18 december is de Internationale Dag van de Migrant

Vandaag is het de Internationale Dag van de Migrant. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding voert naar aanleiding daarvan actie in het Brussels Centraal Station. Door de dag willen de Verenigde Naties, die de dag hebben uitgeroepen, vooroordelen tegen migranten wegwerken. Uit de recentste statistieken blijkt dat België er door de migratie jaarlijks een stad zoals Lier, Geel of Tienen bijkrijgt. In 2005 telde ons land 90.337 nieuwkomers (een absoluut record) en 30.992 daarvan bleven ook hier. De migratie gebeurt steeds meer via gezinshereniging, ze wordt gevarieerder, ze vervrouwelijkt en vergrijst. Maar toch komt nog de helft van de immigranten uit een land van de Europese Unie.

John De Wit

BR>

Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding stelde maandag een nieuw onderzoek van Nicolas Perrin (UCL) over migratie voor. In september 2006 nam de Koning Boudewijnstichting een soortgelijk initiatief. Onder leiding van de Antwerpse professor Marc Swyngedouw onderzochten toen vier universiteiten de situatie van de allochtonen in België. Voor het eerst werden niet alleen de buitenlanders geteld, maar ook de Belgen van buitenlandse afkomst. Wat blijkt uit de samengesprokkelde cijfers van beide onderzoeken?

Marc Swyngedouw

Hoeveel allochtonen en nieuwkomers?

* Ons land telde op 1 januari 2006 1,625 miljoen personen die de buitenlandse nationaliteit hadden bij hun geboorte. Dat is 15,5% van de bevolking van België. Maar als je de mensen telt met minstens één ouder die de buitenlandse nationaliteit had bij zijn geboorte, dan kom je aan 19,4%, zo wees de nieuwe studie van Nicolas Perrin (UCL) uit. Dat zijn uiteraard nog niet alle allochtonen die in België verblijven, omdat men in de statistieken maar kan teruggaan tot de ouders, niet tot de grootouders. De derde generatie die hier als Belg is geboren is er dus niet bij.

* De migratie naar ons land neemt sterk toe. Weliswaar werd in 1974 een migratiestop afgekondigd, maar die heeft nooit gewerkt. Vandaag komen meer mensen België binnen dan vóór 1974. In 2005 kwamen in België 90.337 legale immigranten toe. Daarmee werden de records van na de tweede wereldoorlog (1948) en na de onafhankelijkheid van Congo (1964) geklopt.

* Tussen 1983 en einde 2005 is het aantal nieuwkomers verdubbeld. Het aantal vertrekkers, emigranten, is vandaag nog even hoog als in 1964. In totaal komen er jaarlijks tussen de 30 en de 35.000 migranten bij (in 2005: 30.922). Dat is een stad zoals Lier, Geel of Tienen. Illegalen zijn hier uiteraard niet in meegeteld en de aangroei door geboortes in België ook niet.

Vanwaar komen ze?

* De herkomst van die nieuwkomers verandert sterk. De hele twintigste eeuw lang vertegenwoordigde de instroom uit Frankrijk, Duitsland en Nederland maximum 30%. In 2005 stonden de Fransen en de Nederlanders bij de immigranten nog steeds bovenaan met elk 13%. Daarna volgden de Marokkanen (9%), de Polen (6%), de Duitsers en de Turken (elk 4%). In tegenstelling tot een veel gehoord vooroordeel, komt de helft van de immigranten uit staten van de Europese Unie. Maaar sinds 2000 stelt men ook een spectaculaire stijging vast van nieuwe Aziatische migranten uit India, Japan, Thailand, Pakistan en de Filippijnen. De instroom wordt dus gevarieerder.

* In vergelijking met 1990 komen er nu twee keer zoveel Marokkanen ons land binnen. Marokkanen zijn de sterkste groeiers bij de nieuwkomers. Omdat ze maar weinig opnieuw emigreren, groeide het aantal Marokkanen alleen al door de immigratie in 2005 aan met 6.300 personen.

Wie zijn ze?

Het beeld van de tijdelijke, mannelijke handarbeider is voorbijgestreefd. De migrant vervrouwelijkt. Vooral bij de Marokkanen en Turken komen door de gezinshereniging steeds meer vrouwen naar hier. Er is nu een licht vrouwenoverschot.

Belangrijk is ook de vergrijzing. Er komen steeds meer oudere mensen naar hier. Er zijn nu 10 keer meer Marokkanen van boven de 65 die naar België afzakken dan vijftien jaar geleden. Ook hiervoor is de gezinshereniging verantwoordelijk. Deze tendensen tekenen zich eveneens af bij de gevestigde allochtone bevolking.

Waar wonen ze?

* De vijf grote agglomeraties (Brussel, Antwerpen, Gent, Luik en Charleroi) tekenen voor 45% van de allochtone bevolking van België, Brussel alleen al voor 29%. Er zijn in ons land geen gemeenten meer zonder allochtonen. Hun aantal is nog verwaarloosbaar in West-Vlaanderen (behalve in de kust- en grensgemeenten), in de driehoek Brussel-Kortrijk-Gent, in het Hageland en in het zuiden van de Kempen. In Sint-Joost is 70% van de inwoners allochtoon, in Antwerpen 24%.

