Nieuwe wet op gerechtelijke achterstand op 1 september van kracht

Nieuwe wet op gerechtelijke achterstand op 1 september van kracht

Nieuwe wet op gerechtelijke achterstand op 1 september van kracht

Print
Morgen, 1 september, wordt een nieuwe wet van kracht om de gerechtelijke achterstand in burgerlijke zaken terug te dringen. De rechter moet nu op de eerste zitting een agenda voor de evolutie van de zaak vastleggen. In die agenda moet staan binnen welke termijnen de advocaten hun argumenten moeten uitwisselen en wanneer de zaak uiteindelijk gepleit kan worden. Rechters die vervolgens te lang nadenken over hun vonnissen kunnen loonverlies lijden. Hiermee hoopt het parlement de gerechtelijke achterstand terug te dringen. Maar of dat zal lukken is maar zeer de vraag. Volgens de eerste voorzitter van het Brusselse Hof van Beroep, Guy Delvoie (foto), zal de nieuwe wet de achterstand eerder nog doen toenemen.
BR>
Tussen het ogenblik dat iemand een burgerlijk proces (een echtscheiding, een geschil over wie aansprakelijk is voor een fout e.d.) begint en het moment van het vonnis heb je drie fases, drie periodes, die samen bepalen hoelang een proces duurt bij de eerste rechter.

De eerste fase start met de dagvaarding van één betrokken partij door een andere. Er is dan een inleidingszitting, maar daarop wordt de zaak meestal gewoon "naar de rol" verwezen om de advocaten toe te laten het dossier in orde te brengen. In die eerste fase wisselen de advocaten hun bedenkingen, kritieken, argumenten, bewijsstukken en weerleggingen uit in conclusies. De duur van deze fase is volledig bepaald door de advocaten zelf. De rechter grijpt in principe niet in. Tenzij een van de advocaten, die niet wil treuzelen, om zo'n ingreep van de rechter vraagt. Meestal is er één partij die belang heeft bij een trage rechtsgang, maar soms hebben ze dat ook allebei. Het kan immers zijn dat de advocaten tegelijkertijd nog onderhandelen over een oplossing van de zaak. Pas als het hele dossier klaar is (in staat, zeggen juristen in slecht Nederfrans) gaat de zaak naar de rechter.

De tweede fase start als het dossier klaar is en de partijen vragen om het voor de rechter te brengen en ze duurt tot de dag waarop de zaak voor de rechter kan worden gepleit. Als er geen achterstand is, dan duurt deze fase zo'n drie maanden, omdat er toch nog allerlei administratieve dingen moeten worden geregeld. Dit is de echte fase van de gerechtelijke achterstand, want hier schuiven de dossiers aan in afwachting van behandeling op de zitting.

De derde fase start bij de behandeling van het dossier op de zitting en loopt tot het vonnis of arrest. Het is de tijd die de rechter nodig heeft om partijen te horen en zijn vonnis te vellen. Volgens de wet mag deze fase maar één maand duren, maar meestal is dat langer.

Volgens Justitieminister Laurette Onkelinx is er nog vooral achterstand op het Hof van Beroep van Brussel, maar U zou die in vijf jaar tijd kunnen doen verdwijnen?

Delvoie: "Als er alleen maar in ons hof achterstand zou zijn, waarom is er dan een nieuwe wet nodig die alle hoven en rechtbanken op hun kop zet? Bovendien zijn wij al lang bezig onze achterstand in te lopen. De tweede fase duurde acht jaar terug drie volle jaren, nu nog 16 maanden. Als we op onze wijze kunnen voortwerken, zal die achterstand weg zijn binnen vijf jaren. Maar omdat de nieuwe wet ons dat niet toelaat, moet ik deze uitspraak herroepen."

Hoe hebt U die achterstand kunnen terugdringen?

