Professor Rimanque wil grondwet in alle stilte helemaal herzien

Professor Rimanque wil grondwet in alle stilte helemaal herzien

Professor Rimanque wil grondwet in alle stilte helemaal herzien

Print
"Als we niet willen dat onze grondwet evolueert naar een deels wel fundamentele, maar verder overbodige en verwarrende akte, dan zou men nu best buiten het politiek strijdgewoel werken aan een nieuwe, moderne grondwet. In geen geval is het aangewezen om de procedure om de grondwet te herzien te vereenvoudigen".
BR> Dat stelde grondwetsspecialist Karel Rimanque vrijdag aan de Universiteit van Antwerpen in zijn laatste les voor hij met emeritaat ging. Die les was een vernietigende analyse van de wijze waarop de politici omspringen met onze grondwet. Rimanque pleitte ervoor om allerlei dingen die niet in de grondwet thuishoren, zoals de vlag en de Belgische spreuk, uit de grondwet te verwijderen.

Terwijl die grondwet tot de Tweede Wereldoorlog slechts twee keer is herzien, hadden vanaf 1954 twaalf van de zestien parlementen een grondwetgevende bevoegdheid en vanaf 1987 hadden ze dat allemaal. Een verklaring om de grondwet te herzien lijkt wel de normale procedure om het parlement te ontbinden, terwijl ze eigenlijk uitzonderlijk hoort te blijven. En nochtans komt er in de praktijk steeds minder van die grondwetsherzieningen terecht. Bij de eerste herziening in 1893 werden nog 85% van de artikelen die zouden herzien worden, ook effectief veranderd. Tijdens de voorbije legislatuur van Paars slechts 5% en dan nog ging het om artikelen die inhoudelijk weinig voorstelden, zoals de afschaffing van de doodstraf, die door verdragen al wordt opgelegd. Of het ging om verwarrende artikelen, zoals het nieuwe artikel 7 bis, dat duurzame ontwikkeling en solidariteit tussen de generaties inschrijft in de grondwet en dat amper enkele weken na de invoering op 25 april 2007 alweer voor herziening vatbaar werd verklaard op 2 mei 2007.

Ondertussen raakt onze grondwet op allerlei punten achterop. Rimanque vergelijkt ze met de catalogus van een veiling. Naast waardevolle kunstwerken en voorwerpen, wordt ook een rist prullaria geveild, sommige worden in één lot gestouwd, kwestie van de veiling niet nodeloos te rekken voor enkele tientallen euro. Zo is ook onze grondwet, meent Rimanque.

Sommige artikelen zijn totaal voorbijgestreefd, zoals artikel 66, dat bepaalt dat de Kamerleden 12.000 frank per jaar verdienen en artikel 71, dat leert dat de Senatoren niets verdienen. Artikel 41 bevestigt de afschaffing van het imperatief mandaat van de parlementsleden. Voor de Franse revolutie verdedigden parlementsleden alleen de belangen van de streek of van de groep waaruit ze kwamen, daarna van de hele natie. Artikel 73 noemt iedere vergadering van de Senaat, buiten de zittijd van de Kamer, nietig en ook dat artikel is totaal gedateerd, want het is een restant van het wantrouwen in de Senaat zoals die was samengesteld onder Napoleon en onder de Nederlandse Koning Willem I.


Napoleon


Ook artikel 29 over het briefgeheim is voorbijgestreefd: al sinds 1954 verklaart men het telkens vatbaar voor herziening om het te kunnen aanpassen aan de moderne communicatiemedia, maar het werd nooit herzien. Een resem andere artikelen verwijzen naar dingen die niet meer bestaan. Zo leert artikel 10 dat er geen onderscheid mag zijn tussen de standen: het artikel had betekenis in 1830 omdat het parlement deels was samengesteld uit standen (de adel, vertegenwoordigers van de steden en vertegenwoordigers van het platteland), maar nu zijn die al lang verdwenen.

Ook het verbod voor personen om individueel verzoekschriften bij het parlement in te dienen dateert van Jezukes tijd, net zoals het verbod om pastoors te verbieden brieven naar hun bisschoppen te sturen, of het verbod op de burgerlijke dood, dat best vervangen zou worden door een verbod op een wrede, onmenselijke of vernederende straf, zoals artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens bepaalt. Deze rariteiten moeten uit de grondwet verdwijnen, meent Rimanque. De prof suggereert om ook de vlag, de Belgische kenspreuk (Eendracht maakt macht) en het rijkswapen uit de grondwet te verwijderen.


