zo is. En ook omdat de meeste echt belangrijke bepalingen uit CAO's (bv. al wat verband houdt met het loon van werknemers: indexering, schaal, eindejaarspremie) sowieso strafrechtelijk wordt beschermd.

De regering volgt deze visie niet. Dat er nu weinig processen-verbaal worden opgesteld, betekent niet dat de strafbaarheid overbodig is, zo stelt ze. Ze denkt dat het geringe aantal pv's precies te verklaren is omdàt bepaalde overtredingen strafbaar zijn en de straf een stok achter de deur blijft. Ze zegt ook dat ze de autonomie van de sociale partners wil respecteren en zij zijn - volgens de regering - wel gewonnen voor strafbaarstelling.

Daarom komt er een overgangstermijn van twee jaar na de inwerkingtreding van het nieuwe sociale wetboek. In die tijd zal de regering met alle betrokkenen onderhandelen over een oplossing. Als die er niet komt, dan blijven de bestaande strafsancties voor het niet-naleven van CAO-bepalingen behouden, maar het worden wel sancties van het laagste niveau. Alleen administratieve boetes dus.


Een illegaal naaiatelier in Zwijndrecht

Wat verandert er dan wel?

* Een aantal kleinere misdrijven wordt uit het strafrecht gehaald. Verdwijnen helemaal als misdrijf: niet-toegestane inhoudingen doen op het kindergeld of de geboortepremie; een baan koppelen aan de verplichting om aandelen bij het bedrijf te kopen; de werknemer geen afschrift van het arbeidsreglement afgeven.

* Er komt nu één en dezelfde straf voor hetzelfde feit. En tegelijkertijd komt er een hiërarchie in de bestraffing. In de toekomst zullen er vier categorieën van misdrijven zijn met vier soorten straffen, al naar gelang de ernst van het feit. Dat lijkt de logica zelve, maar in het sociaal strafrecht is die logica momenteel zoek.

De ernst, op grond waarvan de vier categorieën worden samengesteld, wordt bepaald op basis van het belang dat geschaad wordt. In het sociaal zekerheidsrecht is relatief makkelijk een hiërarchie op te stellen: eerst komen de belangen van de sociaal verzekerden (bv. een werkgever die zijn werknemers treft in hun loon), dan die van de staat (dopfraude), tenslotte die van het privéleven van de sociaalverzekerden (ten onrechte in de Kruispuntbank van de sociale zekerheid iemands data opzoeken bv.).

Voor het arbeidsrecht is het wat moeilijker om zo'n hiërarchie op te stellen, maar hier komt toch de persoon van de werknemer vooraan. Het gaat dan om misdrijven als discriminatie, pesten op het werk e.d. Daarna volgen overtredingen van de arbeidsduur en de arbeidsvoorwaarden.

* De administratieve boete wordt de regel, ze wordt voor alle misdrijven mogelijk, ook voor fraude in de sociale zekerheid. Voor de kleinste misdrijven (niveau 1) wordt ze zelfs de enige sanctie. Hierop staan straffen van 10 tot 100 euro (te vermenigvuldigen met opdecimes én eventueel met het aantal betrokken personen).

* De gevangenisstraf (van 6 maanden tot 3 jaar) wordt alleen nog mogelijk voor de zwaarste feiten en niet meer voor bijna alles, zoals nu nog het geval is. De minimale celstraf ligt vrij hoog omdat straffen onder de zes maanden toch niet worden uitgevoerd. De maximale celstraf verlaagt van 5 naar 3 jaar en daardoor wordt een verschil gecreëerd met het gewone strafrecht, waar het maximum vijf jaar is.

De cel zal in de toekomst bv. nog kunnen voor: kinderarbeid, pesten op het werk, overtredingen op de regels van gezondheid op het werk als die tot een arbeidsongeval hebben geleid, illegalen of werklozen of steuntrekkers tewerkstellen, geen personeelsregister bijhouden, toezicht verhinderen, fraude met sociale identiteitskaarten, schriftvervalsing om dopgeld te bekomen.


Stempelfraude kan tot celstraf leiden

Terzake wijzigde Jo Vandeurzen een en ander aan het ontwerp van zijn voorgangster. In Onkelinx' visie kon sociale fraude slechts met een geldboete worden bestraft. Verkoop van valse C4's, opmaken van valse sociale identiteitskaarten, sociale uitkeringsfraude... zouden dus enkel met een strafrechtelijke boete van 100 tot 1.000 euro kunnen worden bestraft en niet meer met gevangenisstraf (zoals overigens nu nog steeds het geval is, nvdr). Vandeurzen veranderde dit opnieuw, zodat de sociale fraude harder wordt aangepakt dan Onkelinx had gewild, maar de celstraf voor bv. het opstellen van een foute of onvolledige verklaring om een uitkering te krijgen blijft gewoon drie jaar.

* Voor de tussencategorieën worden lichtere administratieve boetes gecombineerd met zwaardere strafrechtelijke boetes.

* De straffen worden zwaarder als de feiten met bedrieglijk opzet zijn gepleegd.

* De aparte verjaringsregimes worden afgeschaft. Verjaring zal volledig geregeld worden zoals in het gewone strafrecht, waar wanbedrijven verjaren na vijf jaar.

