Rechter De Smedt strijdt tegen de socialistische visie op justitie

Rechter De Smedt strijdt tegen de socialistische visie op justitie

Rechter De Smedt strijdt tegen de socialistische visie op justitie

Print
13 FEBRUARI 2008 - De Antwerpse correctionele rechter Walter De Smedt is een buitenbeentje in de magistratuur. Niet alleen was hij de enige magistraat die ooit zowel in het Comité I als in het Comité P zetelde, de jongste tijd haalde hij steeds meer het nieuws door uitspraken naar aanleiding van onmiddellijke aanhoudingen of keppeltjesdracht. Al zijn hele leven voert Walter De Smedt strijd tegen wat hij "de socialistische opvatting over politie en justitie" noemt. Die doordringt volgens hem alle geledingen van de politiek. Alleen de verdedigers van de Wet-Franchimont hebben nog een klassieke liberale opvatting, maar overal elders, ook in Open Vld, VB en CD&V, heeft de socialistische opvatting - volgens De Smedt - postgevat. De Smedt vindt ook dat het parlement niets heeft geleerd uit de zaak-Dutroux. Ondanks de aanbevelingen van de diverse parlementaire commissies is de situatie nu zelfs verslechterd. Een gesprek.

"Tot in de jaren zeventig was er bij justitie een evenwicht tussen de bekommernis om veiligheid en de rechten van de individuele burger. Alle onderzoeken stonden onder controle van een onafhankelijk rechter, die naging of de politie zijn boekje niet te buiten ging. Met minister Alfons Vranckx (BSP) kwam daar verandering in. In de strijd tegen de drugs richtte hij de BIC (Bureau Information Criminelle) op en daardoor splitste hij het gerechtelijk onderzoek in twee stukken: een operationeel deel dat volledig onder toezicht van de politie stond en het klassieke gerechtelijke onderdeel. De politierecherche werd verzelfstandigd en aan de controle van justitie onttrokken. De politie ging toen al de methoden van de inlichtingendiensten (infiltratie in bendes, observaties, werken met informanten) gebruiken. Bovendien deed de BIC voor het eerst niet alleen meer onderzoek naar criminele feiten die gebeurd waren, maar het voegde de pro-actieve fase aan zijn werkterrein toe: de politie ging optreden als er een misdrijf dreigde, zonder dat dit reeds gepleegd was. Zonder toezicht van het gerecht verwierf de politie een nieuw terrein en nieuwe methodes. Dat leidde tot de disfuncties die we allen moesten vaststellen in de zaak-Dutroux en het leidde uiteindelijk tot de huidige kritiek op de BOM-wet (de wet die de bijzondere opsporingsmethoden, zoals infiltratie, observatie en informantenwerking regelt, nvdr)".

i>Herman De Croo en Louis Tobback

Wat houdt die socialistische visie dan precies in?
"Dat zien we heel duidelijk als Louis Tobback minister van binnenlandse zaken wordt. Hij wil één eenheidspolitie, de rijkswacht, die alle andere politiediensten opslokt, de staatsveiligheid incluis. Bovendien wil hij een sterk gestructureerd hiërarchisch eenheidsparket, het federaal parket. Tegelijkertijd verglijdt de klemtoon in het gerechtelijk apparaat van de onderzoeksrechter naar het parket. En tenslotte wil hij een sterk ministerieel gezag over zowel die eenheidspolitie als over dat nieuwe parket. De socialisten hebben alleen maar oog voor het belang van de overheid, terwijl je vanuit een klassieke liberale kijk oog moet hebben voor een evenwicht tussen de belangen van de staat en die van de burgers. In extremis leidt de socialistische visie tot een politiestaat. Tobback kon echter zijn visie niet helemaal doordrukken, hij stuitte op weerstand van justitieminister Melchior Wathelet (PSC), die de klassieke liberale visie op justitie genegen bleef. Maar onder paars werd het hele veiligheidsbeleid uitbesteed aan de socialisten. Ondanks Verhofstadt's mooie burgermanifesten. Er was nauwelijks een liberale inbreng, het beleid werd geleid door een socialistisch veiligheidsadviseur op het kabinet van de premier, die de verworvenheden van Tobback en Vande Lanotte moest bewaken".

