Het Nederlandse gedoogbeleid voor cannabis doorgelicht

Print
Het Nederlandse gedoogbeleid en zijn symbool bij uitstek, de coffeeshop, staan ter discussie. Zeker in België, dat steeds meer drugstoeristen binnenkrijgt omdat Nederland op bepaalde punten strenger werd. En net toen de Maastrichtse burgemeester Leers de helft van zijn 16 coffeeshops naar de grens met België wilde verplaatsen, maakte het vakblad Justitiële Verkenningen een evaluatie van het coffeeshopbeleid van onze noorderburen.

Tussen 1965 en 1976 werd cannabis alleen gebruikt door een elite van bevoorrechte jongeren die protesteerden tegen het gezag. Het recht op zelfbeschikking stond centraal: mensen moeten zelf weten wat ze met hun gezondheid aanvangen, de staat moet geen zedenmeester spelen. Cannabis schaadt de gezondheid niet, zo vond men toen, de staat moet het toelaten. In 1972 kwam voor het eerst een massa goedkope heroïne op de Nederlandse markt en al snel rees de idee om de "markten (van cannabis enerzijds en van hard drugs anderzijds) te scheiden". Men wilde voorkomen dat de cannabisgebruiker geleidelijk verslaafd werd aan hard drugs.

De nieuwe Nederlandse drugswet van 1976 legde de basis voor het gedoogbeleid. Dat was uitsluitend gericht op de consument en had geen oog voor de mogelijke criminele infiltratie die zou kunnen ontstaan door de handel in nederwiet (cannabis in Nederland zelf geproduceerd, nvdr) en evenmin voor de overlast die cannabis kon veroorzaken. Rond 1980 ontstonden de eerste coffeeshops in Amsterdam. Zij werden hét middel om de straathandel in cannabis de wind uit de zeilen te nemen.



Wiet


Dertig jaar later ziet het plaatje er heel anders uit. De overheid ging toch zedenmeester spelen en treedt almaar strenger op tegen alcohol- en tabakgebruik, waarom dan ook niet tegen cannabis? Nederland pakte de drugshandel harder aan en drugstoeristen zakten naar België af. In Rotterdam werkt men aan 'voorzieningen voor duurzaam verblijf', een soort van levenslange opsluiting voor verslaafden die overlast veroorzaken.

Het gebruik van cannabis is ook over de hele maatschappij uitgedeind en heeft dus ook kwetsbare groepen bereikt. Het gebruik van cannabis heeft niets maatschappijkritisch meer. In 2005 had 21 procent van de Nederlanders tussen 15 en 64 jaar ooit cannabis gebruikt en 6 procent deed dat in het voorbije jaar nog. De helft van de dak- en thuislozen gebruikt cannabis.

Ook de kwaliteit van de cannabis is veranderd: het verslavende THC, het roesverwekkende element, is gestegen van 9 procent (in 1999) naar 20 procent (in 2004). Men weet nu dat 8 procent van de 408.000 Nederlandse gebruikers verslaafd is. En men ontdekte dat cannabis schizofrenie bevordert bij mensen met een genetisch bepaalde aanleg én dat cannabis twee keer zoveel kankerverwekkende stoffen bevat dan de gewone sigaret: twee joints per dag staat voor 20 sigaretten.

Is het gedoogbeleid nu gelukt?

De Nederlandse deskundigen vinden voor het merendeel van wel. Ze stellen vast dat het in ieder geval de voorbije dertig jaar niet ernstig werd betwist. En liefst 67 procent van de magistratuur is voor volledige legalisering van cannabis. Vier doelstellingen zijn alvast gerealiseerd:

1. Het gebruik van hard drugs blijft in Nederland beperkt.

2. Het cannabisgebruik bij jongeren blijft lager dan in erg repressieve staten zoals Engeland of Frankijk: in 2003 had 28 procent van de 15-jarigen ooit cannabis gebruikt, tegen 44 procent van de Tsjechen, 39 procent van de Ieren, 38 procent van de Britten en Fransen en 32 procent van de Belgen.