Eendracht maakt macht


Maar er zijn ook een reeks nieuwe rariteiten die nog maar heel recent zijn ingevoerd en die niet in een grondwet hoeven te staan. Zo zijn er liefst drie artikelen die aanduiden dat parlementsleden gratis met het openbaar vervoer mogen reizen. Dit heeft niets te maken met de wezenlijke elementen van de inrichting van de Belgische staat, en daar hoort de grondwet over te gaan, meent Rimanque. Ook de ruimte die wordt besteed aan de Hoge Raad voor de Justitie (40% van alle ruimte voor de rechterlijke macht in de grondwet) is buitensporig: hij krijgt vier maal meer plaats dan het Grondwettelijk Hof. Districtsraden en gemeentelijke volksraadplegingen lijken in de Grondwet belangrijker dan het Grondwettelijk Hof.
De bevordering van de aanwezigheid van beide geslachten in de politieke organen beslaat een vierde van de ruimte die is gewijd aan alle fundamentele rechten van de Belgen en ook dat is buitensporig. Sommige artikelen verwijzen naar organen die volgens de grondwet niet eens moeten bestaan (de federaties van gemeenten, de bestendige deputatie, het schepencollege...). En sommige stukken van de grondwet zijn totaal onleesbaar. De uitoefening van de provinciale bevoegdheden in Brussel-Hoofdstad (artikel 163) noemt Rimanque "een cryptogram", dat een grondige voorkennis van het staatsrecht vereist om er aan uit te geraken.

Nog erger zijn de flagrante tegenspraken binnen de grondwet zelf. Zo bepaalt artikel 39 uitdrukkelijk dat de Gewesten niet de bevoegdheden van de Gemeenschappen kunnen uitoefenen, terwijl artikel 138 dit uitdrukkelijk mogelijk maakt voor het Waalse Gewest.

Een verder probleem is de verhouding tot de bijzondere wetten. In 1970 werden die ingevoerd en verplicht voor vijf aangelegenheden, momenteel gelden ze al voor 29 materies. Bijzondere wetten moeten worden aanvaard met een twee derde-meerderheid én een meerderheid in elke taalgroep, terwijl voor een herziening van de grondwet een tweederdemeerderheid volstaat. Er is geen enkele rationele verklaring te vinden waarom iets geregeld moet worden in de grondwet, dan wel in bijzondere wetten. Zo zijn de essentiële regels over de benoeming van rechters altijd in de Grondwet geregeld, maar over de manier van benoemen van de leden van het Grondwettelijk Hof rept de grondwet niet. Dat mag bij bijzondere wet gebeuren.


Koning Albert II ondertekent de Belgische grondwet op 17 februari 1994


Rimanque beklemtoont dat ook de verhouding tot de verdragen onduidelijk is. Ook zij verdient een betere regeling. En verder definieert de grondwet België als een federale staat, terwijl er duidelijke tekenen zijn dat we al midden in een evolutie naar een con-federale staat (een staat die uit twee deelstaten bestaat en die eigenlijk nog zelf maar een paar bevoegdheden heeft, nvdr) zitten. Maar Rimanque spreekt zich uitdrukkelijk uit tegen het separatisme. "In zijn zuivere vorm is het een dwaalspoor", zo zei hij.

De prof eindigde relatief pessimistisch. "Heeft iemand tijdens deze regeringsonderhandelingen veel van de herziening van de Grondwet vernomen? Men zal vermoedelijk het dorre hout uit de grondwet niet kappen. De vraag wat thuishoort in een grondwet en wat in bijzondere wetten en wat gewoon uit de rechtsorde mag verdwijnen, zal vermoedelijk de minste zorg van de politieke middens blijven. Ik verwacht wel dat de grondwet verder zal opgezadeld worden met nieuwe onschuldige bepalingen, waarvan de omvang omgekeerd evenredig is met de juridische relevantie".

Voor Rimanque blijven belangrijke vraagstukken "zoals de verhouding tussen de hoogste rechtscolleges, de structuur van de federale politieke instellingen, de institutionele autonomie van de onderdelen van de Belgische Unie, en een aangepaste herschrijving van de rechten en vrijheden, buiten het politieke debat". Daarom bepleitte hij een herschrijving van de grondwet “buiten het politieke gewoel”. Hoe dat moet gebeuren zegde hij verder niet. Maar hij vond wel dat de huidige procedure om de grondwet te herzien (artikel 195) zeker niet mag worden vereenvoudigd omdat dan het gevaar dreigt dat alle lacunes en prullaria in de grondwet nog toenemen.

17 DECEMBER 2007

Nu in het nieuws