* Alle boetes krijgen opdecimes, ook de administratieve. Dat is een absolute nieuwigheid. De regering zegt dat zo de verhouding tussen strafrechtelijke en administratieve geldboetes beter op elkaar afgestemd kan blijven als de opdecimes wijzigen. Alle boetes worden in de toekomst dus (voorlopig) vermenigvuldigd met 5,5. Ook hierdoor komt er een verschil met het gewone strafrecht (op het vlak van de administratieve boetes). Maar het is tevens een vereenvoudiging, want in sommige sociale wetten had je opdecimes van 2,5, in andere geen opdecimes, in andere 5,5.

* Boetes worden in het sociaal strafrecht bovendien momenteel in een beperkt aantal gevallen nog eens vermenigvuldigd met het aantal betrokkenen. De boete voor iemand die illegalen tewerkstelt wordt extra vermenigvuldigd met het aantal illegalen. Maar aan die vermenigvuldiging is een grens. De regeling is momenteel heel ingewikkeld en verschilt van misdrijf tot misdrijf.

Er komt in de toekomst één vast plafond: het vermenigvuldigde bedrag mag nooit meer dan 100 keer de maximumboete bedragen. De absolute maximumboete wordt dan (bij een eerste overtreding) 3,3 miljoen euro.

* Ook de wettelijke herhaling wordt versimpeld. "Recidivist" wordt iemand die binnen het jaar na een veroordeling voor dit soort feiten opnieuw zulke feiten pleegt. Zijn straf kan tot het dubbele van het maximum bedragen.

* Medeplichtigheid aan dit soort sociale fraude wordt ook strafbaar.

* Ook de verzachtende omstandigheden worden eenvormig gemaakt. Nu is dat één ratjetoe. In tegenstelling tot het gewone strafrecht kunnen de verzachtende omstandigheden niet tot een superlage boete leiden, maar slechts tot 40% in bepaalde gevallen en tot 80% van de gewone boete in andere gevallen (bv. bij onwettige tewerkstelling van buitenlanders).

Het ontwerp-Onkelinx legde één grens van 40% op in alle gevallen (ook bij recidive), maar Jo Vandeurzen biedt de mogelijkheid om daar onder te gaan in sociaal verantwoorde gevallen.


Laurette Onkelinx

(De vraag rijst enerzijds waarom men het systeem dan niet ineens volledig heeft gelijkgeschakeld met dat van het gewone strafrecht. De vraag rijst anderzijds of dit vanuit de de strijd tegen de mensenhandel en de economische uitbuiting bekeken zo'n goede zaak is, nvdr).

* Er komen nieuwe straffen zoals een exploitatieverbod: wie onwettig buitenlanders tewerkstelt zal tussen 1 maand en 3 jaar geen inkomsten meer mogen halen uit deze activiteit. Hij zal dus geen bedrijf meer mogen uitbaten of er als werknemer werken.

Een tijdelijke bedrijfssluiting kan dan weer bij bedrijven die inbreuken op het sociaal strafrecht hebben gepleegd: restaurants of dancings die personeel in het zwart tewerkstellen bv.

Deze sancties zijn bedoeld voor de hopeloze gevallen en zijn altijd facultatief. De rechter moet duidelijk maken dat het probleem niet met de gewone boetes of celstraffen kan worden opgelost.

Onder dezelfde voorwaarden kunnen adviseurs en sociale secretariaten die aan de fraude meewerkten een beroepsverbod tot drie jaar krijgen.

* De arbeidsauditeurs en de arbeidsinspectie worden bevoegd voor alle gevallen van sociale zekerheidsfraude. Nu is vaak alleen het parket bevoegd (bv. bij fraude inzake pensioenen en inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering). De auditeurs en de sociale inspecteurs kennen deze wetgeving echter beter en zij moeten daarom ook bevoegd worden.

* Verdacht krijgen meer rechten, vooral dan in de administratieve procedures. Ook hier wordt de wet-Franchimont van toepassing.

Justitie stelde immers vast dat de arbeidsinspectie slechts voor 25% van de vastgestelde overtredingen een proces-verbaal opmaakt. Meer dan 50% van de dossiers wordt geregulariseerd. De meeste zaken worden dus administratief afgehandeld, maar de rechtspositie in die fase is gebrekkig geregeld. Daaraan veranderen nu vier dingen:

1. Iedere persoon die in een administratieve context wordt verhoord door een inspectiedienst, krijgt dezelfde rechten als iemand die in een strafrechtelijke context wordt verhoord: recht om te zwijgen, recht op een kopie van het verhoor e.d.

2. Als een inspectiedienst een dwangmaatregel neemt (bv. een bedrijf sluit omdat de veiligheid van de werknemers in gevaar is of een harde schijf van een computer in beslag neemt) bij een zuiver administratieve controle, dan zal hiertegen een gerechtelijk beroep mogelijk zijn. Nu is dat nog niet: er is geen beroep mogelijk hoewel de inbreuk op de strafwet is vastgesteld, zonder dat daarom noodzakelijk een proces-verbaal wordt opgesteld.

3. Niet meer de politierechter, maar de onderzoeksrechter zal toestemming moeten geven aan de sociale inspecteurs om in bewoonde panden binnen te dringen voor een administratieve controle. De onderzoeksrechter krijgt hiermee voor het eerst een bevoegdheid die volledig buiten het strafrecht valt.

4. Het parket en de onderzoeksrechter zullen de inspectiediensten kunnen bevelen om onderzoeksdaden uit te voeren in hun strafrechtelijke onderzoeken. Nu kan dat niet en is er dus geen sturing van de inspectiediensten door de parketten.


MEEST RECENT