Grondwettelijk Hof vernietigt twee bepalingen wapenwet

Het Grondwettelijk Hof heeft woensdag twee bepalingen vernietigd uit de wapenwet. Dat gebeurde na verschillende beroepen die de gedeeltelijke of zelfs volledige vernietiging van de wet beoogden.

Belga

De wapenwet zag in juni vorig jaar het levenslicht. De dodelijke schietpartij in Antwerpen, waarvoor Hans Van Themsche onlangs werd veroordeeld, bracht het dossier toen in een stroomversnelling. De wet voorziet onder meer dat iedere bezitter van een wapen een vergunning moet kunnen voorleggen. Recent werd de tekst nog aangepast. Zo werd de amnestieperiode voor de regularisatie van wapens verlengd tot 31 oktober volgend jaar.

Het Grondwettelijk Hof vernietigde woensdag de bepaling waardoor de ambtenaren die bevoegd zijn voor het opsporen en vaststellen van inbreuken op de wet, zich te allen tijde toegang mogen verschaffen tot alle plaatsen waar de erkende personen, zoals wapenhandelaars, hun activiteiten uitoefenen.

Het Hof herinnert eraan dat in sommige andere bijzondere gevallen de wetgever is afgeweken van de algemene regel dat voor een opsporing thuis een rechterlijke machtiging nodig is. Bovendien kan de aard van de mogelijke inbreuken - die op illegaal wapenbezit slaan - een regeling verantwoorden die afwijkt van het gemeen recht.

Toch vindt het Grondwettelijk Hof dat het ontbreken van elke waarborg voor de rechten van de erkende personen, "kennelijk onevenredig" is met het nagestreefde doel. Om overdreven gevolgen te vermijden als gevolg van de retroactieve werking van het arrest, worden de gevolgen van het vernietigde artikel gehandhaafd tot aan de publicatie van het arrest in het Staatsblad. Daarnaast vernietigt het Hof een bepaling in het artikel waarin de voorwaarden staan om een vergunning te krijgen voor het voorhanden hebben van een vergunningsplichtig wapen. De bepaling stelt dat wie een vergunning aanvraagt voor een wapen zonder munitie, slechts aan twee redenen kan voldoen: de intentie om een verzameling historische wapens op te bouwen of de deelname aan historische, folkloristische, culturele of wetenschappelijke activiteiten.