"Door het gerechtelijk wetboek te interpreteren in het licht van de nieuwe inzichten over rechtbankmanagement. Wij geven geen vaste pleitdatum meer voor data die verder in de toekomst liggen dan 4 maanden. Bijvoorbeeld: de zaak is vandaag klaar maar kan pas gepleit worden op 28 september 2009 om 10 uur. Een datum geven die zover vooruitgaat in de tijd is m.i. ridicuul. Het probleem is dan dat alle kamers waar gepleit kan worden, volledig vol zitten. Ieder uurtje is dan gevuld tot in september 2009. Maar in twee jaar tijd kan veel gebeuren: een rechter wordt gepromoveerd, gaat met vervroegd pensioen of wordt ziek. Als op het moment dat de zaak voorkomt, geen rechter beschikbaar is, moet de zaak worden uitgesteld. Maar omdat op dat ogenblik, in september 2009 alle kamers ook tot twee jaar verder vol staan, moet de zaak opnieuw met twee jaar wachttijd worden uitgesteld. En dat is onrechtvaardig. Dat systeem hanteren wij dus niet meer. We geven geen vaste pleitdata meer. We zeggen nu: Uw zaak zal wellicht in september 2009 gepleit kunnen worden. En drie maanden voordien leggen we de datum definitief vast. De zittingen staan dus altijd maar vol voor de eerstvolgende drie maanden en als er dan al eens moet uitgesteld worden, is dat geen catastrofe van twee jaar. Als de zaak dan plots toch niet kan op 28 september 2009, dan kunnen we ze nog naar een vrije zitting verschuiven drie maanden later. Omdat de zittingen niet voor de eerstvolgende twee jaar vol staan, kan je de stroom van dossiers ook veel beter beheren en dringende zaken op zeer korte tijd behandelen, zoals het hoort. Dit systeem is een van de belangrijke factoren geweest die ons toelieten onze gerechtelijke achterstand te halveren en een volledige opruiming in het vooruitzicht te stellen op een termijn van vijf jaar."

Deden jullie ook iets aan de eerste fase?

"Ook in die eerste fase grepen we in. Gemiddeld duurde het twee jaar voor de advocaten onderling akkoord raakten en vooraleer het dossier dus volledig in orde was om voor de rechter te verschijnen. Dat kwam omdat de raadslieden het volledig op hun eigen ritme mogen doen wanneer de rechter niet gevraagd wordt in te grijpen. De partij die belang heeft bij een trage rechtsgang wordt zo bevoordeligd. Wij draaiden dit om. De advocaten konden van in het begin kiezen voor een "snelspoor" en als één advocaat dat wilde, dan kon de rechter ingrijpen en onmiddellijk conclusietermijnen opleggen. Tot 80% van de zaken worden nu via dit snelspoor behandeld en daardoor werd de duurtijd van de eerste fase van de zaak teruggebracht van 2 jaar naar 5 maanden."

"Dit snelspoor heeft ook nogal wat voordelen voor de belastingbetaler. Zo herinner ik mij een zaak over geluidsoverlast met 2.734 partijen. Omdat de tien advocaten die deze mensen verdedigden het niet eens werden, zou de zaak normaal gezien naar de rol verwezen worden. Om haar dan opnieuw te "activeren" moet een van de partijen een verzoekschrift-747, zoals dat in jargon heet, indienen. En daarna moet de griffie dat verzoekschrift op kosten van de belastingbetaler aangetekend opsturen aan de 2.733 andere partijen. Vervolgens moet een rechter een beslissing nemen die de conclusietermijnen regelt. Alleen al wegens de verplichting om in zo'n geschreven beslissing alle 2.734 partijen met naam, adres en hoedanigheid op te sommen, zou ze bijna 200 pagina's lang worden. Ook die bijna 200 pagina's lange beslissing moet dan aan alle 2.734 partijen opgestuurd worden. Deze twee verzendingen (verzoekschrift en beslissing) vertegenwoordigen 800.000 pagina's papier en 30.000 euro aan portkosten alleen al. Ik heb geweigerd om deze zaak naar de rol te sturen, alhoewel de meeste partijen daarom vroegen. De rechter hoeft geen bloempot te zijn, die alles afwacht, maar mag ook zelf beslissen. De belastingbetaler kan hier wel bij varen."

Is de nieuwe wet dan geen steun voor U?

"De nieuwe wet zal de gerechtelijke achterstand niet verkleinen, maar vergroten. Ze verandert niets aan de tweede fase, die van de échte gerechtelijke achterstand. Om daar iets aan te veranderen moet je de oorzaken van die overbelasting aanpakken: investeren in mensen en middelen, of mensen en middelen beter verdelen tussen de verschillende hoven en rechtbanken; de instroom van nieuwe zaken verminderen, bijvoorbeeld door beroepsmogelijkheden aan banden te leggen; het werk van de rechter rationaliseren door hem te laten bijstaan door goed opgeleide medewerkers (dan heb je misschien minder duur betaalde rechters nodig) of door een vereenvoudiging van de motiveringsverplichting (de rechter niet meer verplichten te antwoorden op allerlei onzinnigheden die partijen vaak opwerpen)."