De uitbouw van die visie ziet U in de zaak-Dutroux?
"Vroeger. Al in 1988 stelde ik als onderzoeksrechter vast dat de Rijkswacht volledig eigen gerechtelijke diensten had, de GID's, waar niemand het bestaan van kende. Zij voerden onderzoeken uit, maar lieten alle pv's ondertekenen door gendarmen die van dat onderzoek niets afwisten om het te zo onttrekken aan controle door de onderzoeksrechter. Later in de zaak-Dutroux had je de operatie-Othello, de geheime opvolging van Dutroux door de rijkswacht. De gendarmen hadden de onderzoeksrechter die de ontvoering van Julie en Mélissa moest leiden, Martine Doutrèwe, onvolledig ingelicht. In de parlementaire onderzoekscommissie-Verwilghen, ontkenden ze dat helemaal. Verwilghen sprak toen bij hun confrontatie met Doutrèwe de historische woorden: "Eén van U twee liegt", maar verder ging het niet. Als Verwilghen het volledige onderzoek van het Comité P zou hebben ingekeken en niet alleen het syntheserapport dat de voorzitter bij het parlement had ingediend, dan zou hij weten dat de rijkswachters logen, want het staat er zwart op wit in een verhoor van hen door het Comité P."

De Commissie-Verwilghen formuleerde toch aanbevelingen?
"Dat is het nu net. Deze commissie stelde een serie disfuncties vast, maar achteraf deed men alles om de oorzaken van die disfuncties te versterken, in plaats van ze af te bouwen. Neem nu de strijd tegen de terreur en het gebruik van de BOM-wet in die strijd. Enerzijds heb je voor de politiediensten een afgeschermde operationele fase mét bijzondere opsporingsmethden, waarvan de resultaten alleen in een vertrouwelijk dossier zitten. De rechter ten gronde kan dus niet meer oordelen over de criminele feiten die hem worden voorgelegd, want hij kan het volledige dossier niet meer inzien. Het rechterlijk toezicht op het gerechtelijk onderzoek is afgebouwd, de rechten van verdediging worden miskend. Vervolgens verdwijnen de verschillen tussen de diensten. Onder leiding van een federaal parket, dat door niemand wordt gecontroleerd, werken de inlichtingendiensten en de politiediensten nu samen. Vroeger deden de inlichtingendiensten inlichtingenwerk en de poltiediensten deden onderzoek in het kader van strafzaken. Nu wordt alles vermengd en niemand heeft nog toezicht op wie wat doet."


Marc Verwilghen, voorzitter van de Commissie Dutroux

U steunt dus de balies in hun kritiek op de BOM-wet?
"Absoluut. De BOM-wet bevestigt alles wat misliep voor Dutroux en versterkt de oorzaken van die disfuncties zelfs. Met de aanbevelingen van de parlementaire commissies om de disfuncties weg te werken, werd eigenlijk geen rekening gehouden. De BOM-wet moet op vele vlakken veranderen. Eerst en vooral moeten de verschoningsgronden om een misdrijf te plegen vervangen worden door rechtvaardigingsgronden. Nu krijgen politie-infiltranten een absolute immuniteit om in criminele bendes misdrijven te plegen met toestemming van het parket. Een orgaan dat eigenlijk de misdaad hoort te bestrijden! Dat kan dus niet he. Die verschoningsgronden moeten veranderen in rechtvaardigingsgronden: dan kan de rechter op ieder moment oordelen of het plegen van een bepaald misdrijf nodig of nuttig en niet buitensporig was om de undercoveroperatie te laten slagen."

De onderzoeksrechter moet over de bijzondere methoden beslissen?
"Ja. Het moeten inderdaad de onderzoeksrechter en de rechter ten gronde zijn, die dat beoordelen, niet het parket. De onderzoeksrechter is veel onafhankelijker dan het parket, want hij wordt gecontroleerd door raadkamer en kamer van inbeschuldigingstelling en uiteindelijk in een openbaar debat door de rechter ten gronde. De onderzoeksrechter moet de BOM-methodes eventueel bevelen en controleren. En dat mag in een vertrouwelijk dossier komen, maar dat dossier moet uiteindelijk wel door de rechter ten gronde kunnen worden ingezien."

