UHasselt relativeert kritiek van dierenactivisten op dierproeven

UHasselt relativeert kritiek van dierenactivisten op dierproeven

UHasselt relativeert kritiek van dierenactivisten op dierproeven

Print
De Universiteit Hasselt (UHasselt) relativeerde vrijdag op een bijeenkomst voor de pers de kritiek van dierenactivisten op dierproeven.
De bijeenkomst was bedoeld om die meer duiding en inzicht te verschaffen in het nut en het verloop van de dierproeven die in het Biomedisch Onderzoeksinstituut (BIOMED) van de universiteit worden uitgevoerd in het kader van het onderzoek naar multiple sclerose (MS).

Het initiatief kwam er nadat vorig weekend brand werd gesticht in het in opbouw zijnde nieuwe dierproevencentrum, het animalium. De brandstichting wordt toegeschreven aan het Animal Liberation Front (ALF).

Rector Luc De Schepper zei het incident ten zeerste te betreuren. Door de brandstichting liep de geplande opening van het nieuwe centrum een vertraging op van vier à zes weken. De opening van het nieuwe centrum was voorzien voor mei. De schade brengt bovendien een meerkost voor de universiteit van 100.000 euro met zich mee.

BIOMED is het grootste MS-onderzoekscentrum in België met zeventigtal medewerkers. Naast onderzoek naar de ziektemechanismen wordt er ook onderzoek verricht naar nieuwe geneesmiddelen en revalidatiemiddelen voor MS. Die worden eerst op proefdieren getest. Het gaat uitsluitend om muizen en ratten. Aan de UHasselt werden in 2006 in totaal 1.225 muizen en ratten gebruikt. De meeste dieren waren bestemd voor onderzoeksdoeleinden zoals isolatie van cellen en weefsels voor in vitro experimenten. Een beperkte groep van dieren werd gebruikt bij dissecties in het onderwijs. Proeven met levende dieren werden slechts in 304 gevallen uitgevoerd. "Dat is amper 0,04 procent van het totale gebruik in België. Volgens de gegevens van de FOD Volksgezondheid werden in 2006 756.715 dieren gebruikt in dierproeven", luidde het vrijdag.

De UHasselt beklemtoonde ook dat het proefdierstudies waar mogelijk vervangen worden door alternatieve tests. Zo werd voor het onderzoek naar de schadelijke effecten van cadmium op de gezondheid bijvoorbeeld overgeschakeld van dierproeven naar in vitro studies. Ook binnen BIOMED worden onderzoekslijnen gehanteerd waarbij geen levende proefdieren worden gebruikt, maar weefsels die geïsoleerd worden voor in vitro studies, aldus De Schepper.

Vooraleer er tot dierproeven overgegaan wordt, heeft de Ethische Commissie voor Dierproeven (ECD) van de UHasselt een advies gegeven over de vraag of het belang van het onderzoek het gebruik van dieren rechtvaardigt. Verder controleert de ECD of bij de opzet en de planning van de dierproef rekening is gehouden met de wettelijke voorschriften qua huisvesting en procedures en of er bevoegde en deskundige proefleiders, dierverzorgers en biotechnici bij het onderzoek betrokken zijn, vervolgde de rector.

Het nieuwe in aanbouw zijnde animalium op de biomedische campus vervangt het vroegere centrum en heeft een vergelijkbare capaciteit. Met de bouw van dit animalium wordt een optimale huisvesting gerealiseerd in overeenstemming met de nieuwe Europese richtlijnen inzake onder meer gescheiden lokalen, kooiverrijking, huisvesting in groep en grotere kooien. In deze nieuwe setting zullen uitsluitend dierproefstudies worden verricht in het kader van het MS onderzoek van de UHasselt.
MEEST RECENT