Verkrachting ambassadelid in Iran 'geen arbeidsongeval'

Verkrachting ambassadelid in Iran 'geen arbeidsongeval'

Verkrachting ambassadelid in Iran 'geen arbeidsongeval'

Print
Een secretaresse op de Belgische ambassade in Iran, die slachtoffer werd van een verkrachting, daagt Buitenlandse Zaken voor de rechter omdat het ministerie de zaak eerst wél, maar daarna weer niét als arbeidsongeval catalogeerde.

In de nacht van 15 op 16 oktober 2004 drong een man de flat van A.B. in Teheran binnen. Hij verkrachtte de vrouw en folterde haar. Het slachtoffer liep een neusbreuk op, moest een oogcorrectie ondergaan en leed aan post-traumatische stress.

Aanvankelijk genoot de vrouw de steun van het ambassadepersoneel en van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Brussel. De vrouw mocht alle medische facturen doorsturen.
Maar Buitenlandse Zaken bedacht zich en liet weten het incident toch niet als arbeidsongeval te kunnen aanvaarden omdat het misdrijf buiten de kantooruren plaatsvond. Het misdrijf vond ook niet plaats tijdens woon-werkverkeer.

Door die wending verloor de vrouw het recht op financiële bijstand. Dringende medische ingrepen werden uitgesteld en tegen doktersadvies in zag ze zich verplicht opnieuw aan het werk te gaan.

De socialistische overheidsvakbond ACOD steunt de vrouw. "Ze viel terug op een vervangingskomen van 600 euro en moest ontvangen sommen terugstorten," zegt Tom Roose van het ACOD. Buitenlandse Zaken argumenteert nu dat de vrouw slachtoffer werd van een uit de hand gelopen inbraak. "Onzin", zegt Roose. "Er werd die nacht zelfs niets gestolen."
De term 'inbraak' zou naar verluidt ontstaan zijn door een blunder van een Franstalige ministerie-medewerker, die bij het vertalen van het woord 'verkrachting' (viol) een letter vergat en er 'vol' (diefstal) van maakte.

De zaak komt nu voor de rechtbank, de eerste zitting vindt plaats op 7 mei.

.

Nu in het nieuws