Getuigen: "Het was onze 11 september"

Print
08/05/2007 - Kort na de feiten benaderde de NBC de vrouwen voor een interview. "We waren er nog niet klaar voor. In de pers zie je nadien zoveel getuigen opduiken die wij op dat moment nergens hebben gezien. Wij hebben vooral mensen zien weglopen. Dat is geen verwijt. Waarschijnlijk doe je dat instinctief. Misschien zijn wij zonder nadenken naar dat kind en die vrouw gelopen omdat wij zelf vrouwen zijn?"
BR>
Ingeborg Dewals is bediende in het Sociaal Centrum Veemarkt, maar ook haar collega Darifa Tarrahi (30, maatschappelijk assistente), Maja Van Rompay (31, maatschappelijk assistente) en vooral Sonja (poetsvrouw) maakten de gebeurtenissen van dichtbij mee.

Voor alle collega's was 11 mei een beetje hun 11 september. Ingeborg: "Mijn kinderen hebben de leeftijd van Hans Van Themsche. Ik kon het niet vatten. Gesprekken met hen en met hun vrienden hebben erg geholpen voor het verwerkingsproces. Ik wou erover praten, ik moest het kunnen delen. Van mijn man kreeg ik een zilveren kettinkje met maantjes en sterren, verwijzend naar Luna."

Darifa reageerde totaal anders. "Zelfs nu praat ik er nog niet graag over. Ik vind de naam Luna niet meer mooi. Sonja spreekt er tot vandaag nog vaak over. Zij heeft het het zwaarst gehad. Begrijpelijk, want zij heeft het bloeden met haar handen proberen te stelpen."

11 mei 2006 begon als een mooie, zonnige dag. Ingeborg: "Wij hebben een beurtrol om broodjes bij de bakker te halen. Toen ik terugliep, kwam ik aan de Stoelstraat Oulematou en Luna tegen. Bij het indraaien van de Zwartzustersstraat botste het meisje met haar driewieler tegen de bollen aan de stoep. Ik bukte om te helpen, maar ze zei heel ferm: Nee, ikke doen!"

Toen ik me een paar meter verder omdraaide om te kijken of ze al uit dat hoekje was geraakt, zag ik plotseling die gast staan. Ik heb hem alleen langs achteren gezien. Zonder iets te zeggen, trok hij zijn jas open. Hij richtte dat geweer en schoot. Zelfs later, toen we geknield bij de slachtoffers zaten, heb ik geen kogelwond gezien. Volgens mij zijn dat beelden die je uit je geheugen wist. Ik weet alleen nog hoe ik dat borstkastje van het kindje op en neer zag gaan. Ik dacht maar aan één ding: het kind leeft nog! De ambulanciers hebben me later gezegd dat Luna wellicht onmiddellijk overleden was. Die bewegingen zie je omdat je ze wilt zien. De toestand van de oppas was nog hopelozer, al heb ik haar nog horen kreunen. Maar dat kan ook inbeelding geweest zijn. Ze mochten niet sterven van ons."

"Ik kon het niet vatten. Mijn kinderen hebben dezelfde leeftijd"

"De schutter leek in rook te zijn opgegaan. Ik zag hem niet wegstappen. Misschien kwam dat omdat alle aandacht naar de slachtoffers ging. Mijn collega Sonja, die vlakbij stond, kwam direct toegesneld. Zij legde haar handen op Luna en begon te drukken om het bloeden te stelpen. Op dat ogenblik dachten wij aan een familiedrama. Waarom doet iemand zoiets? Waarom toch?, hoorde ik Sonja kwaad schreeuwen."

Na het tweede schot sprongen Darifa en Maja door het venster de straat op. "Ik snap niet hoe ik dat gedaan heb want ik ben niet zo atletisch", zegt Darifa. "Na dat tweede schot hoorden wij gegil. Het was Ingeborg. Ik ben van vreemde origine. Later denk je: als Van Themsche daar nog gestaan had, zou hij mij dan ook hebben neergeschoten? Toen even later een zwarte auto met hoge snelheid achterwaarts de Zwartzustersstraat inreed, verlamde ik. Ik dacht dat het die schutter was. Waarschijnlijk was dat de verpleger."

Ook Ingeborg overliep nadien alle mogelijke scenario's. "Wat zou er gebeurd zijn als ik Luna wel had geholpen om met haar driewieler de straat in te draaien? Wat als ze niet "ikke doen" had gezegd? Dan waren we Van Themsche waarschijnlijk met ons drieën tegengekomen."

Darifa heeft de hulpdiensten verwittigd. "De ziekenwagen was er na zeven minuten. Maar als je daar zit te wachten, lijkt dat wel drie weken. Sonja zei: We pakken hen op en brengen hen zelf naar het ziekenhuis. Maar plotseling stonden er twee politiemensen op de fiets. De jongste, Olivier, was helemaal van de kaart. Wij hebben hem binnen opgevangen. Veel politiemensen hadden nadien slachtofferhulp nodig."

"Politieman of maatschappelijk werker, op zo'n moment doet het er niet toe welk werk je doet. Wij waren allemaal in shock. Het Antwerpse OCMW heeft zijn best gedaan om ons op te vangen. We kregen bijstand van een psycholoog en moesten de volgende dag niet werken. Toch verscheen iedereen op het werk. Zo konden we erover praten."

Alleen Sonja zocht contact met de ouders en ging Luna nadien groeten in het ziekenhuis. Ingeborg: "Ze wou een ander beeld van het kindje, een mooier beeld. Ik heb mijn mooi beeld. Als ik de beelden van het kindje en de oppas in gedachten oproep, dan zie ik hoe ze de straat indraaien. Allebei lachend, allebei gelukkig."

Darifa: "Ik zie vooral de kleur van die oogjes en de kleur van die driewieler, die er op de reconstructie ook was."

Ze hebben samen de uitvaart bijgewoond. "Sonja mocht van Luna's ouders vooraan zitten, maar alles was al volzet. Toen ik het de begrafenisondernemer uitlegde, gaf hij Sonja een plaats op de vijfde rij. Dat vond ik een mooi gebaar."

Darifa: "Die herinneringen zijn voor ons nog zo scherp en pijnlijk, hoe moet dat dan voor die ouders zijn? De ochtend na de moorden, al voor acht uur, stonden de vader en moeder van Luna arm in arm bij de neergelegde bloemen te huilen. Ze zagen er zo jong uit, en tegelijk zo sterk."

"Die gebeurtenissen hebben ons veranderd. Je gaat de relativiteit van kleine probleempjes inzien. 11 september heeft de wereld veranderd, maar 11 mei heeft mijn wereld veranderd. Het was warm, maar ik had het koud die dag. Ik vond het ook een heel stille dag."

Annik Moerenhout, hoofd maatschappelijk werk van het Sociaal Centrum Veemarkt, was op het moment van de moorden aan zee. "Toen ik in het radionieuws hoorde dat er in de Zwartzustersstraat een schietpartij was geweest, dacht ik meteen aan een dolgedraaide OCMW-klant. Ik kon niemand bereiken. De telefoon werd niet opgenomen. Deze elfde mei gaan wij met ons team iets doen, gewoon 's avonds samen zijn."

Darifa: "Ik was opgelucht toen de bloemen en knuffels weg waren. Elke morgen opnieuw die confrontatie. Nu vind ik het goed dat er een herdenkingssteen ligt. Die tegel met de namen herinnert eraan dat hier iets heel ergs is gebeurd."
MEEST RECENT