"De nieuwe wet doet niets van dit alles, zodat de wet ter bestrijding van de gerechtelijke achterstand de gerechtelijke achterstand eigenlijk in het geheel niét bestrijdt."

Wat deed het parlement dan wel?

"Het bepaalde dat de rechter in àlle zaken binnen de zes weken nadat de zaak werd ingeleid, conclusietermijnen moet vaststellen. De rechter moet zelf de termijnen bepalen en opleggen, tenzij de advocaten daarover een akkoord hebben, dat de rechter dan moet bekrachtigen. De manier waarop dat moet gebeuren toont onmiddellijk aan dat de gerechtelijke achterstand gewoon blijft bestaan. De rechter moet immers in de agenda van de rechtbank gaan kijken wanneer de zaak zal kunnen behandeld worden. Hij moet dus rekening houden met de bestaande achterstand en in functie daarvan conclusietermijnen opleggen, zodat de zaak in staat zal zijn om behandeld te worden maximum drie maanden voor de datum waarop ze kàn behandeld worden. Bijvoorbeeld : op 1 september 2007 (datum van inwerking treden van de nieuwe wet) staat de agenda van een rechter ("de zittingsrol") vol tot eind juni 2009 (een gerechtelijke achterstand van bijna twee jaar). Hij moet dan conclusietermijnen opleggen die lopen tot begin april 2009 (juni min drie maanden). De advocaten krijgen dan dus tot 1 april de tijd om het dossier in orde te maken. Als de advocaten zelf vinden dat ze niet zoveel tijd nodig hebben, kunnen ze in onderling akkoord kortere termijnen voorstellen, of langer termijnen, als ze denken dat ze méér tijd nodig hebben."

"Wat verandert dat aan de gerechtelijke achterstand? Niets toch! Het belangrijkste verschil met nu is dat in de toekomst de advocaten door de publieke opinie verantwoordelijk zullen worden gesteld voor die gerechtelijke achterstand en niet meer het gerecht. Of anders gezegd: de tweede fase wordt weggecamoufleerd als eerste fase. Maar in feite doet men helemaal niets om het gerecht effectief sneller te doen werken."

Is die verplichting om conclusies binnen een bepaalde termijn klaar te krijgen dan geen voordeel?

"Alleen bij rechtbanken waar er geen achterstand is. Daar zal dit veel effect hebben en daar zal de eerste fase korter worden. Maar waar er wél gerechtelijke achterstand is, zal dit de zaak langer doen duren. Want we moeten nu ook weer vaste data geven. Onze kamers zullen weer vol zitten en als er iets onverwachts gebeurt, zullen we die vaste datum moeten verzetten naar een véél latere datum, nl. het eerst volgende gaatje in de agenda. Dat zal leiden tot nieuwe gerechtelijke achterstand bijvoorbeeld wanneer rechters plots ziek worden of voortijdig met pensioen gaan. Door het systeem van vaste data is zelfs de creatie van een extra kamer geen oplossing. Zelf creatieve oplossingen zoeken voor het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, zoals wij dat tot nu toe met succes deden, wordt met de nieuwe wet, een heel stuk moeilijker.

Onder het Gerechtelijk wetboek van 1967, dat niet geschreven was voor de situaties van uitzonderlijke gerechtelijke achterstand, kon je je beroepen op een soort noodrecht om aan die onvoorziene noodsituatie het hoofd te bieden. Maar als het parlement in 2007 een wet goedkeurt die uitdrukkelijk bedoeld is om de gerechtelijke achterstand weg te werken en die precies lijkt te zeggen hoe we dat moeten doen, kunnen wij dan iets anders doen dan die wet toepassen? Zelfs als ze contraproductief werkt en de achterstand zal doen toenemen in plaats van bestrijden?"

Waarom heeft de wetgever met Uw bedenkingen geen rekening gehouden?

"In het Brusselse hof van beroep zijn we eigenlijk ervaringsdeskundigen in het bestrijden van de gerechtelijke achterstand. Maar omdat de achterstand nog niet helemaal weggewerkt is (Rome en Parijs zijn ook niet in één dag gebouwd), beschouwt men ons blijkbaar ten onrechte als de slechte leerlingen van de klas. Ondanks onze goede ervaringen met succesvolle oplossingen, zijn wij dus niet gehoord tijdens de besprekingen in het parlement. Het probleem is dat het parlement vertrekt vanuit een groot wantrouwen én tegen de advocaten én tegen de magistraten en daarom alles zelf wil opleggen en regelen. De conclusietermijnen moesten op de eerste zitting geregeld worden omdat het parlement vreest dat advocaten tegen het belang van hun cliënt in, de zaak te lang rekken. Maar in zo'n geval is er misbruik en dat kan al worden aangepakt. Iets anders is het als de advocaten een zaak rekken omdat de cliënt dat ook zelf wil, of omdat alle betrokken partijen dat willen."

