Aangepaste chemokuur verlengt overleving hoofdhalskanker

Print
Hoofdhalskankerpatiënten die een chemokuur ondergaan met een derde kankerceldodende stof kennen een langere overleving. Dat zegt een studie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). De resultaten lopen gelijk met die van een Amerikaanse studie en betekenen volgens UZA een belangrijke verbetering in de behandeling van hoofdhalstumoren.
Hoofdhalskanker is de zesde belangrijkste kankervorm en wordt jaarlijks wereldwijd bij meer dan een half miljoen mensen vastgesteld.

De resultaten van de Europese studie werden gepubliceerd in het jongste nummer van The New England Journal of Medicine (NEJM).

Het gaat om een vergelijkend onderzoek, uitgevoerd bij een 350-tal patiënten waarbij de vergevorderde kanker nog niet was uitgezaaid, maar evenmin te opereren viel. Eén groep kreeg de gebruikelijke chemokuur met twee kankerceldodende middelen (cisplatine en fluorouracil), de andere groep kreeg nog docetaxel toegevoegd.

Na de chemokuur werden beide groepen bestraald. Door de combinatie van de drie stoffen hadden de patiënten een mediane overleving van 18,8 maanden tegenover 14,5 maanden in de andere groep. Ook stierven slechts vier extra behandelde patiënten aan de nevenwerking tegenover tien in de gewone groep.

Een Amerikaanse studie, eveneens gepubliceerd in NEJM, bevestigt het effect van de uitgebreidere chemokuur. Na drie jaar was nog 62 pct in leven, tegenover 48 pct in de gewone groep. Na de chemokuur kregen de Amerikanen wel chemoradiatie. Dat is bestraling in combinatie met toediening van een celdodend middel.

"De Amerikaanse proportionele sterftereductie ligt op 30 procent en in onze studie op 27 procent", zegt prof. Jan B. Vermorken, diensthoofd oncologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en onderzoeksleider van de Europese studie. "Toch is er een verschil. In de Amerikaanse studie waren slechts 35 procent van de patiënten inoperabel. Ook de conditie van de Europese patiënten was duidelijk minder goed."

.

Nu in het nieuws