LHSP: "Brugkredieten werden volgens alle regels verleend"

Print
Dat Artesia (Dexia) op 25 juni 1999 een persoonlijk krediet van 20 miljoen dollar verleende aan Lernout, Hauspie en Willaert, gebeurde opnieuw omdat de bank volledig geloofde in het project van de Language Development Companies (LDC's). Voor de bank bood de persoonlijke lening aan de drie toplui een betere garantie dan het verstrekken van een krediet aan het Language Development Fund (LDF), een holding die in Azië actief zou zijn. "Orthodox bankieren", kwam Hans Rieder terug op zijn eerdere omschrijving.
Artesia (Dexia) wordt door het openbaar ministerie vervolgd voor het verlenen van drie overbruggingskredieten aan twee nevenvennootschappen van L&H (Radial en LIC) en aan de drie toplui persoonlijk. Nadat Rieder tot dusver enkel het krediet aan de holding Radial besprak, kwam hij donderdagnamiddag uit op de twee andere kredieten.

Het krediet aan de Language Investment Company (LIC) van gedelegeerd bestuurder Willem Hardeman, bedroeg 5,4 miljoen euro. Aan Artesia werd, net zoals in het geval van de holding Radial, verteld dat het ging om een krediet voor een vennootschap die zou investeren in Language Development Companies (LDC's) die onafhankelijk zouden opereren van L&H.

Alle gesprekken voor de aanvraag van het krediet-LIC werden gevoerd door Hardeman, en niet door Willaert of Hauspie zoals het openbaar ministerie had beweerd. Rieder wilde daarmee het beeld bijstellen als zou Hardeman, toch een gevestigde naam in de verzekeringswereld, niets meer geweest zijn dan een stroman die paste in het beweerde fraudesysteem van het technologiebedrijf. Uit alle interne nota's die Rieder uitvlooide, blijkt volgens hem nergens dat de medewerkers van de bank wisten van enige intentie tot fraude, maar wel dat ze geloofden in het project rond de technologie van L&H.

Rieder kwam terug op de credit default swap (CDS) die ook voor dit krediet werd gebruikt als borgstelling. Dat in de kredietovereenkomst die Hardeman ondertekende, de CDS van Lernout en Hauspie zogezegd niet vermeld mocht worden om problemen met de Amerikaanse beurswaakhond SEC te vermijden, is volgens Rieder dan ook een "fata morgana" van het openbaar ministerie.

Dat Artesia later, in juni 1999, bij het afsluiten van de persoonlijke lening aan de drie toplui, een waarborg vroeg van 650.000 L&H-aandelen, bewijst volgens de pleiter evenzeer dat de bank niet wist dat er iets mis was met de omzet van het technologiebedrijf. Het krediet werd eerst aangevraagd door LDF, een vennootschap waar Mercator-Noordstar voor 97 pct eigenaar van was. Om zekerheid in te bouwen, verkoos de bank een persoonlijke lening van Lernout, Hauspie en Willaert.

Op juridisch vlak hamerde de advocaat nog eens op een wet die op 2 juli 1999 van kracht werd en de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen in werking deed treden. Omdat het laatste krediet enkele dagen voordien werd afgesloten, kan Dexia volgens Rieder voor geen van de drie verleende overbruggingskredieten vervolgd worden.
Nu in het nieuws