Er is ook nog een derde fase in de afhandeling van de zaak?

"Precies en daar gebeurde de parlementaire ingreep vanuit een wantrouwen tegenover de magistratuur. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt sinds 1967 dat de rechter binnen de maand een vonnis of arrest moet vellen. Daar stond echter geen specifieke sanctie op en bij een overbelaste rechter of in ingewikkelde zaken durfde dat wel eens langer duren. Zo berekenden we dat voor alle beslissingen van een heel jaar in het hof van beroep te Brussel de gemiddelde beraadtijd anderhalve maand bedroeg. Terwijl wij toch heel wat complexe dossiers af te handelen hebben."

"Het parlement zegt nu dat rechters die niet binnen de maand met hun arrest klaar zijn, wellicht luie rechters zijn. Maar is dat wel zo? Als in een straat twee dokters wonen en bij de ene zit heel veel volk en moet je uren wachten vooraleer behandeld te kunnen worden en bij de andere zit niemand en ben je in een kwartier buiten, wat denkt de burger dan? Dan denkt de burger dat de dokter waar veel volk zit, echt wel een goede dokter moet zijn. Dezelfde redenering zie je trouwens bij winkels of bij restaurants. Maar voor rechters geldt blijkbaar de omgekeerde redenering. Rechters die veel zaken behandelen en waarbij je wat langer moet wachten, zijn blijkbaar "slechte" of "luie" rechters. En het parlement wil die bestraffen met inhouding van een deel van hun inkomen. Wat zal het gevolg zijn? Dat rechters alleen nog maar precies zoveel dossiers in beraad nemen als waarvoor ze binnen de maand ook een arrest kunnen vellen. Ze zullen de burgers niet meer helpen door nog snel een extra dossiertje bij te behandelen, dat ze in hun gerechtelijk verlof doornemen, uit vrees dat ze het niet klaar krijgen en dan inkomensverlies lijden. Gevolg zal dus zijn: de rechters gaan zich organiseren om minder te werken. En ook daardoor zal de gerechtelijke achterstand weer stijgen."

"En dan heb ik het nog niet over de procedure. Er komen nu lijsten van alle zaken waarin niet binnen de maand een arrest wordt geveld. De magistraten die te laat zijn, moeten grondig motiveren waarom. Als dat geregeld gebeurt, dan moet de korpschef die rechters bij zich roepen en ze ondervragen over het waarom. Daar moet een proces-verbaal worden van gemaakt, vooraleer een sanctie wordt genomen (weddeverlies). Een medewerker rekende uit dat ik hier per week minstens 11 uren voltijds zal mee bezig zijn. Als ik als korpschef géén sancties opleg, omdat ik vind dat mijn magistraten goede rechters zijn, dan ben ik zelf de klos. Want dan riskeer ik een audit van de Hoge Raad voor de Justitie, die zal zeggen dat ik als korpschef mijn job niet goed doe. Het parlement is vanuit een volledig verkeerd idee vertrokken en heeft een wet gemaakt die de gerechtelijke achterstand nog zal doen vergroten."

"Je kan de zaak immers ook omdraaien. Waarom wantrouwt het parlement niet de rechtbanken waar alles precies op tijd gebeurt? Misschien hebben ze daar wel te veel personeel en zitten ze soms dagen met hun duimen te draaien omdat ze niet genoeg zaken hebben. Men had nooit een wet op de gerechtelijke achterstand mogen maken zonder eerst de werklast van de verschillende arrondissementen en hun werkwijzen te bestuderen."

U vindt ook interne tegenspraken in de wetten die het parlement terzake goedkeurt?

"Inderdaad. Er komen steeds meer zaken die door de wetgever hoogdringend worden genoemd en die dus moeten voorgaan. En voorgaan betekent onvermijdelijk dat de andere zaken langer moeten wachten. Daar kunnen soms goede redenen voor zijn. Je kan een zaak hebben over een betwisting van aandelen die een bedrijf blokkeert waardoor dit failliet dreigt te gaan. Of je kan in een echtscheidingskwestie waar de twee ex-en in een andere stad gaan wonen zijn, plots moeten beslissen waar de kinderen naar school mogen. Zulke zaken kunnen geen jaren wachten, ze moeten kunnen voorgaan."

