010108: Meer autonomie inzake personeelsbeleid voor gemeenten

Vanaf 2009 zouden de Vlaamse lokale besturen elk een verschillend personeelsstatuut kunnen hebben. Dat is een gevolg van een besluit rond het personeelsbeleid van Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen (Open Vld) dat op 1 januari 2008 in werking treedt.

bsouffreau

In het besluit wordt een kader uitgewerkt waarbinnen steden, gemeenten en provincies hun personeelsbeleid kunnen voeren. Dat kader bevat geen uniform statuut voor de zowat 80.000 personeelsleden, maar laat de besturen in grote mate vrij om zelf keuzes te maken. Minister Keulen spreekt van "lokaal maatwerk" en "respect voor de lokale autonomie".

Volgens Keulen bevat het voorgestelde kader verschillende innovaties. Lokale besturen krijgen bijvoorbeeld de keuze functioneringspremies te geven, jaarlijks of tweejaarlijks werknemers te evalueren of selectieprocedures te organiseren. Daarnaast mikt het besluit op een maximale gelijkschakeling tussen contractuelen en statutairen, waardoor contractuelen ook kunnen opklimmen in de organisatie.

Voorts is het de bedoeling dat rekening wordt gehouden met de anciënniteit uit de privésector of als zelfstandige. Ook een aantal discriminaties tegenover deeltijds werkenden wordt weggewerkt. Deeltijdse diensten worden voortaan net als voltijdse diensten voor 100 procent meegerekend bij de berekening van de anciënniteit. Deeltijds werkenden zullen ook niet meer uitgesloten worden voor bevordering, louter en alleen omdat ze deeltijds werken.

Het besluit treedt in werking op 1 januari 2008. De besturen krijgen tot 2009 om hun statuten aan te passen aan de nieuwe regelgeving.

Terug naar het overzicht met alle wijzigingen die op 1 januari 2008 worden doorgevoerd.