3. De markten van cannabis en hard drugs zijn, althans binnen de coffeeshops, gescheiden. Zo wijst onderzoek bij de gebruikers van de coffeeshops van Terneuzen uit dat bij politiecontroles slechts in 0,77 procent van de gevallen hard drugs werden aangetroffen, terwijl toch 4 op de 10 van de gebruikers van deze shops ooit door de politie werd gecontroleerd.

4. De meeste cannabisgebruikers geven nauwelijks problemen.

Welke problemen blijven?

Maar toch heeft de georganiseerde misdaad zich op de coffeeshops geënt. Drie vierde van de uitbaters heeft een strafrechtelijk verleden, waardoor coffeeshops gemakkelijk kunnen worden geïnfiltreerd door de maffia. De uitbaters krijgen zelden leningen van de banken en zijn dus aangewezen andere financieringsbronnen. Witwassen van misdaadgeld is dan niet ver meer af.

Maar vooral: de "achterdeur" van de coffeeshop staat open. Anders gezegd: Nederland gedoogt de verkoop van cannabis, maar niet de inkoop. En waar moeten de shops hun cannabis halen? Per gebruiker worden vijf nederwietplantjes gedoogd, maar dat is onvoldoende voor een gemiddelde shop waar dagelijks zo'n 150 klanten tussen de 1 en de 5 gram komen kopen. De shops, die 500 gram in voorraad mogen hebben, moeten zich ergens bevoorraden. Ofwel worden ze afhankelijk van criminele grootproducenten, ofwel stimuleren zij zelf hele buurten om het minimaal aantal toegelaten wietplantjes te kweken.

Daarbij wordt afpersing niet geschuwd. Vooral sociaal-economisch zwakkeren worden bedreigd. De oplossingen voor de greep van de maffia op de teelt van nederwiet verschillen al naar gelang de deskundige die ze voorstelt: de ene (criminoloog Henk van de Bunt, Rotterdam) wil meer coffeeshops sluiten, de andere (mr. Raimond Dufour van de Stichting Drugsbeleid uit Haarlem) pleit voor een teeltvergunning: de shops zouden alleen cannabis mogen leveren van bedrijven met een teeltvergunning.

Deze infiltratie van de maffia had men in de jaren zestig nooit vermoed. Momenteel is het zo dat België en Nederland één territorium voor drugshandelaars worden: steeds meer verplaatsen de cannabisplantages zich naar ons land, steeds meer ontstaan hier drugspanden. Begrijpelijk dat de Limburgse gemeenten niet staan te springen voor Maastrichtse coffeeshops aan hun grens.



Cannabis


De cijfers

Nederland telt 737 coffeeshops, verspreid over een vijfde van alle gemeenten. Zij verkopen jaarlijks tussen de 38 en de 40 ton cannabis en realiseren een jaarlijkse omzet tussen de 211 en 283 miljoen euro.

83% van de ondernemers heeft één coffeeshop, 7% heeft meer dan twee zaken. De helft van de eigenaars is van Nederlandse origine, een kwart heeft een Marokkaanse achtergrond.

In deze sector werken 3.400 personen.



Coffeeshop


Coffeeshops worden gedoogd volgens de AHOJ-G-criteria die bepalen wat mag en wat niet mag: geen Affichering, geen verkoop van Hard drugs, geen Overlast, geen verkoop aan Jongeren onder de 18 jaar en niet meer dan vijf Gram per verkoop per persoon.

Zie: Coffeeshops en cannabis, Justitiële Verkenningen, 2006, 188 p.

Lees ook:

De Ruyver: "Coffeeshopbeleid is mislukt"

De Ruyver en De Padt over cannabisplantages en drugsrunners

Antwerpen wil illegale drugsdealers onmiddellijk het land uit


11 APRIL 2006

Nu in het nieuws