Parketten registreerden 41 haatmisdrijven in 2006

Parketten registreerden 41 haatmisdrijven in 2006

Parketten registreerden 41 haatmisdrijven in 2006

Print
In de laatste negen maanden van 2006 registreerden de parketten 41 haatmisdrijven. Dat zijn gewone criminele feiten die ingegeven zijn door haat tegen een bevolkingsgroep zoals allochtonen, vrouwen of homo's. Twee op de drie van die misdrijven werden geseponeerd. De haatmisdrijven tekenen voor 3,8% van alle 1.060 racistische misdrijven in 2006. Dat blijkt uit een nota van de Luikse procureur-generaal Cédric Visart de Bocarmé (foto), die dinsdag werd bekend gemaakt op een studiedag over haatmisdrijven in het Fort van Breendonk.
BR> 41 haatmisdrijven is erg weinig op een totaal van 1 miljoen vastgestelde criminele feiten, maar de statistieken zijn onvolledig.

Sinds 3 april 2006 moet de politie apart registreren of een ’gewoon’ misdrijf is ingegeven door haat tegen een bevolkingsgroep, zoals vreemdelingen, vrouwen, homo’s e.d. Ze moet niet alleen de feiten beschrijven in haar processen-verbaal, maar ook de context waarin die feiten gebeurden. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding (CGKR) organiseerde dinsdag een studiedag over haatmisdrijven in Breendonk.

Hoe groot is het verschijnsel nu?

”Het Centrum zelf kreeg sinds 2003 zo’n 50 klachten binnen die gingen over gewone misdrijven, die gepleegd werden met een racistisch of discriminerend motief. In 24 zaken stelden wij ons burgerlijke partij. Terwijl onze racismezaken vroeger vooral gingen over louter aanzetten tot haat in pamfletten of geschriften, gaan ze nu steeds meer over effectief raciaal of discriminerend geweld. Dat is geen goede evolutie in de samenleving”, zegt Jozef De Witte, CGKR-directeur.
Hij citeert als voorbeelden: de zaak-Van Themsche, de besmeuring van een Antwerpse broodjeszaak, vechtpartijen met skinheads in Tienen, de vernieling van een Armeense winkel door Turkse jongeren in Brussel, de racistische verkeersagressie aan een tankstation e.d.

Het Centrum kan natuurlijk alleen maar de klachten registreren die het binnenkrijgt. Dat geldt niet voor de parketten. De Witte: ”De Belgische parketten hebben alleen cijfers voor de laatste negen maanden van 2006, nog niet voor voor 2007. En in die 9 maanden telde het gerecht 41 zaken. In héél 2006 werden 1.060 racisme- of discriminatiedossiers geopend. De haatmisdrijven vertegenwoordigen daarvan 3,8%. Veertien van deze 41 dossiers gingen over geweld en dan waren er telkens nog eens 7 over smaad en 7 over bedreiging. Meer dan twee op de drie van deze dossiers werden geseponeerd, slechts 12% werd effectief vervolgd”.


Jozef De Witte


Waarom werd geseponeerd legde Bocarmé al in maart 2006 uit op een persconferentie van minister van Gelijke Kansen, Christian Dupont (PS). Tussen 2003 en 2006 werd 69,4 % alle racismeklachten geseponeerd: in 39% van de geseponeerde gevallen wegen de klachten te licht en in nog eens 17% is er helemaal geen overtreding van de wet. In totaal is dus 39% van àlle racismeklachten ongegrond. Daarnaast seponeert het gerecht nog eens in 7,9% van de gevallen omdat de feiten éénmalig zijn. Zo zegde Bocarmé het toen. Maar toen ging het over àlle racismeklachten en binnen die groep nemen de haatmisdrijven natuurlijk wel een speciale plaats in.

Extra straf

Sinds de antidiscriminatiewet van 25 februari 2003 kunnen een aantal misdrijven extra zwaar gestraft worden als ze zijn ingegeven door haat wegens iemands ethnische afkomst, huidskleur, geslacht, seksuele voorkeur, leeftijd, e.d. Het gaat om moord, doodslag en alle geweldsmisdrijven, aanranding en verkrachting, schuldig verzuim, wederrechtelijke vrijheidsberoving, belaging, laster en eerroof, grafschennis, brandstichting, vernieling van goederen en vandalisme. De minimumstraf kan bij die misdrijven worden verdubbeld en bij zeer zware straffen (in assisenzaken) komt er twee jaar bij dat minimum bij. In 2006 ging het dus om iets minder dan 41 dossiers. Iets minder (wellicht 35, zie infra, nvdr), omdat de politie ook racistische contexten registreerde in zaken die geen misdrijf vormden.

