"De Affaire Justitie" van Walter Van Steenbrugge

De Affaire Justitie van Walter Van Steenbrugge

"De Affaire Justitie" van Walter Van Steenbrugge

Print
Een verbod voor de pers om namen van verdachten te noemen, de afschaffing van de vaste benoeming voor magistraten, een beperkte en door de staat betaalde pool van assisenpleiters, drugshonden in de gevangenissen: het zijn slechts enkele van de voorstellen die de Gentse advocaat Walter Van Steenbrugge (foto) aankaart in zijn boek "De Affaire Justitie". Het boek kwam er naar aanleiding van de zaak-Van Noppen. In deze assisenzaak verdedigde Van Steenbrugge de opdrachtgever tot de moord, Alex Vercauteren. Deze laatste is volgens Van Steenbrugge onschuldig. Het boek werd geschreven omdat Van Steenbrugge een herziening bij het Hof van Cassatie wil aanvragen.
BR>
Walter Van Steenbrugge pleit al twintig jaar grote en kleine strafzaken, maar hij vindt de veroordeling van Alex Vercauteren "het dieptepunt van zijn carrière", waar hij nog altijd niet over is. Hij meent nu dat er een nieuwe elementen zijn opgedoken die de onschuld van zijn cliënt kunnen bewijzen.


Alex Vercauteren


Op 3 juni 2002 oordeelde de Antwerpse assisenjury dat Albert Barrez, Carl De Schutter, Germain Daenen en Alex Vercauteren schuldig zijn aan de moord op veearts-keurder Karel Van Noppen, die op 20 februari 1995 werd doodgeschoten. Vercauteren werd toen aangewezen als de opdrachtgever en kreeg levenslang. Van Steenbruge vond deze veroordeling onterecht. Hij hekelt in zijn boek op scherpe wijze de manier waarop het onderzoek werd gevoerd, maar vooral de z.i. erg partijdige manier waarop assisenvoorzitter Edwin Van Fraechem de debatten leidde én de wijze waarop VRT-journaliste Siel Van der Donckt over dit proces berichtte.


Edwin Van Fraechem


Van Steenbrugge vraagt nu een herziening van het proces voor zijn cliënt. Hij beweert onder andere dat een door een detective opgenomen cassette onomstotelijk aantoont dat speurders in opdracht van het parket-generaal nog tijdens de assisenzaak zelf bepaalde documenten, die op zich niet de onschuld van Vercauteren aantonen, maar waarop Van Steenbrugge zich toch had willen beroepen, stiekem zijn gaan ophalen, zodat hij ze niet kon gebruiken. De zaak-Vercauteren is de aanleiding voor dit boek, dat nogal emotioneel is geschreven. Van Steenbrugge schopt soms wild om zich heen, maar dat mag niet verhelen dat hij belangrijke voorstellen voor de hervorming van Justitie doet.

Voor de verhouding pers-gerecht herneemt Van Steenbrugge, oud-medewerker van Luc Van den Bossche (sp.a), de draad van een wetsvoorstel dat volksvertegenwoordiger Herman Suykerbuyk (CVP) einde 1984 indiende in het parlement. Dat voorstel bestrafte het noemen van namen en het herkenbaar brengen van de identiteiten van de betrokkenen bij een strafzaak. Het werd nooit wet, want er kwam enorme druk van wijlen Louis De Lentdecker en later van de AVBB, de journalistenbond.

Volgens Van Steenbrugge "is het vermoeden van onschuld voor de pers van weinig tel". "De Vlaamse pers lijdt aan sensatiezucht, hoe meer bloed aan het plafond, hoe meer kopij in de krant en hoe meer beelden in het journaal. Vooral de berichtgeving over assisenzaken getuigt van een ontstellende eenzijdigheid... Je zou haast heimwee krijgen naar die goede oude Louis De Lentdecker", zo zucht Van Steenbrugge.

