Een proces-verbaal bij iedere identiteitscontrole?

Een proces-verbaal bij iedere identiteitscontrole?

Een proces-verbaal bij iedere identiteitscontrole?

Print
Professor Paul De Hert (strafrecht, VUB) wil dat politie-inspecteurs iedere identiteitscontrole motiveren in een proces-verbaal. Zo wil de prof racisme bij de politie voorkomen.
BR>






Paul De Hert (foto), een oud-medewerker van de privacycommissie en van voormalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback, lanceert dat voorstel in het jongste nummer van De Orde van de Dag, een criminologisch tijdschrift. De Hert wil door die processen-verbaal de kleur van de gecontroleerde jongeren in kaart brengen en politieracisme bestrijden. Hij meent dat de huidige wet aan de politie te ruime mogelijkheden tot identiteitscontrole biedt. Die controles mogen momenteel weliswaar niet willekeurig gebeuren, ze mogen niet op basis van iemands uiterlijk, maar moeten steunen op "gedragingen, materiële aanwijzingen of concrete omstandigheden van tijd en plaats”.

Vooral dat laatste kan erg ver gaan en omzeggens alles dekken. Volgens een arrest van het Hof van Cassatie van 24 januari 2001 is het feit dat twee personen bij het naderen van een politie-auto zenuwachtig worden, voldoende voor een (gerechtelijke) identiteitscontrole. Eerder al vonden specialisten zoals Franky Goossens (strafrecht, KULeuven) dat dit arrest te ver ging. Er moet een duidelijke invulling komen van wat de "redelijke gronden" zijn op grond waarvan een identiteitscontrole kan, stelde hij. Goossens vond ook dat de gecontroleerde persoon moet worden ingelicht van de redenen van de controle en dat de beginselen van proportionaliteit (de maatregel moet in verhouding staan tot het beoogde doel, nvdr) en subsidiariteit (de maatregel mag alleen genomen worden als andere, minder ingrijpende maatregelen, geen succes kunnen opleveren, nvdr) in de wet moeten worden ingeschreven.


Identiteitscontrole


De Hert betoogt dat België geen rechtstreeks toezicht op de wettigheid van een identiteitscontrole kent, terwijl de agenten in Frankrijk en Groot-Brittannië een proces-verbaal moeten opstellen. Hij wil dan ook de discussie starten over een verplicht proces-verbaal bij iedere identiteitscontrole. Als duidelijk wordt hoe identiteitscontroles verlopen, zal ook duidelijk worden of er politieracisme is en hoe groot dat is. De Hert wil dat racisme - terecht - volledig bannen. Maar of zijn strategie om dat doel te bereiken de juiste is, is een andere vraag. Zo verwijst De Hert naar een rapport van een niet nader gespecifieerd Europees netwerk van onafhankelijke experts dat een duidelijk verbod wil van ethnic profiling: indicatoren met betrekking tot ras, etniciteit, religie of nationale orgine mogen niet worden gebruikt als basis voor criminaliteitsbestrijding, ook niet in de strijd tegen het terrorisme. Hoe die strijd tegen het terrorisme dan wel efficiënt moet worden gevoerd, zeggen de onafhankelijke experts er niet bij.

De Hert's stuk staat in een themanummer over discriminatie bij Justitie en politie. Het themanummer bevat verder nog artikels over discriminatie bij de politie en in de gevangenissen, maar veel nieuwe elementen leveren die niet op.

Een aantal standpunten worden gesteld, maar niet bewezen. Zo zeggen de auteurs allemaal dat "het antidiscriminatiebeleid op een laag pitje brandt". Uit wat dit blijkt is niet duidelijk. Er waren in 2007 meerdere campagnes om de racismeproblematiek onder de aandacht te brengen, er zijn 15 meldpunten tegen racisme, er is een belangrijk ernstig gesubsidieerd federaal Centrum om het racisme te bestrijden én bovendien een belangrijk gesubsidieerd Vlaams centrum om het racisme te bestrijden (wat je voor veel andere misdrijven niet hebt), racisme is bij het parket een prioritair misdrijf waarvoor een referentiemagistraat moet worden aangesteld (en dat is maar voor weinig misdrijven zo), de antiracisme- en antidiscriminatiewetten zijn de voorbije jaren om de haverklap verstrengd. Er is geen "laag pitje", maar wellicht wel een onduidelijke en soms selectieve toepassing van de bestaande wetten.

Het themanummer brengt de pijnpunten voor politie en justitie met betrekking tot de antidiscriminatiewet onvoldoende in kaart, het brengt geen overzicht van de inhoud van de wet en hanteert vaak een problematische definitie van de term "discriminatie". Soms worden de ingenomen standpunten weinig gemotiveerd. Zo vindt professor Paul Ponsaers (criminologie, Universiteit Gent) "het toch wel eigenaardig om een job bij de politie te blijven verbinden met de nationaliteitskwestie". Wat zo eigenaardig is aan deze Europese verplichting dat politiemensen de nationaliteit van het land waar zij agent zijn moeten hebben, wordt niet verduidelijkt. Noch waarom België per se politiemensen van een andere nationaliteit zou moeten hebben, als het nu al zo moeilijk is voor de huidige politie-inspecteurs om op het grondgebied van een andere staat te opereren en als het bovendien erg makkelijk is om Belg te worden.


Paul Ponsaers


Opmerkelijk is ook het verschil tussen de Vlaamse en de Nederlandse auteurs. Deze laatste groep is veel kritischer tegenover het heersende discours.


De Orde van de Dag, 40, december 2007, 56 p., Kluwer

15 JANUARI 2008

MEEST RECENT