Het ging nooit beter met Germinal Beerschot

Het Kiel kan zijn pret niet op. Met zes competitiezeges op rij is Germinal beerschot al weken bezig aan een unieke reeks. Maar de superlatieven gelden tegenwoordig niet alleen op het veld. budget, transferinkomsten en toeschouwersaantallen: Germinal beerschot breekt dezer dagen het ene record na het andere. Nooit was er meer geld, nooit waren er zoveel supporters, nooit telde de club zoveel punten, nooit werden er zo’n lucratieve transfers gedaan. Antwerpen lacht. Het ging nooit beter met Germinal beerschot dan vandaag.

bsouffreau

BR>

Nooit meer punten

Vierde met 27 punten, en dat na vijftien speeldagen. Sinds de fusie tussen Germinal Ekeren en Beerschot in 1999 hebben ze het op het Kiel nooit meegemaakt. Tot dusver was een zesde stek met 26 punten de beste prestatie, en daarvoor moeten we al terug naar het allereerste seizoen van Germinal Beerschot. Voorts zat de club in het zicht van de winterstop meestal diep verscholen in de buik van het klassement. Is dit de beste ploeg in negen jaar?

“De beste, dat weet ik niet”, zegt aanvoerder Kurt Van Dooren. “Maar alleszins de breedste. Neem alleen al de alternatieven centraal achterin: ik, Dheedene, Lembi, Né, Ederson... Dan heb je mogelijkheden.” Herman Kesters, ondervoorzitter, bevestigt: “In het verleden was er minder evenwicht, in de kern én op het veld. Het middenveld is het beste bewijs. Met Colman, Losada en Cruz hebben we creatief vermogen, maar evengoed beschikken we met Ederson en Wamfor over solide controlerende spelers. Die luxe, die variatie, in aantal spelers en in kwaliteit, hadden we vroeger niet. Zelfs vooraan. We hebben misschien niet die ene superspits die er 26 instampt. Maar met Malki en Dosunmu hebben we wel twee aanvallers die op hun manier ook renderen. En ik heb liever twee spitsen die er elk dertien intrappen, dan eentje die er 26 intrapt. Dan ben je niet zo afhankelijk van die ene speler.”

Nooit een beter doelsaldo

Een doelsaldo van plus 10. Alweer zo’n record. Alleen in 2001 kwam Germinal Beerschot, toen nog met Franky Van der Elst als coach, in de buurt van dit cijfer. Toen had de ploeg liefst 32 keer gescoord en 23 goals geïncasseerd en had het een saldo van plus 9. Nadien, en dat zes seizoenen lang, stond de club na vijftien speeldagen telkens in de mincijfers. Nog opvallend: nooit slikte Germinal Beerchot minder goals dan vandaag: amper dertien in vijftien wedstrijden.

Aldus Kesters, sterke man naast voorzitter Jos Verhaegen: “De grote kracht van dit elftal is dat we voortaan bij elke match thuisgeven. Vroeger stonden we in sommige wedstrijden, vaak buitenshuis, nergens. Dat is veranderd onder Harm Van Veldhoven. Het is misschien niet altijd even mooi, maar we zijn sluwer geworden. Ook als we niet beter zijn dan de tegenstander, kunnen we tegenwoordig winnen. Waardoor we veel meer punten pakken in onze uitwedstrijden. Maar wij zijn er nog niet. Wie de geschiedenis van het Kiel kent, weet dat het hier vaak ‘alles of niets’ is. Zie dit seizoen. Zo matig ons seizoenbegin was, zo schitterend verloopt het vandaag. Vandaar onze opdracht: nog constanter worden.”

Nooit meer supporters

Jarenlang schommelde het aantal toeschouwers op het Kiel ergens tussen de zeven- en achtduizend. En op een uitverkocht huis moesten ze in de eerste jaren na de fusie al helemaal niet hopen.

Ter illustratie: het duurde bijna drie volle seizoenen, tot mei 2002 en de afscheidswedstrijd van Marc Degryse, vooraleer het Olympisch Stadion een eerste keer volliep. Zo groot is het verschil met vandaag. Met een gemiddelde van bijna 9.500 toeschouwers per thuiswedstrijd kolkt het Kiel als nooit tevoren. En wie tegenwoordig de topaffiches tegen Anderlecht, Club Brugge of Standard wil bijwonen, is er maar beter snel bij. Een uitverkocht stadion is al een tijdje geen zeldzaamheid meer.

“Het blijft maar in de lift zitten”, beaamt ondervoorzitter Kesters. “Zelfs voor wedstrijden tegen clubs als Bergen en Roeselare hebben we gemiddeld 1.000 tot 1.500 toeschouwers meer dan in het verleden. Het voetbal lééft weer op het Kiel.”

Kesters heeft er ook een verklaring voor. “Eén: we profiteren mee van een algemene, positieve tendens in het Belgische voetbal. Twee: wie bovenaan meedraait, lokt altijd meer volk. Drie: onze toeschouwers zijn zeer trouw. Eens ze de weg naar het Kiel gevonden hebben, blijven ze terugkomen. En vier: we hebben de jongste seizoenen gewerkt aan iets meer comfort voor onze supporters.”

Bovendien is de grens nog niet bereikt. “Zie naar Gent of Charleroi. Net als Antwerpen zijn dat grotere agglomeraties en ook daar blijft het toeschouwersaantal toenemen. Er zit dus nog rek in. Zeker als dat nieuwe en grotere stadion er ooit komt.

Nooit hogere transferinkomsten

Weer rinkelt de jackpot als nooit tevoren. Liefst drie miljoen euro ontving Germinal Beerschot afgelopen zomer voor François Sterchele, meteen de duurste transfer ooit voor de Antwerpse fusieclub.

En ook hier tekent zich een trend af: sinds de terugkeer van Jos Verhaegen op het Kiel in 2004 kan de club elk seizoen op iets hogere transferinkomsten rekenen.

“Daaraan merk je dat onze spelers meer gegeerd zijn”, zegt ondervoorzitter Herman Kesters. “Op zich is dat een compliment voor Germinal Beerschot. Een club die het goed doet, ziet ook haar spelers in waarde toenemen. AA Gent toont dat al jaren. Sinds die club bij de top vijf aanleunt, vangen ze elk jaar miljoenen aan transfers. Ook bij ons zie ik in deze kern alweer spelers die ons straks best nog iets kunnen opleveren: Colman, Losada, Ederson. Blijven ze bij ons, graag dan. Maar als ze vertrekken, zal het niet gratis zijn.”

Voorzitter Jos Verhaegen voegt er nog aan toe: “Het bewijst dat ons transferbeleid al bij al nog niet zo slecht is, denk maar aan Hoefkens en De Decker. Natuurlijk slaan ook wij de bal al eens mis, maar globaal genomen mogen we tevreden zijn van onze transfers de voorbije jaren.”

Nooit een groter budget

Negen miljoen euro bedraagt het budget van Germinal Beerschot vandaag, alweer een tikje meer dan vorig seizoen. Maar vooral: liefst 5,5 miljoen euro meer dan dik drie seizoenen geleden toen Jos Verhaegen opnieuw het roer in handen nam bij Germinal Beerschot.

“Voordien zwaaide Ajax hier de plak”, zegt Verhaegen. “Officieel hadden ze hier toen een budget van zo’n 6 miljoen euro. Maar wat ze er niet bij zegden, was dat Ajax elk seizoen dik drie miljoen moest bijpassen. Zo groot was het tekort.”

Onder Verhaegen werd hier resoluut komaf mee gemaakt. Hij schroefde het budget drastisch terug naar 3,5 miljoen euro, om van daaruit opnieuw te groeien. “We hebben eerst en vooral fors bezuinigd”, aldus ondervoorzitter Kesters.

“Daarnaast hebben we een meevallertje gehad met de Belgische beker en onze Europese campagne in 2005, is werk gemaakt van een gedegen sponsorbeleid, hebben we met Quick een solide hoofdsponsor getroffen en hebben we meer opbrengsten uit tv-geld. Door ons goede klassement de jongste jaren levert ons dat dit seizoen 2,2 miljoen euro op.”

Een probleem: qua commerciële mogelijkheden zit Germinal Beerschot stilaan aan zijn maximum. “Waarmee we opnieuw bij de noodzaak van een nieuw stadion zijn aanbeland”, besluit Jos Verhaegen. “Onze mogelijkheden zijn hier te beperkt. In dit stadion kunnen we nog maximaal een half miljoen euro extra inkomsten genereren. Maar om echt in de top vijf mee te draaien, heb je een budget van 15 miljoen euro nodig. Daarvoor hebben we absoluut een nieuw en comfortabel stadion nodig.”

Teksten: Wim VOS