De racistische moorden van Hans Van Themsche waren daarbij, maar in Van Themsches geval kon er geen strafverzwaring zijn omdat op zijn feiten slechts één straf, een maximumstraf (levenslang) stond, die niet met twee jaar kon worden verhoogd.


Zaak-Van Themsche


Het parlement voerde dit systeem in omdat de slachtoffers van deze misdrijven de feiten extra zwaar aanvoelen als ze worden gepleegd omdàt ze tot een bepaalde groep behoren (allochtonen, homo's, vrouwen of bejaarden bv.). Die bedenking lijkt heel plausibel maar het parlement steunde daarvoor niet op onderzoek.

Bedenkingen

De Witte vreesde dinsdag dat de cijfers onvolledig zijn en hij deed ook een oproep tot het grote publiek om racistische en discriminerende gewelddaden te melden bij de politie. Dat durft niet iedereen doen.

De Witte’s vrees is een eufemisme. Er is inderdaad een totale breuk tussen de politiecijfers en ander wetenschappelijk onderzoek. Zo toonde een studie van het Brusselse EHSAL aan dat één op de drie Brusselse homo's slachtoffer wordt van discriminerend geweld, maar in de politiecijfers blijkt daarvan niet veel terug te vinden. Het is wel duidelijk dat er - door het gebrek aan aangiftebereidheid bij de slachtoffers - veel meer haatmisdrijven zijn dan uit deze statistieken blijkt. 41 feiten is namelijk peanuts op de 1 miljoen misdrijven die jaarlijks worden geregistreerd.

Het is ook spijtig dat de cijfers geen onderscheid maken naar gelang de gehate groep. En soms balanceert de registratie op het scherp van de snee: het onderscheid tussen smaad om racistische redenen en aanzetten tot haat tegen de allochtone gemeenschap is flinterdun. Er dringt zich enige verfijning op.

De registratie is bovendien een politie-registratie: de agenten schrijven gewoon de racistische of discriminerende context op, los van het feit of er een strafverzwaring mogelijk is of niet. Zo vinden we tussen de 41 gevallen 1 racistische oplichting en 3 racistische weerspanningheden aan de politie, terwijl hiervoor geen aparte strafverzwaring mogelijk is.
Sommige categorieën uit Bocarmé's statistieken zijn geen misdrijf: er staat 1 burgerlijk geschil en 1 "familiaal geschil" in de statistieken. Andere categoriën staan niet als dusdanig in de wet, zoals bv. 3 gevallen van hooliganisme.
Over racistische of discriminerende belaging, aanranding, verkrachting, grafschennis, schuldig verzuim, vind je geen cijfers in Bocarmé's statistiek. En die zullen er toch wel zijn. De statistieken staan zeker nog niet op punt.

Op het systeem van strafverzwaring voor haatmisdrijven is nogal wat kritiek. Sommigen vinden het niet streng genoeg. Ze betogen dat de strafverzwaring voor racistische en discriminerende gewelddaden grotendeels symbolisch is, want alleen de minimumstraf wordt verzwaard: de rechter kan daar altijd "onder" gaan door de uitspraak op te schorten of de volledige straf met uitstel op te leggen.

De tegenstanders van de strafverzwaring bij haatmisdrijven voeren dan weer aan dat dit systeem discriminerend en beledigend is voor slachtoffers van precies hetzelfde geweld dat om andere redenen dan haat werd gepleegd. Ze vinden het ook beledigend en discriminerend voor slachtoffers die niet tot de categorieën (geslacht, ethnische afkomst, huidskleur, seksuele voorkeur, handicap, leeftijd...) behoren die in de wet staan opgesomd.
Die categorieën zijn volgens de critici te vaag en overlappen elkaar en dat mag in het strafrecht niet omdat de burger precies moet kunnen weten wat strafbaar is en wat niet. Zo overlappen de discriminaties op basis van een fysieke eigenschap en geslacht elkaar omdat geslacht een fysieke eigenschap is. En wanneer is een verkrachting door een man niét ingegeven door haat voor vrouwen en een diefstal niét door haat tegen rijkeren: zulke situaties bestaan, maar de rechter krijgt te veel mogelijkheden om dit à la carte in te vullen en dat schendt het legaliteitsbeginsel (dat zegt dat er geen straf kan zijn zonder een duidelijke en klare wet), vinden de tegenstanders.

28 NOVERMBER 2007

Nu in het nieuws