"Bovendien moeten de BOM-methodes beperkt worden tot die misdrijven waar ze echt voor nodig zijn: zware criminaliteit en terrorisme. Niet om mindere misdrijven op te helderen, want daarvoor heb je andere methodes. Voorts moet de politie leren dat ze resultaatgericht moet werken. Nu richten politie en parket zich te veel op de pakkans: boeven vangen. Maar daarmee houdt het niet op: je moet die boeven ook door de rechter kunnen veroordelen. Daarom moet de politie zich strikt aan de regels houden en dat moet gecontroleerd kunnen worden door de rechter ten gronde."

Moet de correctionele rechter het vertrouwelijk dossier kunnen inzien?
"Ja, bijvoorbeeld in camera, in de raadkamer. Het is niet nodig dat de verdediging dat vertrouwelijk dossier helemaal zelf inkijkt, want anders worden die infiltratie-operaties misschien onmogelijk. Maar de correctionele rechter moet dat wél kunnen doen, zodat hij een volledig zicht heeft op alle criminele feiten waarover hij moet oordelen."

Men spreekt nu ook van een BIM-wet?
"Die wet moet aan de inlichtingendiensten bijzondere opsporingsmethoden (observatie, infiltratie, gebruik van informanten) geven. Men vergeet dat die methodes eigenlijk uit de inlichtingendiensten kwamen en vanaf de jaren zeventig door de politie werden overgenomen. En nu opnieuw bij de inlichtingendiensten komen. Ook hier ben ik voor die methodes, maar alleen om informatie in te winnen over zware criminaliteit en terrorisme en onder controle van een onafhankelijk orgaan. Dat zou bv. het Comité I kunnen zijn. Men kan zich voorstellen dat de grote baas van de staatsveiligheid beslist om iemands telefoon af te tappen. In mijn visie mag overigens alleen hij dat doen. Die beslissing zou in mijn visie dan gemeld moeten worden aan het Comité I, zodat dit toezicht hierop kan uitoefenen. Het Comité I zou die telefoontap ook moeten kunnen opschorten als dat nodig is. Maar dat veronderstelt een onafhankelijk Comité I en een degelijke controle op dat Comité I zelf door het parlement".


Terreuralarm in Brussel

Is het Comité I niet onafhankelijk?
"Nee. De inbreng van de magistratuur is helemaal afgebouwd. Aanvankelijk was er in beide comités P en I een evenwicht tussen rechters, leden van het openbaar ministerie en ambtenaren. Dat is er nu, op één rechter na, niet meer. De Comités I en P zijn niet meer onafhankelijk samengesteld, er moeten meer rechters in."

"Bovendien moet ook de parlementaire controle op die Comités anders. Het kan niet dat alleen verkozenen uit de meerderheid in de parlementaire begeleidingscommissies van de Comités zitten, zoals nu met het Comité I het geval is. De begeleidingscommissies moeten proportioneel worden samengesteld. En voor de rest moet het werk van de Comités I en P openbaar zijn. Ook die openbaarheid is helemaal uitgehold onder paars. De wet zegt dat een verslag dat bij het parlement wordt ingediend openbaar is. Maar momenteel is dat met geen enkel verslag nog zo. De voormalige Kamervoorzitter Herman De Croo voerde de regel for your eyes only in, waarbij de leden van de begeleidingscommissie een rapport van de Comités mochten gaan lezen, maar er niets over zeggen. Dat gaat volkomen in tegen de wet. Het parlement moet zijn toezicht in zijn geheel kunnen uitoefenen, zegt de wet. Dus àlle parlementsleden moeten àlle rapporten van de Comités P en I kunnen inzien, die m.i. openbaar zijn zo gauw ze door de Comités bij het parlement zijn ingediend. Nu krijg je twee soorten parlementsleden: zij die het mogen weten, maar niet mogen zeggen en zij die het willen zeggen, maar niet mogen weten."