"Het probleem is dat het parlement in allerlei wetten en wetjes aan allerlei categorieën van zaken voorrang geeft, enkel en alleen omdat er achterstand is. Maar, hoe groter de achterstand, hoe onrechtvaardiger dat voorkruiprecht, als dat niet steunt op een reële hoogdringendheid. Want wié dat recht krijgt, hangt vaak af van lobbying. Zo hebben alle telecom-zaken een voorkruiprecht. Maar niet een zwaar gekwetst slachtoffer van een verkeersongeval. Wij hadden ooit een zaak van een man die was aangereden bij een ongeval waarin twee wagens betrokken waren. De man had aan het ongeval niet de minste schuld, maar was wel volledig verlamd. De verzekeringen van de twee autobestuurders betwistten elkaars verantwoordelijkheid. De zaak bleef maar slepen. Ondertussen had de man dure kosten moeten maken, hij kreeg de ene deurwaarder na de andere over de vloer, zijn meubelen werden aangeslagen, zijn huis verkocht, maar hij moest blijven wachten op vergoeding tot de zaak was afgehandeld, zonder zich te kunnen beroepen op een wettelijk voorkruiprecht."

"Op het Hof van Beroep van Brussel krijgt 7% van de zaken voorrang. En we proberen onterechte voorkruipers zoveel mogelijk te vermijden. We hebben nu geen enkel probleem om die zaken ook effectief te laten voorgaan: ze kunnen praktisch onmiddellijk nadat ze klaar zijn, behandeld worden, zonder veel wachttijd."

"De nieuwe wet creëert nu een bijkomend probleem: we moeten alle zittingsdata tot in de verre toekomst vol zetten, maar hoe kunnen we daar de dringende zaken nog tussen schuiven? Dat wordt een heksentoer die aanleiding zal geven tot chaotische toestanden. Gewone zaken zullen moeten worden afgelast en (véél) later vastgesteld om plaats de maken voor de dringende zaken. Daardoor zal de achterstand voor de gewone zaken nog meer toenemen."

Er zijn ook problemen met het verstek?

"Inderdaad. De procedure bij verstek wordt niet afgeschaft, maar omdat de rechter bij de inleidende zitting conclusietermijnen moet vastleggen is niet duidelijk of die procedure nog wel bestaat. En zo'n procedure blijft nodig. Want er zijn toch wel wat rechtszaken die opgestart worden zonder dat ze enige zin hebben. De burger die zo'n affaire van een beroepsprocedeerder aan zijn been heeft, moet thuis kunnen blijven en zeggen: de rechter zal wel zien dat het een idiote affaire is en de eis van die beroepsprocedeerder afwijzen. Als de rechter dat bij uitzondering toch niet doet, dan kan ik bij diezelfde rechter het nog altijd gaan uitleggen omdat ik mijn zaak dan opnieuw bij hem kan laten behandelen. Maar blijft dit systeem nog wel bestaan? Als de rechter nu op de inleidende zitting vaststelt dat ik niet kom opdagen, moet hij dan conclusietermijnen opleggen of het verstek vaststellen? Dat is niet duidelijk. Als hij conclusietermijen oplegt en ik reageer niet, dan kan ik misschien veroordeeld worden en plots voor het Hof van Beroep staan, in plaats van voor diezelfde rechter. En ook dat zou niet terecht zijn, want de burger moet het recht kunnen hebben om zelfs geen tramritje te betalen om zich te gaan verweren in een volstrekt onnozele zaak."

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Fiche

Guy Delvoie (60) werd geboren in Maastricht. Hij studeerde rechten aan de VUB en begon zijn carrière in 1972 als stagiair-advocaat bij de balie te Brussel. Na een jaartje onderzoek op het Centrum voor Burgerlijk Recht van de VUB werd hij in 1974 assistent bij professor Gust Baeteman voor het vak personenrecht. Baeteman zelf werd later voorzitter van de Raad van State. In 1980 stapte Delvoie over naar de magistratuur: hij werd rechter in Brussel. In 1985 werd hij raadsheer bij het Brusselse Hof van Beroep waar hij op 1 april eerste voorzitter werd. Delvoie was oprichter van het Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht en volgde meerdere managementsopleidingen. Hij is de topmanager van het grootste en moeilijkst te beheren Belgische Hof van Beroep.

31 AUGUSTUS

.

Nu in het nieuws