Centrum Racismebestrijding: Jaarverslag 2007

27 JUNI 2008 - In 2007 kreeg het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) 2.917 klachten over discriminatie binnen. Dat zijn er 77% meer dan in 2006. Dat staat in het jaarverslag van 2007 dat donderdag werd voorgesteld door directeur Jozef De Witte (foto). Daaruit blijkt dat het aantal haatmails tegen moslims is verdrievoudigd. Het CGKR pleit in dit verslag ook voor duidelijke criteria op grond waarvan een verhuurder een kandidaat-huurder zeker niet mag weigeren. Het CGKR wil voorts dat oude overheidsgebouwen geleidelijk toegankelijk worden gemaakt voor gehandicapten.

John De Wit

De stijging van het aantal meldingen over discriminatie wil voor het CGKR niet zeggen dat het racisme ook toeneemt. Het Centrum wijt die stijging vooral aan toegenomen bekendheid en aan enkele opmerkelijke campagnes.

Liefst voor 815 (28%) klachten was het CGKR onbevoegd. Twee procent van alle klachten leidde tot een gerechtelijke procedure, maar het CGKR maakt niet bekend welke zaken dat zijn, noch wat het resultaat hiervan was.

De top drie van de discriminatiegronden is in 2007 gewijzigd. Bovenaan prijken nog steeds de klachten voor discriminatie op grond van zogenaamd ras, ethnische afkomst, huidskleur en nationaliteit (1.145 dossiers, of 39%), voor die van gehandicapten (331 dossiers of 11%). Maar op de derde plaats staan niet meer de homo's, maar wel de discriminatie op grond van geloof, 169 dossiers of 5,8%).

Racisme

In de sector racisme stegen vooral de haatmeldingen op het internet, die bijna verdrievoudigden (van 140 in 2006 naar 330 in 2007). Ze tekenen nu voor 27% van alle racismeklachten. Het gaat vooral om haatoproepen tegen moslims via kettingmails, vaak met een internationaal karakter, maar vertaald naar het Nederlands of het Frans.

"Moslims worden daarbij stelselmatig geassocieerd met terrorisme of geweld, de islamofobie neemt toe", stelt het CGKR.

Allochtonen aan het werk

Vervolgens komen de klachten over samenlevingsproblemen (15% van de racismeklachten) en die over de tewerkstelling (13%). Opvallend bij deze laatste groep is dat nu bijna de helft (42%) gaat over conflicten op de werkvloer, pesterijen op het werk, zeg maar. Terwijl in 2006 nog 38% van de klachten over discriminatie bij aanwerving ging. Voor het CGKR wordt het steeds meer een uitdaging voor werkgevers met diversiteit op de werkvloer om te gaan.

Vanwaar komen die klachten? Bij 32% is dat niet geweten omdat ze via het internet worden ingediend. Dan volgen Brussel (27%) en Antwerpen (12%).

Tegen wie is de racismeklacht gericht? In een op de vijf gevallen tegen een bekende, soms uit de onmiddellijke omgeving. Bij één op de tien meldingen gaat het om een vereniging, groep of bedrijf.

Het CGKR stelt vast dat amper 38% van de racismedossiers echt onder de antiracisme- of antidiscriminatiewet vallen. Er waren slechts 41 haatmisdrijven (op 700.000 criminele feiten bij de parketten).

Er waren nog 66 meldingen van haat tegen joden, maar daar was geen enkele geweldpleging meer bij.

Niet-raciale discriminatie

De niet-raciale discriminatie tekent voor 1.234 meldingen.

Daarvan komt 27% van gehandicapten, een stijging met drie vierde in vergelijking met 2006. Van alle klachten (raciale en niet-raciale samen) vertegenwoordigen de gehandicapten echter slechts 11%

Het gaat dan om een blind meisje dat geen notenleer mag volgen, een assistentiehond die niet in een taxi mag, een chronisch zieke aan wie een verzekering wordt geweigerd, een dove die niet kan deelnemen aan een examen voor de overheid.

Het CGKR verklaart die stijging van klachten van gehandicapten vooral door de verandering van het begrip "gehandicapte": ook de chronisch zieken (diabetespatienten, HIV, epilepsie: deze nieuwe groep tekent voor 18,6% van de meldingen van gehandicapten) worden nu als gehandicapte aanzien.