Wat vindt U als ex-lid van het Comité I van het Brussels terreuralarm?
"Men stelt de foute vraag. De vraag is niet: was de dreiging ernstig of niet? De vraag moet zijn: is er nog toezicht mogelijk op de manier waarop de analyse die tot de maatregelen leidt, wordt gemaakt? En op die vraag is mijn antwoord: nee. Het terreuralarm vermengde drie dingen die niet vermengd mogen worden: een politie-operatie, een operatie van de inlichtingendiensten, een opsporingsonderzoek door het parket. Deze drie operaties verschool men achter de noemer "gerechtelijke actie" en in zo'n geval mag niemand uitspraken doen over wie wat doet om het gerechtelijk onderzoek niet in gevaar te brengen. In zo'n geval is ook geen controle meer mogelijk op de manier waarop de politie en de inlichtingendiensten hun eigen werk deden, want het werd stelselmatig op één hoop gegooid met het gerechtelijk onderzoek. En zo holt de socialistische visie op justitie iedere parlementaire controle uit".

De acties gebeurden toch onder leiding van het federaal parket?
"Op dat parket is geen toezicht, het is niet hiërarchisch ingebed in een hoger geheel en valt dus rechtstreeks onder de minister van Justitie. Ik ben ervoor dat het federaal parket onder toezicht komt van het college van procureurs-generaal. Ik ben anderzijds niet voor onderzoeksrechters die in terrorisme gespecialiseerd zijn, net zo min als ik voor een aparte strafprocedure voor terroristen en de georganiseerde misdaad ben, zoals o.a. Hugo Vandenberghe (CD&V) en Hugo Coveliers (VLOTT) indertijd voorstelden. Speciale rechters voor terrorismezaken aanduiden is niet goed: men moet de huidige onderzoeksrechters gewoon goed opleiden zodat ze in staat zijn om iedere zaak aan te pakken. Desnoods kan men een heel ingewikkelde zaak doorverwijzen naar de grootste rechtbank van het rechtsgebied."


Hugo Vandenberghe (CD&V N-VA)

Ontspoort de War on Terror?
"In deze War on Terror rijst het gevaar dat het opiniemisdrijf wordt ingevoerd. Dat men mensen gaat vervolgen louter en alleen omdat ze een extreme mening hebben die wordt geuit in pamfletten, zonder dat er verder iets tegen ze kan worden ingebracht. Je ziet de socialistische verglijding hier heel goed: in de liberale kijk zijn alleen feiten strafbaar en spoort de politie de daders van gepleegde feiten op. Vanaf Vranckx ging de politie pro-actief onderzoeken. Er werd niet alleen meer gespeurd naar feiten, maar ook naar dreigingen van feiten, mogelijke feiten. En nu wordt de bedreigende ingesteldheid, zonder feiten en zelfs zonder dreiging van feiten, zonder daden die strafbaar zijn, op zich al strafbaar. Ook dat is weer een verdere afbraak van de liberale visie op justitie. Het is duidelijk dat dit in vorige "oorlogen", zoals de oorlog tegen het communisme, nog niet gebeurde. Want mensen die bij ons in de jaren vijftig of zestig met het communisme sympathiseerden waren niet strafbaar. Bij de strijd tegen het terrorisme loert het opiniedelict wél om de hoek".

Maar die War on Terror komt toch uit de VS, het meest liberale land ter wereld?
"Inderdaad, de VS zijn het meest liberale land ter wereld. Een rechter kan daar een actie van een inlichtingendienst stopzetten: dat is hier onmogelijk. In de VS heb je nog altijd een sterke en onafhankelijke rechterlijke macht. Maar men mag niet vergeten dat de VS officieel in oorlog zijn en dat in oorlogstijd de president bepaalde rechten en vrijheden mag opschorten. Dat heeft hij ook gedaan, maar dan nog zien we dat hij zich in het buitenland heel anders gedraagt dan in eigen land, waar hij zich zeker niet alles kan permitteren. In de VS zijn documenten over de inlichtingendiensten openbaar of die openbaarheid kan door de rechter bevolen worden. In Europa hebben wij vanuit een heel andere visie, die alleen de belangen van de overheid centraal stelde, de slechte kantjes van de War on Terror overgenomen. En wij zijn niet in ooorlog".

't Is om defaitistisch van te worden!
"Nee toch niet, want uiteindelijk zullen we de socialistische kijk op justitie en politie moeten opgeven. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zal ons daartoe dwingen. In die zin ben ik hoopvol."

