Een hand bij je laatste reis

Zopas zijn zestien nieuwe vrijwilligers gestart in het Centrum voor Palliatieve Zorg Sint-Camillus, naast het Sint-Augustinus-ziekenhuis. Ze staan er de twaalf patiënten bij in hun laatste levensfase.

“We zijn heel blij met deze nieuwe mensen”, glundert hoofdverpleegkundige Els Pauwels, die sinds 1995 op deze bijzondere dienst werkt. Met vrijwilliger Wim zit ze in het salon, dat in niets lijkt op de traditionele ziekenhuisruimte. Gezellige zetels, een grote kerststal en kerstboom, en twee kanariepieten, Kamiel en Gust, die elkaar overtroeven in het fluiten. “We hebben een groep van een vijftigtal vrijwilligers, maar soms haken er af, bijvoorbeeld omdat ze het mentaal onderschat hebben. Je ziet hier immers veel lichamelijke en geestelijke problemen en het werk confronteert je met je eigen sterfelijkheid.”

De nieuwe lichting bestaat volledig uit vrouwen van heel verschillende leeftijden. “Misschien zijn vrouwen toch nog altijd eerder zorgend en huiselijk dan mannen, maar”, geeft Els toe, “het is goed dat er toch ook mannen zijn aangezien sommige mannelijke patiënten wel eens liever van man tot man praten.”

De vrijwilligers krijgen na hun aanmelding een intakegesprek. “Zo zien we of ze de juiste ingesteldheid hebben. Iemand die zelf pas een geliefde verloren heeft, is wellicht erg gemotiveerd, maar dient eerst dit verlies een plaatsje te geven. Het luisteren is het allerbelangrijkste en dat kan je niet als je zelf vol verdriet zit.Een evenwicht vinden tussen inzet voor anderen en zorg dragen voor jezelf is van groot belang.”

Is het gesprek goed verlopen, dan krijgt de vrijwilliger een cursus over de concrete stervensbegeleiding: hoe ga je om met de lichamelijke aspecten, met de gezinssituatie van een patiënt, met zijn emoties zoals machteloosheid en angst, en zeker ook het spirituele. “De vrijwilliger moet aandacht hebben voor de zingevingsvragen van de patiënt, maar mag nooit iets opdringen. Daarom wordt hij ook altijd toegewezen aan een verpleegkundige die steeds verantwoordelijk blijft.”

Elke vrijwilliger mag maar één keer per week zes uur werken in Sint-Camillus. “Niet méér, om het op termijn vol te kunnen houden.”

Zieke collega

Vrijwilliger Wim Costermans (63) werkte tot 1997 bij Gazet van Antwerpen. “In dat jaar bezocht ik regelmatig mijn zieke collega op deze afdeling. Zo kreeg ik waardering voor de verpleegkundigen en de vrijwilligers en dacht ik stilaan: “Dit is mijn ding.” Ik had daarvoor mijn zieke schoonvader ook lang verzorgd, dat ging me goed af.”

Wim meldde zich aan en komt nu al tien jaar elke donderdag helpen. “Bij het binnenkomen krijg je een briefing. Soms is dat pijnlijk, als er in de voorbije week iemand overleden is. Dan krijg je een verpleegkundige toegewezen en samen gaan we naar de zieken. We mogen geen verzorgende of medische handelingen doen, alleen praten met de patiënt, een wandelingetje maken, iets klaarmaken in de keuken. Ik zet me in om deze mensen in hun laatste weken extra comfort en steun te bieden. Vanmiddag ben ik bijvoorbeeld bij een angstige patiënt gaan zitten en heb zijn hand vastgehouden, zonder iets te zeggen. Daar werd hij rustig van.”

Dit vrijwilligerswerk heeft Wim veranderd. “Ik heb geleerd niet te oordelen, zeer voorzichtig te zijn in mijn uitspraken over andere mensen. Je kan de knop niet omdraaien als je hier buitenkomt, je zal ook de rest van de week meer betrokken zijn bij je medemens, meer respect hebben. Het gaat dus veel verder dan de dankbaarheid van de patiënten, al doet die natuurlijk ook deugd. Hier gebeuren soms mirakels, zoals een jarenlange familieruzie die in extremis wordt bijgelegd. Wij gaan niet onderhandelen, dat is onze taak niet, maar we scheppen de juiste rustige sfeer.”

Boris ROUSSEEUW

coördinator vrijwilligerswerk

Lut Van Campenhout

03-443.33.55

lut.vancampenhout@gza.be

CITTA

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio