Speurders getuigen over onderzoek in roofmoord Kammenstraat

Print
Antwerpen - Speurders van de federale gerechtelijke politie hebben dinsdag op het Antwerpse assisenproces over de roofmoord in de Kammenstraat getuigd over hoe ze de vijf beschuldigden op het spoor kwamen.
"Het was een race tegen de tijd, want we vermoedden dat ze ieder moment opnieuw konden toeslaan. Op de dag van hun arrestatie wilden ze een krantenwinkel overvallen", sprak een speurder.

De overval op een nachtwinkelier in de Kammenstraat gebeurde op 18 oktober 2003. Uitbater Khalid Masood Shah (47) kreeg een kogel in het hoofd. De daders roofden de kassa leeg, gristen telefoonkaarten en farden sigaretten mee en stalen zijn gsm.

Een dag na de feiten bleek uit het onderzoek dat er een andere sim-kaart in de gsm van het slachtoffer werd gestoken. Het toestel werd getraceerd en bleek zich in een nachtwinkel aan de Lange Scholiersstraat te bevinden. De zaak werd uitgebaat door Bayram K. . Een observatieteam hield hem en het cliënteel van de winkel in de gaten.

"Ondertussen kregen we ook informatie over andere overvallen, waardoor we sterk het vermoeden kregen dat de daders niet aan hun proefstuk toe waren. Zo vertoonde een overval in de Nationalestraat opvallende gelijkenissen met die van de Kammenstraat. Bij een hold-up in de Osystraat, waar eveneens de uitbater werd neergeschoten, werd dan weer een huls van hetzelfde type aangetroffen als in de Kammenstraat", verklaarde een speurder.

Een week na de roofmoord werden Bayram K. en zijn medewerker Bayram Ozturk (34), de vierde beschuldigde, opgepakt en verhoord over wie de gsm van het slachtoffer had binnen gebracht. Ze verklaarden dat een zekere "Lobo" dat gedaan had.

Uit verder onderzoek bleek dat Lobo de roepnaam was voor Abdelghani El Haouari (22), de eerste beschuldigde. Die trok bovendien vaak op met "Ibo", derde beschuldigde Ibrahim Murat (21). Het verkeer van hun gsm-nummers werd nagegaan en zij hadden op het moment van de feiten contact met een derde nummer die zich onder dezelfde zendmast bevond als zij. Dat nummer bleek toe te horen aan de tweede beschuldigde, Hüzün Ozcelik (21).

Op 30 oktober werd het trio gearresteerd. "Het was echt een race tegen de tijd, want we vermoedden dat ze ieder ogenblik opnieuw konden toeslaan. We bleken gelijk te hebben, want ze wilden op de dag van hun arrestatie een overval op een krantenwinkel in de Sint-Gummarusstraat plegen", aldus een speurder.

Het drietal verklaarde dat ze het wapen, twee geluidsdempers en de munitie gekocht hadden van Bayram Ozturk. In ruil mocht hij de buit aan een vriendenprijsje kopen. Het wapen en de geluidsdemper werden tijdens een huiszoeking bij de grootmoeder van Ozcelik aangetroffen. De voorwerpen staken in een nylonkous en waren vervolgens in de dampkap in de keuken verborgen.

Tijdens de reconstructie van de roofmoord op 12 november 2003 herkende Murat Houssin El Hamrouni (23), de vijfde beschuldigde, in het publiek. Hij stelde dat El Hamrouni de avond van de feiten voor hen op verkenning was gegaan. Toen hij terugkwam, hadden ze hem verteld dat ze een overval wilden plegen.

Twee weken daarvoor had het trio ook al diezelfde nachtwinkel in de Kammenstraat willen overvallen en toen had El Hamrouni ook al een verkenning voor hen uitgevoerd.

El Hamrouni was niet de enige beschuldigde die bedreigd werd. Zo zou Bayram Ozturk de drie overvallers zo geïntimideerd hebben, dat ze hem aanvankelijk uit de wind hadden gezet. Murat zou het wapen dan weer tegen het hoofd van El Haouari hebben geplaatst.

"Ik noem dit achterhoedegevechten. Vlak na hun arrestatie waren ze alle drie bijna spontaan tot bekentenissen overgegaan, maar hoe meer het onderzoek vorderde, des te meer ze hun eigen aandeel begonnen te minimaliseren en de schuld op elkaar probeerden te steken", sprak een speurder.

Woensdag getuigen de onderzoeksrechter, de wetgeneesheer en nog meer politiemensen.
MEEST RECENT

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio