"Ik leidde de gemeenteraad zoals het hoorde"

Burgemeester Francois Van Hoobrouck van faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem vindt dat hem niets te verwijten valt over de wijze waarop hij maandag de gemeenteraad leidde.

Belga

Vlaams minister Marino Keulen en diverse parlementsleden uitten woensdag in het Vlaams parlement felle kritiek op het feit dat er in de raden van Wezembeek-Oppem, Kraainem en Linkebeek Frans gepraat werd.

"In het begin van de zitting heb ik alle sprekers gewezen op de mogelijke gevolgen als ze in het Frans zouden spreken. Daarna achteraf nog iets over zeggen was niet nodig omdat ze voldoende verwittigd waren vooraf. Men moet ook niet overdrijven. Ikzelf en de schepenen hebben steeds in het Nederlands gesproken", aldus Van Hoobrouck. Volgens Keulen hadden de voorzitters van de gemeenteraden wie Frans praatte onmiddellijk moeten onderbreken en vragen om Nederlands te praten.

"Ik heb mijn rol gespeeld door in de raad van bij de aanvang de aandacht te vestigen op het probleem. Mijn persoonlijk standpunt heb ik hierbij niet aan bod laten komen. Persoonlijk volg ik het standpunt van het Arbitragehof, het hoogste rechtscollege in dit land, dat in 1998 in een arrest duidelijk gesteld heeft dat de verplichting om Nederlands te praten in de gemeenteraad van faciliteitengemeenten enkel geldt voor de burgemeester en schepenen", aldus Van Hoobrouck.

Van Hoobrouck ontkent ook ten stelligste zegt dat zijn gemeentebestuur in het onderzoek naar het versturen van de oproepingsbrieven voor de verkiezingen van juni niet zou willen meewerken zoals Vlaams minister Keulen al enkele keren verkondigde. Dit onderzoek is een van de voornaamste redenen waarom de burgemeesters van vier faciliteitengemeenten nog niet benoemd zijn. Keulen wil een beslissing over de benoeming over enkele weken nemen.