Zijn oplossing klinkt ontstellend radicaal: "Zolang een strafzaak niet volledig is afgehandeld door het gerecht mogen de onderzoeksrechter, het parket en alle partijen niet met de pers praten. Journalisten mogen zolang geen foto's of namen van betrokkenen in de krant of op de televisie brengen en ook alle hints over de identiteit van de betrokkenen zijn uit den boze. Alleen zo blijft het vermoeden van onschuld overeind".

Dit idee is bepaald niet onmiddellijk of veralgemeend toepasbaar, maar dat er uitwassen in de gerechtelijke berichtgeving zijn, kan niet ontkend worden. Bovendien blijft het verbazen dat in Nederland iedereen aanvaardt dat de identiteit van een dader, zelfs na zijn veroordeling, onbekend blijft. De moordenaar van Pim Fortuyn heet daar nog altijd Volkert van der G. en die van Theo Van Gogh nog altijd Mohammed B. Geen persbond die zich daarover druk maakt, omdat de berichtgeving over rechtszaken in Nederland nog meer te maken heeft met controle op het procesverloop en minder met sensatie dan in België.


Volkert van der G.


Het voorstel van Van Steenbrugge, toch een gemediatiseerde advocaat, wordt in journalistenkringen nauwelijks besproken.

De pers is echter niet de enige categorie die van hem een veeg uit de pan krijgt. Voor iedere betrokken groep bij justitie heeft Van Steenbrugge zo zijn voorstellen. Zo vindt hij dat magistraten soms al te onbeschoft zijn tegen verdachten en zelfs tegen advocaten. Hij pleit voor meer management op de rechtbanken, maar meent ook dat de vaste benoeming van rechters moet worden afgeschaft en dat is toch wel een revolutionair voorstel. De rechters moeten permanent worden geëvalueerd en de rotte appels verwijderd. Die evaluatie kan niet gebeuren door de Hoge Raad voor de Justitie omdat dit orgaan te dicht bij de magistratuur staat en er een gevaar is voor belangenverstrengeling. De evaluatie moet gebeuren door een extern auditbureau. Het magistratenkorps kan worden afgeslankt en wie overblijft mag voor Van Steenbrugge behoorlijk beter worden betaald.
"Met een salaris van 3.000 euro in de maand kan je goed leven, maar als je de verantwoordelijkheid en werklast van de rechters bekijkt, verdienen ze een habbekrats". Het salaris mag dus flink omhoog.

Van Steenbrugge herneemt terzake ook een oud socialistisch voorstel om de parketmagistraten van hun troon te halen in de rechtszalen: ze moeten gewoon tussen de advocaten in de banken zitten. Het kan al helemaal niet dat ze samen koffie drinken met de rechters voor de zitting begint, het kan zelfs niet dat de leden van het openbaar ministerie op dezelfde gang zitten als de onderzoeksrechters. Dit leidt tot een toestand van "osmose". Eerder al dienden de socialistische volksvertegenwoordigers Luc Van den Bossche en Renaat Landuyt voorstellen in om het openbaar ministerie van zijn troon te halen, maar dat leidde tot niets.

Van Steenbrugge, die zegt geen principieel voorstander van assisen te zijn, is toch wel gewonnen voor de uitvoerige mondelinge behandeling van een zaak op de zitting. Hij vindt dat de rechtspleging door volksjury's werkt, al laat het representatief karakter van de jury's sterk te wensen over.
"Gepensioneerden en deeltijds werkende vrouwen vullen de banken van de assisenjury, zodat een aanzienlijk deel van de bevolking niet betrokken is bij de assisenrechtspraak".
Omdat de ene assisenpleiter beter is dan de andere, wil Van Steenbrugge een vaste pool van erkende assisenadvocaten, zoals je een beperkte groep van Cassatie-advocaten hebt. Die pleiters moeten door de staat worden betaald. Idealiter zou het Zweedse systeem zijn, waarbij alle strafpleiters door de staat gefinancierd worden. In ieder geval moeten de assisenpleiters een speciale opleiding krijgen.

