Aantal Nederlanders in basisscholen stijgt niet langer

Voor het eerst in tien jaar stagneert het anders almaar stijgende aantal Nederlandse kinderen in Vlaamse basisscholen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Vandenbroucke.

bsouffreau

BR>

Dit schooljaar (2007-2008) zijn in het Vlaamse kleuteronderwijs en lager onderwijs 11.053 kinderen met de Nederlandse nationaliteit ingeschreven - 10.621 in het gewoon en 432 in het buitengewoon onderwijs.

Vorig schooljaar (2006-2007) telde het Vlaamse basisonderwijs 11.043 Nederlandse kinderen. Dat betekent dat er voor het eerst in tien jaar sprake is van stagnatie.

Vorig schooljaar waren er nog 1.010 Nederlandse basisschoolleerlingen bij gekomen, in het schooljaar 2005-2006 1.081 - het record van de laatste tien jaar. Sinds het schooljaar 1997-1998 is het aantal Nederlandse leerlingen in Vlaamse basisscholen telkens beduidend gestegen.

In 1997-1998 ging het om 5.341 kinderen, in 1999-2000 om 5.714 kinderen, in 2001-2002 om 6.768, in 2003-2004 om 8.180 en in 2005-2006 om 10.033.

De provincie Limburg telt in het gewoon en buitengewoon onderwijs in Vlaanderen nog steeds de meeste Nederlandse kleuters en leerlingen, gevolgd door Antwerpen. In Limburg zitten er 4.499 kinderen op de gewone basisschool (1.604 kleuters, 2.895 leerlingen), 236 op de buitengewone. In Antwerpen gaat het respectievelijk om 3.982 (1.470 kleuters, 2.512 leerlingen) en 109 kinderen.

Waarom die stagnatie? Volgens Ludwig Naert, directeur van de Basisschool Kruisheren - Ursulinen in Maaseik is de verklaring duidelijk: het leven is te duur geworden.

Naert: “De onvrede in Nederland over hún onderwijssysteem is nog even groot, maar het budget voor kwalitatief hoogstaander onderwijs in België is kleiner geworden. De Nederlanders wíllen hun kinderen nog wel een betere opleiding geven, maar hun portefeuille - met name door de benzineprijzen - laat dat niet meer toe.”

‘s Morgens komen er in Maaseik heel wat busjes toe met Nederlandse leerlingen. Naert: “Een voorbeeld. We hebben een meisje dat in Nederland voor haar aandachtsstoornis naar het buitengewoon onderwijs was gestuurd. Maar daar zat ze duidelijk niet op haar plek. Bij ons is ze dan naar het eerste leerjaar gekomen. En nu komt ze samen met vijftien andere leerlingen vanuit Roermond, toch 35 km van hier. Dat kost in een jaar een hoop geld.”

Sylvia MARIËN