Cassatie bevestigt vrijspraak ex-KV Mechelen-preses Van den Wijngaert

Print
Het Hof van Cassatie heeft dinsdag de voorziening verworpen die Tessa De Mos, dochter van voetbaltrainer Aad De Mos, had ingediend tegen de vrijspraak van Willy Van den Wijngaert, gewezen voorzitter van KV Mechelen, en zijn vriendin Rosie Ovaere voor laster.
In een interview met het weekblad Humo hadden beiden gesuggereerd dat Tessa De Mos op vraag van haar vader het bed had gedeeld met verschillende spelers van voetbalclub KV Mechelen.

De aantijgingen kaderden in een ruzie die tussen Van Den Wijngaert en de Mos was ontstaan, nadat de Nederlander in de zomer van 2002 als technisch directeur van de club was ontslagen. Volgens Van Den Wijngaert en Ovaere wou Aad de Mos zijn spelers bespioneren en had hij daarom zijn dochter op hen afgestuurd.

Tessa de Mos, op het moment van de feiten nauwelijks 20 jaar, was door de aantijgingen sterk aangedaan en had onmiddellijk klacht ingediend tegen de oud-KV Mechelenvoorzitter en diens partner.

De correctionele rechtbank van Leuven had het koppel veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden met uitstel en een boete van 1.000 euro, maar het Brusselse hof sprak hen vrij. Volgens de raadsheren was er geen sprake van een misdrijf omdat de uitspraken gebeurden in een interview en niet in het openbaar.

"Volgens het Hof van Beroep was de tenlastelegging enkel toegespitst op het interview en niet op het artikel dat daaruit volgde", zegt meester Gert Warson. "Voor het Hof van Cassatie hadden we daartegen ingebracht dat dat een nieuw argument was en dat Het hof van Beroep ons daarop had moeten laten antwoorden. Het Hof van Beroep had ook niet geantwoord op ons argument dat er bij het interview een fotograaf aanwezig was, zodat er wel sprake kon zijn van openbaarheid."

Het hoogste hof heeft die argumenten nu verworpen en de vrijspraak bevestigd. Dat houdt meester Warson niet tegen om de eer van zijn cliënte verder te verdedigen, ditmaal voor de burgerlijke rechtbank.

"Het is niet omdat er geen misdrijf is, dat meneer Van de Wijngaert en mevrouw Ovaere geen fout begaan hebben", gaat de advocaat verder. "De raadkamer in Leuven had al aangegeven dat er zeker sprake kon zijn van een fout zoals voorzien in artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek."
MEEST RECENT