Luc Willems test toegankelijkheid gebouwen

Omdat een derde van de Belgen minder mobiel is deed het Centrum een studie over de toegankelijkheid van gebouwen. Volgens de antidiscriminatiewet moeten openbare gebouwen toegankelijk gemaakt worden voor gehandicapten. Volgens het CGKR is dit aspect van de antidiscriminatiewet te weinig bekend en gaat de wet uitsluitend over nieuwe gebouwen. Bovendien vallen vele gebouwen onder de gewesten.

Het CGKR wil van alles veranderen:

* Ook bestaande gebouwen, waarin een openbare dienst is gevestigd, moeten geleidelijk toegankelijk worden gemaakt. Daarvoor moeten eerst al de gebouwen met een openbare dienst gescreend worden. Vervolgens moeten vooral de gemeenten veel geld vrijmaken om ze toegankelijk te maken.

* Aanbestedingen voor gebouwen die niet toegankelijk zijn voor gehandicapten, moeten geweigerd worden.

* In de opleiding voor architecten moet "toegankelijkheid" een verplicht vak worden.

* De wet op de brandveiligheid moet herzien worden, want nu bevat die geen enkele bijzondere bescherming voor gehandicapten.

* De controleambtenaren moeten beter worden opgeleid, zodat ze de wettelijke bepalingen correct kunnen toepassen.

De derde groep betreft discriminatie op grond van geloof. Het gaat hier om 168 meldingen of 5,8% van de totale groep klachten, raciaal en niet-raciaal samen. Het gaat hier om moslims. Het CGKR zegt hier verder weinig over.

Des te meer over de groep die vorig jaar op de derde plaats stond, de klachten voor discriminatie op grond van seksuele voorkeur. Het gaat om 135 meldingen, 11% van de niet-raciale klachten en 5% van raciale en niet-raciale klachten samen. Ook hier steeg het aantal meldingen met 22%. Drie vierde komt van mannen.

In 36 van de 135 klachten gaat het om burenruzies en pestgedrag, acht keer werden strafbare feiten (zoals slagen en vandalisme) gepleegd en vijf keer werd door de betrokkenen klacht ingediend bij het parket.

In 33 andere meldingen gaat het om klachten over het huren van een woning.

Betogende homo's

Het CGKR vindt in deze sector 30 van de 135 klachten gewoon ongegrond. In 15 van deze 30 gevallen was voor het CGKR de vrijheid van meningsuiting belangrijker dan de uitlatingen tegen homo's. Bovendien vielen 21 gevallen volgens het CGKR niet onder de antidiscriminatiewet en in 24 gevallen stopte de klager zelf met zijn klacht.

Het CGKR liet in 2007 een studie over discriminatie van homo's op de werkvloer doen. De Gentse professor John Vincke (Universiteit Gent) voerde ze uit bij 2.497 homo's, maar ze stelt weinig voor, want ze is niet representatief: 75% van de holebi's uit de steekproef heeft een diploma hoger onderwijs en dat kan in werkelijkheid niet zo zijn!

Een overzicht van de bevindingen:

*30% van de homo's zegt dat zijn seksuele voorkeur de keuze van zijn job beïnvloedt. Bij 28% geldt dat voor de keuze van het bedrijf waar hij gaat werken en 8% overweegt om een eigen bedrijf te starten omdat hij homo is.

* Meer dan een op de twee holebi's verzwijgt de seksuele voorkeur in de beginperiode van zijn werk. Vooral Franstaligen, vrouwen en hoger opgeleiden zwijgen.

* 12% van de homo's ervaart uitdrukkelijke homofobie (beledigingen) op zijn werk. Franstaligen, werknemers in grote bedrijven, mensen met een lager diploma en werknemers boven de 45 jaar scoren hier hoger en dus is hun situatie slechter. Liefst 7,6% van de Vlaamse holebi's rapporteert fysiek en seksueel geweld op het werk.

* Ongeveer een vijfde van de Vlaamse holebi-leraars komt op school niet uit voor zijn geaardheid. Een derde van de federale ambtenaren zegt dat het moeilijk is om er als homo voor uit te komen op het werk, slechts 10% van de federale ambtenaren vindt van niet.

* 12% van de holebi's zegt promotie gemist te hebben wegens zijn seksuele geaardheid.

Welke verdere beleidsvoorstellen?

