Vlaamse overheid betrapt in 2007 minder dopingzondaars

Print
In 2007 zijn 131 sporters door de Vlaamse overheid betrapt op doping. Dat is 4,4 procent van de in totaal 2.963 gecontroleerden. In 2006 bedroeg het aantal positieve gevallen nog 5,6 procent. Minister van Sport Bert Anciaux maakte de cijfers vrijdag bekend.
In 2007 zijn meer dopingcontroles (2.963) uitgevoerd dan ooit (2006: 2.528; 2005: 2.281). Het aantal sporters dat positief testte ligt in 2007 (4,4%) lager dan in 2006 (5,6%), maar even hoog als in 2005 (4.4%) en het gemiddelde (4.4%) over 15 jaren (1993-2007). Meer mannen (119 op 2.455 of 4,85%) dan vrouwen (12 op 498 of 2,41%) liepen vorig jaar tegen de lamp.

2007 was het jaar waarin de controles buiten wedstrijdverband op kruissnelheid kwamen. Van de 2.963 uitgevoerde controles werden er 757 (= 26%) buiten wedstrijdverband (bij sporter thuis of op training) uitgevoerd. In 2006 was dit nog maar 4,1% van het totale aantal controles.

De overtredingen kunnen in vijf grote groepen opgesplitst worden. Ten eerste bèta-2-agonisten (29,5%). Die producten vergemakkelijken de ademhaling bij zware inspanning. Ten tweede anabolica en testosteron (23,3%). Ten derde cannabis (15,8%). Ten vierde weigeringen (12,3%) om een dopingtest af te leggen, wat bij decreet gelijkgesteld wordt met een positieve test. Ten vijfde stimulantia (9,6%), die gebruikt worden om de maximale pijngrens te verleggen (bijvoorbeeld amfetamines).

Binnen de tien meest gecontroleerde sporten in Vlaanderen liepen wielrenners het vaakst tegen de lamp (61), gevolgd door kickboxers (12), boksers (8), atleten (5), judoka's (4), triatleten-basketspelers-voetballers (3) en zwemmers (1). Bij de volleyballers testte niemand positief.

.

Nu in het nieuws