Interview Tess Gerritsen

Print
Succesvolle interniste slaat ook als misdaadauteur aan
BR>
De half-Chinese, half-Amerikaanse Tess Gerritsen gaf, mede door de komst van haar twee kinderen, een succesvolle carrière als interniste op, om zich fulltime aan het schrijven te zetten. Eerst romantische, lichtjes spannende verhalen, daarna volbloed thrillers, waarin het gruwelijke detail niet wordt geschuwd.

U behandelt in uw romans vaak sociaal relevante thema's. De manier waarop onze samenleving almaar verhardt, de onmacht tot communicatie, het gebrek aan familiale warmte, huiselijk geweld etc. Hoe belangrijk is dit aspect voor u?

"Wel ik beschouw het moordverhaal vooral als een bruikbare vorm, zoals een componist dat met een sonate of een dichter met een sonnet doet. De thriller is voor mij een geschikt werkinstrument om over die dingen te schrijven die het leven interessant maken, of angstaanjagend (lacht). Met moordverhalen kan je de mensen van hun slechtste, maar ook beste kant laten zien. Als arts heb ik die twee kanten van de mensheid vaak genoeg mogen ervaren, om te weten dat er altijd weer prima materiaal voor een aangrijpend boek inzit. De wetenschapper in mij wil dan weer meer naar een antwoord zoeken op de vraag waarom mensen elkaar zulke weerzinwekkende dingen aandoen.
Mocht ik daar een afdoend antwoord op kunnen vinden, zou ik me een pak geruster voelen. Ik heb nu eenmaal een rusteloze, zwervende geest, die zichzelf almaar nieuwe uitdagingen en vragen stelt. Soms op het waanzinnige af. Ik ben dan ook helemaal niet verrast door het succes van films, boeken en tv-shows die de forensische pathologie als onderwerp hebben, denk bijvoorbeeld aan de CSI-reeksen. Blijkbaar willen nog veel meer mensen weten wat er zich in het hoofd van al die ziekelijke breinen afspeelt.

Sluit u alle emotie uit, wanneer u schrijft?

Nee hoor, integendeel. Het is niet omdat ik alle feiten netjes verzamel, dat er geen emotie aan te pas zou komen. Het gebeurt vaak dat ik elementen uit mijn eigen leven in mijn boeken verwerk, de vele discussie met mijn tienerzonen bijvoorbeeld. Of andere zaken die mij in mijn leven geraakt of veranderd hebben. Mijn familie vind ik sowieso een gigantische inspiratiebron, of het moederschap. Als je daarover begint na te denken, komen de interessante scènes vanzelf.

En het grotere geheel, de samenleving. Politiek, bijvoorbeeld?

Breek me de bek niet open. Ik heb de jaren negentig van de vorige eeuw heel bewust meegemaakt. Bill Clinton gaf ons een gevoel van voorzichtig optimisme. Dat is nu helemaal weg. We glijden naar beneden, en niemand, zeker onze huidige president niet, lijkt in staat om die val te stoppen. Er zijn twee Amerika's vandaag. In de 'Blue States' zoals New England, waar wij wonen, denkt men democratisch, liberaal. Maar in de Midwest, de Bible Belt, is men zo conservatief, zo enggeestig. Je houdt het gewoon niet voor mogelijk. Het zijn juist die Amerikanen, die wanneer ze Europa bezoeken, zo'n belachelijke indruk maken. Foute kleding, foute manieren, foute attitudes. Maar scheer ons aub niet allemaal over dezelfde kam, er zijn nog altijd genoeg Amerikanen die willen leren van het buitenland. Neem jullie gezondheidssysteem, daar kunnen wij toch alleen maar jaloers op zijn. Wij zitten met zomaar eventjes 47 miljoen mensen zonder ziekteverzekering!

Wat vindt u van de kritiek dat u er soms over gaat? Dat het allemaal wat te gruwelijk wordt.

Heb je zelf al eens een autopsie meegemaakt? Of een levensreddende operatie? Dat is geen prettig gezicht hoor. Ik schrijf graag vanuit mijn ervaring, vanuit de harde realiteit. Sommige mensen hebben nu eenmaal minder smakelijke jobs, maar laat dat nu net het soort mensen zijn waarover thrillerliefhebbers graag lezen: ik noem het mijn 'cops & docs'-theorie. Er is overigens een simpele remedie voor mensen met zwakke magen: als je er niet tegen kan, blijf er dan ver weg van! Al spreek ik nu wel tegen mijn eigen portemonnee (lacht).

Uit uw boeken spreekt ook een grote voorliefde voor exacte wetenschappen.

Klopt. Ik vind wetenschap geruststellend. Ik wéét graag dat twee plus twee vier is, heb niet graag dat een of andere wijsneus me plots komt vertellen dat het wel eens vijf zou kunnen zijn. Daar voel ik me niet goed bij. Voor mij liever geen foute concepten of theorieën, gebouwd op wankele premissen. Misschien geloof ik daarom ook niet in God. Ik vind de Bijbel op zich alvast onvoldoende bewijs. Ook daarin verschil ik blijkbaar nogal stevig van mijn doorsnee landgenoten. Het zij zo!

.

Nu in het nieuws