Liégeois: "Privacywet buiten strafprocedure houden"

Honderen controleurs van allerlei inspectiediensten werken momenteel illegaal omdat het onmogelijk is om de privacywet te respecteren. Eigenlijk zouden ze de mensen die ze controleren op voorhand van hun controles moeten inlichten, maar als ze dat doen, dan wordt iedere controle zinloos. De privacywet moet beperkt worden en zich buiten de strafprocedure houden. Dat betoogde de Antwerpse procureur-generaal Yves Liégeois maandag bij de opening van het gerechtelijk jaar in het Hof van Beroep.

John De Wit

BR>

Volgens de privacywet mag je iemands persoonsgegevens registreren in een bestand en die data automatisch verwerken, als je de betrokkene hiervan op voorhand ingelicht hebt. Je moet hem ook het doel van die registratie meedelen en de betrokkene kan de gegevens inzien en corrigeren als ze fout zijn. Bij registratie of verwerking van data voor gerechtelijke taken geldt de meldingsplicht niet. Maar er is wel een onrechtstreeks controlerecht op de opgeslagen gegevens door de privacycommissie zelf. Die kan gegevens inzien en laten verwijderen.

En dan stapelen de problemen zich op.

* Inspecteurs van allerlei sociale inspectiediensten hoeven bij iemand die betrapt wordt op bv. zwart werk, niet onmiddellijk een proces-verbaal op te maken. Als ze pv opstellen, voeren ze gerechtelijke taken uit en vallen ze onder het uitzonderingsregime. Maar in 75% van de gevallen doen ze dat niet. Ze kunnen immers ook een termijn opleggen waarbinnen de overtreder in orde moet zijn met de wet of ze kunnen hem waarschuwen. Dit zijn geen gerechtelijke taken, het zijn taken van

bestuurlijke politie

. Dus moeten de inspecteurs op voorhand de gecontroleerden inlichten van hun komst én van het doel van hun komst. Bijvoorbeeld: als de inspectie wil binnenvallen in een pand waar mogelijk illegalen aan hongerlonen worden tewerkgesteld, dan moet zij daar eerst de eigenaar van inlichten. Daardoor wordt het controlesysteem natuurlijk volledig onwerkbaar. En het gevolg is dat de inspecteurs de wet niet toepassen op dat vlak. Maar daardoor werken ze wel zelf in de illegaliteit en lopen ze zelf het risico op torenhoge boetes tot 550.000 euro.

* Ook bij gewone gerechtelijke onderzoeken kunnen problemen rijzen. Hier moet het parket de verdachte niet inlichten, maar die laatste kan wel onrechtstreeks de gegevens die over hem zijn geregistreerd in een strafonderzoek, laten inkijken, verwijderen en corrigeren door de privacycommissie. Dat gebeurt zonder dat de strafrechter, die uiteindelijk over de grond van de zaak moet oordelen, hiervan weet.

Andere verdachten (of slachtoffers), die wél in de strafzaak betrokken zijn, worden toch niet bij deze controleprocedure betrokken, ook niet als in de verwijderde gegevens elementen zitten die de onschuld van iemand anders kunnen bewijzen. Deze controleprocedure loopt bovendien parallel met de procedure om bewijsmateriaal dat door nietige onderzoeksdaden (een onwettige telefoontap, een onwettige huiszoeking) is verworven, uit het gerechtelijk dossier te verwijderen. Maar die laatste controleprocedure geeft de verdachten andere rechten dan de controleprocedure van de privacycommissie. Omdat beide controleprocedures verschillende rechten toekennen, terwijl ze in wezen hetzelfde doen, is er discriminatie. Ook dit kan volgens Liégeois niet. Te meer niet omdat het recht op privacy ook moet worden afgewogen aan de rechten van verdediging van àlle partijen in de strafzaak.

De problemen komen voort uit de onbeperkte definitie van de begrippen "bestand", “verwerking” en "persoonsgegevens" in de privacywet. Ook een strafdossier is een bestand. Volgens Liégeois moeten de definities van beide termen veel strikter.

Bovendien moet de controle op de privacy van verdachten door het parket en de strafrechtbank zelf gebeuren, niet meer door de privacycommissie. Privacywet en strafprocedure moeten worden gescheiden, Aldus Liégeois.

4 SEPTEMBER 2007

Vastgoed

Jobs in de regio