"Verkoop aandelen Vanderhoydonck transparant en wettelijk"

Print
De uitoefening van de warrenten door L&H-bestuurder Francis Vanderhoydonck in mei van 2000, is volgens zijn raadsman gebeurd volgens alle wettelijke regels en in volle transparantie. "De strenge Amerikaanse beurswaakhond SEC, die op dat ogenblik een informeel onderzoek voerde en door de meldingsplicht wist dat Vanderhoydonck ging verkopen, heeft op geen enkel ogenblik bezwaar geuit", vertelde advocaat Jos Mertens vrijdag aan de raadsheren van het Hof van Beroep.
Francis Vanderhoydonck wordt, net als de andere bestuurders, vervolgd voor valsheid in geschrifte, koersmanipulatie en beursbedrog. Donderdag weerlegden zijn twee advocaten die beschuldigingen. Vrijdag kwam de handel met voorkennis aan bod. Enkel Vanderhoydonck en jurist Thomas Denys worden daarvoor vervolgd.

Vanderhoydonck kocht bij zijn aanstelling 81.887 warranten en gebruikte het eerste "venster" medio mei 2000 om deze te verkopen. Het openbaar ministerie zegt dat hij toen "eieren voor zijn geld koos" en, wetende dat de SEC een onderzoek was gestart en dat er iets rammelde met de LDC's, nog snel langs de kassa passeerde. De verkoop leverde hem 3,5 miljoen euro op.

Volgens advocaat Mertens klopt het beeld niet dat het openbaar ministerie schetste. Uit het dossier blijkt dat medio mei liefst 1,6 miljoen warranten werden uitgeoefend door personeel van L&H. "Francis Vanderhoydoncks pakket vertegenwoordigde 4,9 %. Er waren dus nog veel mensen die dachten dat de tijd rijp was om te verkopen." Het aandeel stond op dat moment erg hoog . De shortsellers -die speculeren op een dalende koers- werden geblokkeerd terwijl een technologiebeurs in de VS de embryonale mogelijkheden voor het Sofia-project aantoonde. Bovendien waren er de geruchten dat het aandeel van L&H op een Europese beurs zou verschijnen.

Het was voor de bestuurders ook het eerste "venster" in vijf kwartalen, omdat in die voorgaande periode het spraaktechnologiebedrijf het ene bedrijf na het andere overnam. De verdediging had aanvankelijk nog uitgebreid stilgestaan bij de juridische problemen die het zag bij de vordering van het openbaar ministerie. Het ging o.m. over de onverenigbaarheid van de Belgische wet met de Europese regelgeving. Een veroordeling is op louter juridisch-technische gronden niet mogelijk, was het vertrekpunt van het betoog.
MEEST RECENT