Migranten op de bus

* De tweede en de derde generatie zit vooral in Wallonië. Daar verblijft 44% van de allochtonen uit die groep. Vlaanderen heeft 30% uit deze categorie en die woont vooral in Antwerpen, Gent en de vroegere mijngemeenten van Limburg. Migranten die in de afgelopen vijf jaar naar België kwamen, trokken vooral naar Vlaanderen: 40% vestigde zich in het noorden van het land, tegen slechts 23% in Wallonië.

* Wallonië heeft vooral allochtonen uit de Europese Unie. 49% van de vreemdelingen uit de vroegere 15 lidstaten van de EU woont in Wallonië, voor de Italianen is dat zelfs 75%. Van de Marokkanen woont slechts 16% in Wallonië, tegen 32% in Vlaanderen en 51% in Brussel. De Turken wonen dan weer in meerderheid in Vlaanderen, voornamelijk in Antwerpen en Gent.

* Vlaanderen vangt ook de meeste Oost-Europeanen op (38%), voornamelijk vrouwen uit de Balkan. En ook de meeste Aziaten (50%) trekken naar Vlaanderen, vooral naar Antwerpen.

Hoe evolueert allochtone bevolking?

* Tussen 1991 en 2005 is de allochtone bevolking met bijna 28% gegroeid, de autochone Belgische met amper 0,9%. Volgens de studie van de UCL "duurt het in dit tempo 1.000 jaar om de autochtone bevolking van ons land te verdubbelen, terwijl de allochtone bevolking in 35 jaar verdubbeld is". Het verschil heeft uiteraard vooral te maken met de grootte van beide groepen. Voor die demografische groei van de allochtone bevolking zijn bijna uitsluitend de mensen van buiten de EU verantwoordelijk. Zij tekenen voor 70% van de aangroei van de allochtonen.

* Tussen 1991 en 2005 kwamen er in België meer allochtone Marokkanen bij dan autochtone Belgen, terwijl de Marokkanen maar 2% van de bevolking van het land uitmaken. Maar we zien ook dat in diezelfde periode de Marokkaanse gezinnen kleiner werden en het aantal alleenstaanden en eenoudergezinnen toenam.

Belg worden helpt niet op het werk

"Belg worden helpt niet om werk te vinden." Dat zegt de Leuvense professor Albert Martens, die de arbeidssituatie van de allochtonen onderzocht. Professor Martens: "Uit de cijfers (van juni 2001) blijkt dat 60% van de Marokkanen, Turken en Afrikanen van onder de Sahara zich heeft laten naturaliseren. Maar zij vinden niet meer werk dan hun landgenoten die geen Belg wilden worden. Van de Marokkanen die géén Belg werden is 30% werkloos, van de nieuwe Belgen onder de Marokkanen 31%. De autochtonen telden 12% werklozen. Ook bij de Turken heb je geen enkel verschil tussen genaturaliseerden en niet-genaturaliseerden en de Afrikanen van onder de Sahara zijn zelfs een derde vaker werkloos als ze Belg werden!"

"Als Marokkanen en Turken werk vinden, dan komen ze bovendien meestal terecht in de lagere loonklasse (landbouw, industriële reiniging, hotels, restaurants) en hebben ze kwetsbare jobs. In hogere loonklassen (de banken) en bij de overheid of in het onderwijs dringen ze niet door. Belg worden helpt ook hier niet. Minder dan 5% van de mannelijke, werkende Marokkaanse nieuwe Belgen werkt bij de overheid, tegenover een derde van de autochtone Belgen. Bij de vrouwelijke, werkende Marokkaanse nieuwe Belgen is dat cijfer 8,6%, de helft van het percentage van autochtone Belgische vrouwen. In de ambtenarij scoren vooral de Turken heel slecht".

Martens besluit dat "de lagere sociale klasse steeds meer gekleurd wordt". Een klassenfenomeen wordt zo een ethnisch fenomeen.

"Leraars moeten naar allochtone ouders gaan"

"De ouders van allochtone kinderen moeten niet naar de school gaan om over hun kinderen te spreken, de leraars moeten zelf naar de ouders thuis gaan". Dat zegt de Antwerpse professor Christiane Timmerman (UA). Onder haar leiding werd nagegaan hoe het onderwijs functioneert als integratiemiddel. Timmerman stelde vast dat - in tegenstelling tot een veel verspreid vooroordeel - allochtone ouders net zo geïnteresseerd zijn in de wederwaardigheden van hun kinderen op school als autochtone ouders.

"Maar ze zijn veel minder goed geïnformeerd over ons onderwijssysteem. Ze krijgen vaak gebrekkige en gekleurde informatie, soms alleen van hun kinderen zelf. De school kan daaraan veel doen. In plaats van te verwachten dat de ouders spontaan naar de school komen om het gedrag van hun kind te bespreken, moet de school zelf naar de huiskamers van families met een ethnische achtergrond worden gebracht. De leraars moeten minder tijd steken in les geven en ze moeten op huisbezoek! Hun opleiding moet bovendien beter, zodat ze de culturen van hun leerlingen begrijpen".

Timmerman stelde ook dat het beleid beter gewoon de concentratiescholen aanvaardt omdat ze toch zullen blijven bestaan. “De politiek investeert beter in de kwaliteit van het onderwijs in die scholen dan in de afbouw ervan”.

18 DECEMBER 2007

MEER OVER John De Wit