U bent bekend voor Uw 'keppeltjesvonnis'?
"Dat is een misverstand. Ik moest een zaak afhandelen van bijzitters die bij de verkiezingen niet waren komen opdagen. Mijn probleem was: hoe de orde handhaven in een klein zaaltje met 50 personen die allemaal ongezouten kritiek leveren op alles wat misloopt in de samenleving. Mensen lagen op de banken, ze waren te lui om recht te staan. Ze hadden mutsen, scheve petten, keppeltjes en cowboyhoeden op of kwamen als ingepakte moslima. Vroeger was de politie in de rechtszaal om de orde te handhaven, maar nu moet je daar als rechter zelf voor zorgen en de wet zegt mij dat mensen blootshoofds voor de rechter moeten verschijnen. Ik wilde de sereniteit van de zitting bewaren. Maar als ik hoofddeksels om religieuze redenen toelaat, schep ik dan geen twee soorten Belgen? Ik had de mensen die weigerden hun hoofddeksel af te nemen als ik dat vroeg, onmiddellijk kunnen veroordelen voor een zittingsmisdrijf. Maar dat wilde ik niet doen omdat ik de rechten van de verdediging wilde respecteren en ook omdat ik de visie van het openbaar ministerie wilde kennen. Ik kreeg het advies van het OM nog altijd niet. Dus: om geen rechtsongelijkheid te scheppen, legde ik mijn vraag voor aan het hoogste rechtscollege van het land, het Grondwettelijk Hof. Hun antwoord loste niets op. Het punt in heel deze discussie is: waar liggen de grenzen? Tot hoever kan je als rechter meegaan in het gebrek aan respect voor de rechtbank dat sommige burgers op de zitting vertonen? Belangrijk is daarbij ook: welk signaal geven wij als magistratuur als wij niet optreden tegen dat gebrek aan respect? Wij moeten de afstomping van de norm tegengaan. En voor alle duidelijkheid: ik heb nooit met een man met een keppeltje gesproken. Toen hij zag dat ik een probleem maakte bij de man met de muts, verliet hij stilletjes de zaal en liet hij zich vertegenwoordigen door zijn advocaat."


Criminaliteit

Kan een strafrechter nog iets doen tegen de criminaliteit?
"Dat wordt almaar moeilijker. Ik word in mijn kamer geconfronteerd met het alledaags geweld. Iemand die een ander persoon neersteekt omdat die hem geen sigaret wil geven, iemand die een tachtigjarige vrouw neergooit en over de grond sleurt omdat ze haar handtas niet wil afgeven. Dit soort feiten is in tien jaar tijd enorm toegenomen, dat kan je niet ontkennen. De verdachten in deze zaken, veelal jongeren met een grote carrière bij de jeugdrechtbank, zijn zeer arrogant, ze zijn al voor de zoveelste keer gepakt en hebben nog geen dag gevangenis gedaan, omdat de kleinere straffen niet meer worden uitgevoerd. Welk signaal geef je aan die mensen? Wat zal hen nog tegenhouden? Daarom moeten àlle effectieve straffen uitgevoerd worden, ook de kleinere. De rechter moet de maatschappij beveiligen. Maar nu is dat erg moeilijk geworden, mede door de strafuitvoeringsrechtbanken, die de uitspraak van de rechters gewoon kunnen herzien."

Wat is er mis met de strafuitvoeringsrechtbanken?
"Vroeger was de strafrechter niet betrokken bij de uitvoering van de straf en toen had hij er ook geen verantwoordelijkheid voor. Dat was eigenlijk beter: de uitvoerende macht voerde toen de straffen uit. Maar nu heb je dus strafuitvoeringsrechtbanken en die kunnen de lengte van de straf, die de correctionele rechter uitsprak en die door het Hof van Beroep en het Hof van Cassatie bevestigd werd, drastisch beperken of zelfs een hele straf (tot 1 jaar) omzetten in een werkstraf. Dat kan m.i. niet omdat zo het principe van het gezag van gewijsde op de helling komt. De oplossing zou kunnen zijn dat de correctionele rechter zelf kan beslissen om een bepaald deel van de uitgesproken straf onsamendrukbaar te maken. Aan dat deel zou de strafuitvoeringsrechtbank niet mogen tornen, dat deel zou zeker uitgezeten moeten worden. De rest kan dan overgelaten worden aan de strafuitvoeringsrechtbank. Zo blijft het gezag van gewijsde overeind."