Naast de reeds genoemde voorstellen, zijn er nog twee opvallende:

* Het CGKR wil een ondubbelzinnige, objectieve en heldere wet die bepaalt op welke criteria iemand een huurder mag weigeren en welke documenten een verhuurder van een kandidaat-huurder mag vragen om hem te weigeren. De verhuurders mogen volgens het CGKR alvast geen bewijs van goed zedelijk gedrag of een medisch dossier eisen. Vervangingsinkomens moeten als een bron van inkomsten worden gezien, men mag geen leefloners zomaar weigeren.

* Het CGKR wil dat het Actieplan tegen Racisme van de Verenigde Naties dat in 2001 in Durban werd goedgekeurd zo snel mogelijk in België wordt toegepast. Het Centrum rept evenwel met geen woord over de grote herrie die binnen de VN woedt over de hervorming van dit actieplan. De moslimstaten willen iedere kritiek op de islam als strafbaar racisme in de hele wereld opleggen via dit plan. In Frankrijk komen intellectuelen van divers pluimage sterk tegen deze hervormingsplannen in. Het CGKR zwijgt erover in alle talen. Desgevraagd zegt de woordvoerster dat "men zich daarvoor moet wenden tot de minister van Buitenlandse Zaken", omdat het CGKR "daarvoor niet bevoegd is". Dat heeft het CGKR evenwel niet belet om mee aan de basis van de scherpe kritiek te liggen die op België werd geformuleerd door de uitvoerende commissie van het Antiracismeverdrag van de VN.

Bedenkingen.

* Het CGKR geeft eens te meer geen overzicht van het aantal, noch van de aard van de rechtszaken die het opgestart heeft in 2007. De burger heeft nochtans het recht om te weten in welke zaken het Centrum naar de rechter stapt, waar dat gebeurt, om welke feiten en discriminatiegronden het gaat, wat het resultaat van die rechtszaken was en hoeveel ze gekost en/of opgebracht hebben. Alleen zo is democratische controle op de werking van deze essentiële taak van het Centrum mogelijk. Nu kan dat helaas niet en wordt de indruk gewekt dat arbitrair of à la carte naar de rechter wordt gestapt. Deze lacune is merkwaardig voor een organisatie die - ieder jaar opnieuw - terecht pleit voor openbare statistieken over racisme en over de wijze waarop het gerecht dat misdrijf afhandelt.

* Net zoals andere jaren worden mogelijke geschillen tussen de verschillende groepen waarvan het CGKR de belangen behartigt, niet geproblematiseerd en zelfs verdoezeld. Dat zien we het duidelijkst bij de toch wel stiefmoederlijke behandeling van de homo's, wiens klachten wel erg vlug worden afgewimpeld.

De homo's zijn de enige groep van wie de klachten door het CGKR openlijk getoetst worden aan de vrijheid van meningsuiting. Dat is uitstekend, maar bij de andere groepen gebeurt die openlijke toetsing niet. Waarom niet?

Als het over homofobie gaat worden allochtone en autochtone jongeren steevast op één hoop gegooid, terwijl het probleem volgens onderzoek van de Leuvense professor Marc Hooghe minstens twee keer zo erg is bij allochtonen dan bij autochtonen. In die mate dat men een apart beleid naar allochtonen zou kunnen verwachten om daar de homofobie te bestrijden. Maar zulke maatregelen stelt het CGKR niet voor.

Het CGKR heeft - na twee jaar aandringen - ook nog altijd geen beleid ontwikkeld om het geweld van voornamelijk (maar niet uitsluitend) allochtone jongeren tegen homo's in het Brusselse en Antwerpse uitgaansleven aan te pakken.

Homobetoging wordt uit elkaar geklopt

Uit onderzoek van Ehsal blijkt immers dat zes op de tien Brusselse homo's slachtoffer is van verbaal homofoob geweld, 20% werd al bedreigd en 10% fysiek aangevallen. Men zou verwachten dat het CGKR naar Nederlands model voorstander zou zijn van de inschakeling van zogenaamde "lokhomo's" van de lokale politie: gewone inspecteurs die zich - doelgericht - als ogenschijnlijke "homo" naar gevaarlijke plaatsen begeven om zo de daders te klissen. Het misdrijf zelf wordt niet uitgelokt, maar de daders kunnen wel sneller worden gevat. Het gaat eigenlijk gewoon om een praktijktest, waar het CGKR in andere dossiers (zij het op burgerlijk gebied) zo'n voorstander van is.

Ook vinden we in het CGKR-rapport geen opvolging van de evolutie van dit homofoob geweld. En dat doet toch wel vragen rijzen…

MEER OVER John De Wit