Kosovaarse doodrijder 17-jarige vraagt objectieve benadering feiten

Een 26-jarige Kosovaar heeft vrijdag aan de Brugse correctionele rechtbank in beroep gevraagd om het dodelijke ongeval dat hij op 12 augustus veroorzaakte onpartijdig en genuanceerd te bekijken. De Kosovaar meent dat de politierechter die hem destijds drie jaar effectieve cel en zeven jaar rijverbod oplegde, de deontologie te buiten ging. Bij het ongeval kwam een 17-jarige fietsster om het leven.

Belga

De 26-jarige Kosovaar reed op 12 augustus 2007 in de Magdalenastraat in Brugge op een kruispunt een 17-jarig meisje aan. De man had geen rijbewijs en reed te snel. Hij ontkent de feiten niet maar vraagt in beroep wel een verdeling van de verantwoordelijkheid. Het gebrek aan een geldig rijbewijs schrijft zijn advocaat toe aan de gebrekkige kennis van het Nederlands van de Kosovaar. Daardoor slaagt hij niet voor zijn theoretisch examen. Het vluchtmisdrijf wordt ontkend omdat de Kosovaar stopte maar daarna onmiddellijk zijn broers ging halen. Zij waren al ter plaatse voor de politie arriveerde.

De verdediging stelde dat de politierechter destijds het vermoeden van onschuld met de voeten trad. Dat blijkt uit de korte duur waarop het vonnis werd gemaakt en de eigen lofzang in het motiverende gedeelte. "Een rechter mag bij zijn denken een lijn volgen maar mag zich geen macht toe-eigenen", sprak advocaat Jo Goethals voor de Kosovaar. Het 18 bladzijden tellend vonnis werd volgens de verdediging in 45 minuten geschreven wat bewijst dat het voor het pleidooi werd gemaakt.

Het openbaar ministerie en de burgerlijke partijen vragen een integrale bevestiging van het vonnis. Volgens de burgerlijke partij verdient de politierechter hulde omdat hij op korte tijd een dergelijk gemotiveerd vonnis maakte.

De rechtbank doet uitspraak op 1 februari 2008.