België is afgescheiden EU-koploper inzake werkloosheidsuitkeringen

Print
Van alle Europese lidstaten geeft België veruit het meeste geld uit aan werkloosheidsuitkeringen. In 2004 was dat 3,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat ligt beduidend boven het Europees gemiddelde van 1,7 procent en is substantieel meer dan de 2,8 procent van Denemarken, dat nochtans op de 2de plaats prijkt. De cijfers werden zopas door Eurostat vrijgegeven en geven rooms-blauw nieuwe munitie om in de werkloosheidsuitkeringen te snoeien.
De werkloosheidsuitkeringen zijn slechts een relatief klein deel van het hele sociale zekerheidsstelsel. In de EU-25 gaat het om 6,5 procent van het totaal. Veruit het meeste geld gaat naar pensioenen en uitkeringen voor bejaarden, circa 45,9 procent. Gezondheidszorg neemt de tweede plaats in: goed voor 28,3 procent van de totale uitkeringen. Met 12,5 procent ligt het aandeel van de werkloosheid in het totaal van het sociale pakket in België echter spectaculair boven het EU-gemiddelde.

Uit de gegevens van Eurostat, het Europees statistisch bureau, blijkt dat in de EU-25, dus zonder Roemenië en Bulgarije, 27,3 procent van het bbp naar sociale uitkeringen ging. Voor de EU-15 was dat 27,6 procent. Dat is meer dan de 26,9 procent van 2000, maar een duidelijke daling in vergelijking met de 28,7 procent van 1993. België scoort hier beter dan het EU-gemiddelde. In 2004 ging in België 29,3 procent van het nationale bbp naar de sociale sector en dat is 2,8 procentpunt meer dan in 2000.

Met de 29,3 procent zit België in het Europees koppeloton, maar diverse lidstaten doen nog een stuk beter. Met 32,9 procent staat Zweden op de eerste plaats, dan komen Frankrijk (31,2 procent), Denemarken (30,7 procent(, Duitsland (29,5 procent) en dan pas België. Op de 5de plaats dus.

Helemaal onderaan inzake sociale bescherming staan de Baltische landen. Nauwelijks 13 procent van hun bbp gaat naar de sociale zekerheid. Alle nieuwe EU-lidstaten hangen in de staart van het peloton en halen nooit meer dan 20 procent. Polen, de grootste van de nieuwe lidstaten, haalt precies 20 procent.

Sinds 2000 zijn enkele van de nieuwe lidstaten trouwens aan een inhaalbeweging bezig. Terwijl de groei van de sociale uitkeringen tussen 2000 en 2004 in België 3,7 procent bedroeg, haalde Hongarije 8,2 procent, Estland 7,4 procent en Cyprus 7 procent. In Polen bedroeg de stijging 3,6 procent. Slovakije hield het bij een povere 0,6 procentgroei, ondanks het feit dat het aandeel van de sociale uitkeringen slechts 17,2 procent van het bbp haalt.

De vergrijzing van de bevolking begint steeds zwaarder op de sociale uitgaven te wegen. In Italië gaat 61,3 procent van de sociale uitkeringen of 15,4 procent van het bbp naar de senioren. In Polen is het 60,1 procent, Malta 51,2 procent, Griekenland 50,9 procent. In België is het 44,1 procent en dat ligt iets beneden het EU-gemiddelde van 45,9 procent.

.

Nu in het nieuws