'Ik dacht dat hij me ging vermoorden'

'Ik dacht dat hij me ging vermoorden'

'Ik dacht dat hij me ging vermoorden'

Print
Eerherstel. Dat is de reden waarom de Neerpeltse Brigitte A. (47), die in oktober 2004 verkracht werd in Iran toen ze er werkte als secretaresse op de ambassade van Teheran, haar verhaal wilt doen. “Ik wil dat mensen weten wat een onrecht mij is aangedaan door de verkrachter, maar ook door Buitenlandse Zaken."

“Ik lag te slapen toen er plots een Iraanse man mijn appartement binnendrong”, vertelt ze. “Hij zette een mes op mijn keel, bond mijn handen en voeten vast en stompte mij veelvuldig in mijn maag. Ik dacht dat hij uit was op geld, maar dat moest hij niet hebben. Uiteindelijk heeft hij mij verkracht.”

V(i)ol

Brigitte verwittigt ‘s morgens meteen de toenmalige ambassadeur in Teheran, Jacques Vermeulen, die haar meeneemt naar een Belgische dokter. Ondertussen doet ze haar verhaal aan ene Ali Reza Mehrjoo, een voor de ambassade werkende Iraanse tolk, die de gesprekken met Brigitte overmaakt aan de Iraanse politie. Maar er sluipt een kapitale vertalingsfout in het verslag van de tolk. Hij verwart het woord viol (verkrachting) met vol (diefstal) waardoor de Iraanse politie de aanranding meteen verkeerd inschat.

Brigitte krijgt haar wedde doorbetaald en kan voor haar medische kosten terugvallen op Buitenlandse Zaken. Tot ze op 8 augustus 2005 een brief krijgt met de boodschap dat Buitenlandse Zaken het “incident” niet langer beschouwt als een arbeidsongeval omdat het buiten de kantooruren had plaatsgevonden.

Terugvordering

Brigitte spande met de steun van de overheidsvakbond ACOD een rechtszaak aan bij de arbeidsrechtbank van Hasselt. In september volgt er een uitspraak. “Als die negatief is, zal ik mijn loon dat ik gekregen heb na mijn aanranding moeten terugstorten aan de staat”, zucht ze.

MEEST RECENT