Greenpeace boekt naar eigen zeggen succes tegen Japanse walvisvloot

De milieuorganisatie Greenpeace heeft naar eigen zeggen de Japanse walvisvloot uit het vangstgebied in de zuidelijke Poolzee verdreven. Activisten van het schip Esperanza hadden het fabrieksschip Nisshin Maru honderden zeemijlen gevolgd, deelde de organisatie zondag mee. Het Japanse schip is uiteindelijk de 60ste lengtegraad gepasseerd, die het vangstgebied voor walvissen begrenst. "We zijn gekomen om de walvisvloot te stoppen en daar zijn we in geslaagd", luidde het voorts. Van Japanse kant kwam geen reactie.

Belga

Greenpeace houdt er echter rekening mee dat de Japanners het reeds verwerkte walvisvlees op een vrachtschip zullen overladen en daarna naar Antarctica zullen terugkeren. De organisatie had de vloot na dagenlang zoeken zaterdag eindelijk in het vizier gekregen. Ze bestaat naar verluidt uit twee opsporings- en drie vangschepen en het fabrieksschip.

Ondanks internationaal protest willen de Japanners in de Poolzee tot 1.000 walvissen "voor wetenschappelijke doeleinden" slachten. Critici zien daar een excuus voor commerciële visvangst in. De walvisvangst is sinds 1986 verboden, maar maakt uitzonderingen voor wetenschappelijk onderzoek.

Een jaar geleden was aan boord van de Nisshin Maru in de Antarctische Zee brand uitgebroken. Het schip met 1.000 ton olie aan boord dreef dagenlang op zee, waarna de Japanse vloot het vangstseizoen voortijdig beëindigde.