"Een ander probleem met die strafuitvoeringsrechtbanken is hun gebrek aan onafhankelijkheid. Twee van de drie rechters zijn gedelegeerde ambtenaren die na een bepaalde periode terug naar hun vroeger werk moeten. Deze rechtbank bestaat niet uit rechters, deze rechtbank is niet onafhankelijk."

U was kandidaat voor de Hoge Raad voor de Justitie?
"Ja en wel om vele redenen. Eerst en vooral omdat ik in heel mijn carrière al in allerlei magistratenverenigingen heb gezeten: ik was lid van het bureau van het Verbond van Eerste Aanleg, lid van de Nationale Commissie voor de Magistratuur, voorzitter van de Vereniging van Onderzoeksrechters en lid van de Commissie-Franchimont. De Hoge Raad voor de Justitie zou in het verlengde hiervan liggen."

"Vervolgens heb ik wel ervaring opgedaan in de Comités P en I, waarop weinigen kunnen bogen. Ik geloof ook in de noodzaak van een actieve magistratenvereniging die zelf voorstellen mag formuleren en niet moet wachten tot de overheid vraagt wat ze denkt over een bepaald probleem. En tenslotte heb ik oog voor het gevaar dat organen zoals de Hoge Raad bedreigt. In het verleden zag ik de gevaren van een instelling die haar eigen werking en eigen dotatie beheert: bijkomende elementen als rijden met een dienstwagen, aangenaam eten en reizen worden te belangrijk. Ik zeg niet dat dit zo is bij de Hoge Raad, maar het is een gevaar."

"Ik diende mijn kandidatuur dus in maar het bewijs dat ik geboren was, magistraat was en van goed zedelijk gedrag was, zat er niet bij. Wél de melding dat ik deze bewijzen zou nasturen. Maar dan werd ik in het ziekenhuis opgenomen en mijn gezondheid was voor mij natuurlijk prioritair. En dus was mijn kandidatuur niet in orde."


Antwerps justitiepaleis

U bent een liberaal, mag een magistraat een politieke kleur hebben?
"Ik zat in de vaste comités voor de liberalen, maar niet als vertegenwoordiger van een partij. Ik bleef even onafhankelijk van de politiek als van wat dan ook. Er is niets verkeerd aan dat een magistraat een overtuiging heeft, hij mag voor mij lid zijn van een vakbond, een service club of een politieke partij, zolang het maar een democratische politieke partij is. Een magistraat kan m.i. geen lid zijn van het Vlaams Belang zijn omdat die partij tot doel heeft om de instellingen kapot te maken."

"Het moet wel bij een overtuiging blijven, een magistraat mag niet de ordewoorden van een partij opvolgen maar moet onafhankelijk blijven, een rechter is geen politicus. Ik ben trouwens altijd voor de politieke benoemingen van rechters geweest omdat de magistratuur dan veel duidelijker een spiegel is van de maatschappij. Er moet dan wel een regeling zijn om onbekwamen te weren en om onafhankelijkheid van de partijen te bewaren. Nu kent men de politieke kleuren van de magistraten vaak niet en is een scheefgroei mogelijk. Men kan bij de benoemingen een verborgen agenda hebben en... weet men nog wel wie men benoemt? Nu is het zo dat hoe meer je je mening uit, hoe kleiner je kans op benoeming wordt."


Wie is Walter De Smedt?

Walter De Smedt is 60 jaar. Hij komt uit Dendermonde en studeerde rechten aan de VUB. In 1975 werd hij gerechtelijk stagiair in Dendermonde en al in 1976 trok hij naar Antwerpen, waar hij in 1976 substituut werd op het parket. In 1983 werd hij correctioneel rechter en in 1984 onderzoeksrechter. In 1993 werd hij één leden van het Comité P, dat de politiediensten controleert. In 2001 stapte hij over naar het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert. Als enige Belg zat hij in beide comités. In 2007 keerde hij terug naar de Antwerpse correctionele rechtbank.

MEEST RECENT