Of de hoge advocatenhonoraria die sommige assisenpleiters momenteel innen, behouden moeten blijven dan wel forfaitair gemaakt, zegt Van Steenbrugge er niet bij. En ook over het behoud van de toga, die zijn voormalige patron Luc Van den Bossche wilde afschaffen, of over het behoud van het pleitmonopolie spreekt hij zich niet uit.



Luc Van den Bossche


De Gentse advocaat gaat verder in tegen de idee dat Justitie geen geld genoeg heeft. Volgens hem heeft justitie geld te over, als je bekijkt hoeveel duizenden euro's jaarlijks verbeurd worden verklaard. "Kom me niet vertellen dat er geen geld is om de beste experts te betalen. Tenzij dat geld op een domme manier wordt verkwanseld, zoals helaas al te vaak gebeurt".

Ook voor de gevangenissen heeft Van Steenbrugge constructieve ideeën. Hij is voor veel scherpere controles aan de ingang: hij wil daar drugshonden, omdat alleen zo de gevangenis drugsvrij kan worden gehouden. Volgens Van Steenbrugge wil de overheid echter geen drugsvrije gevangenissen, omdat de gedetineerden onder de drugs rustig blijven.
"In Mechelen gooien ze de valiumpillen met handenvol door de tralies. Medisch gezien niet koosjer, maar het schijnt te helpen om de kudde in bedwang te houden".

De raadsman vindt voorts dat de cipiers "veel te weinig" betaald worden, "slecht zijn opgeleid" en "hun dienstregeling is een ware ramp". "Het verwaarlozen van onze cipiers is een schande". Van Steenbrugge schijnt niet te weten dat nu net op dit gebied heel belangrijke inspanningen werden geleverd door justitieminister Laurette Onkelinx.

De advocaat stelt voorts dat de overbevolking alle moderniseringspogingen in de gevangenissen hypothekeert. Je kan die overbevolking - volgens hem - terugdringen door het aantal voorlopig gehechten te halveren en dat kan je dan weer door de onderzoeksrechter 48 in plaats van 24 uur de tijd te geven om een aanhouding te verrichten en door bovendien onmiddellijk een advocaat toe te laten al bij het eerste verhoor. Van Steenbrugge keert zich tenslotte tegen de voorstellen van zijn socialistische vrienden Renaat Landuyt en Steve Stevaert om de voorwaardelijke invrijheidsstelling af te schaffen: "Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik dat las. Zo maak je tikkende tijdbommen van de gedetineerden". Van Steenbrugge gelooft dat "de invloed van extreem rechts de laatste vijftien jaar steeds zwaarder is gaan wegen op de politiek".

Ook een ander voorstel van Landuyt vindt geen genade in de ogen van Van Steenbrugge. Hij is tégen de splitsing van Justitie. "Mij krijgen ze er niet warm voor. Men zegt dat er onoverbrugbare verschillen tussen noord en zuid bestaan: ik zie die onoverbrugbare kloof niet".
Wel vindt de advocaat dat er te veel overheidsgeld naar Waalse pro Deo's gaat en te weinig naar Vlaamse en ook dat de werklast tussen de Vlaamse en Waalse arrondissementen soms ongelijk is verdeeld. Daaraan moet worden gesleuteld, maar dat hoeft niet door een splitsing, het kan ook door een schaalvergroting van de arrondissementen. De auteur is in ieder geval tegen een verschillend vervolgingsbeleid in Vlaanderen en Wallonië: "Wat een idee. Criminaliteit stopt niet bij een grens, zeker niet bij een taalgrens".

VAN STEENBRUGGE, WALTER, De affaire Justitie, Manteau, Brussel, 190 p.

8 NOVEMBER 2007

MEEST RECENT