Overlast in zwembaden, op speelpleinen, in uitgaansbuurten en bij straatracen

Voor het eerst werden de overlastproblemen tijdens de recreatie wetenschappelijk in kaart gebracht door criminologe Sara Van Malderen en strafjurist Gert Vermeulen (strafrecht, Universiteit Gent). Naar aanleiding van meedere incidenten gaan we hier in op de overlast rond openluchtzwembaden, speelpleinen, uitgaansbuurten en op straatracen. Wat is er werkelijk van aan? Uit de studie blijkt dat er nogal wat verschillen zijn tussen wat de politie waarneemt en wat sleutelfiguren vaststellen.

John De Wit

BR>

Openluchtzwembaden

Ieder jaar weer heb je heisa rond openluchtzwembaden. Nog maar pas enkele weken terug kwam het provinciaal domein in Huizingen in het nieuws omdat het flodderige zwemshorts verbiedt en strakke zwembroeken verplicht. Eerst heette het: "om overlast door allochtone jongeren te verminderen", later werd dat: "om hygiënische redenen". Huizingen heeft regelmatig overlast. Maar welke problemen zijn er nu echt in de openluchtzwembaden?

Zwemshorts

Criminologe Sara Van Malderen koos 8 representatieve recreatiedomeinen uit, netjes verspreid over grootsteden, gewone steden en gemeenten. Het provinciaal domein van Huizingen, De Nekker in Mechelen, De Ster in Sint-Niklaas en Walibi in Waver zaten in de steekproef.

Wat blijkt uit haar studie?

* Er is een verschil tussen de vaststellingen van de politie en de overlastfeiten die worden vermeld door "sleutelinformanten", belangrijke kenners van de problematiek van het domein. Volgens de politie vertegenwoordigen diefstallen 66,3% van de feiten. De dieven veroorzaken dus de meeste overlast, op de tweede plaats komen de fysieke agressievelingen (6,65%) en dan volgen de vandalen (6,39%).

De sleutelinformanten hebben een heel andere "overlast-top". Voor hen zijn het niet-naleven van het reglement en onrechtmatig binnenkomen in het recreatiedomein de belangrijkste factoren van overlast. Van Malderen denkt dat slachtoffers van diefstallen rechtstreeks naar de politie stappen om daar een klacht in te dienen, zonder contact met personeelsleden van het domein. Dat kan volgens haar het verschil verklaren.

* Ook het profiel van de daders is bij politie en sleutelfiguren volkomen anders. De politie kent de daders nauwelijks. Ze vindt slechts 2,27% van de daders van gewone diefstallen, 18,7% van de daders van fysieke agressie en 15,3% van de vandalen.

Zelfs bij vechtpartijen blijft nog 15% van de feiten over waarvan de agenten geen enkele dader vinden. Volgens de politie zijn de gevatte daders mannen (94%) van onder de 21 jaar (62%) die alléén handelden (63%).

De sleutelinformanten hangen een heel ander beeld op en dat is volgens Van Malderen en Vermeulen veel realistischer. De overlast wordt veroorzaakt door groepen allochtone jongeren van tussen de 10 en de 25 jaar met de Belgische nationaliteit. Ze komen doorgaans niet uit de gemeente waar het recreatiedomein is gevestigd en zijn voor meer dan de helft nog student.

* De overlast concentreert zich vooral tijdens de weekends van de zomervakantie, vanaf de late middag tot sluitingstijd. De overgrote meerderheid van de feiten gebeurt rond het zwembad zelf, maar ook op de parking.

* Welke

beleidsmaatregelen

stellen Van Malderen en Vermeulen voor? Dat zijn er heel wat: de omheiningen verbeteren zodat gratis binnenbreken moeilijker is, lockers ter beschikking stellen zodat iedereen zijn waardevolle spullen kan opsluiten, en de politie preventief inzetten zowel op het terrein zelf als op de bussen naar het domein. Daarnaast suggereren zij om allochtone personeelsleden in te schakelen, want die kunnen best bemiddelen bij geschillen met allochtonen. Ze willen eveneens dat ieder personeelslid een opleiding in conflictbeheersing en interculturele communicatie volgt. En ze stellen voor om bezoekers die het reglement herhaaldelijk of keer op keer niet naleven, te weigeren, zoals Mechelen ondertussen trouwens al doet.

Speelpleinen

De herrie rond het speelplein van Lauwe is bekend. De rechter verbood de speelpleinwerking omdat de kinderen te veel lawaai veroorzaakten volgens de buurtbewoners. Later werd toch een regeling getroffen. Zijn de problemen van Lauwe nu de problemen die je hebt bij speelpleinen? Criminologe Sara Van Malderen bestudeerde de overlastproblemen rond vijf speelpleinen, die representatief zijn voor België. Daarbij hoorden Het Dokske in Antwerpen én het beruchte speelplein in Lauwe.

Speelplein van Lauwe

Wat waren de bevindingen?

* Volgens de vaststellingen van de

politie

bestaat de overlast op speelpleinen uit: diefstallen (33,7%), vandalisme (22,7%) en fysieke agressie (13,3%). In kleinere gemeenten klom dit fysiek geweld tot 26,3% van de incidenten. Geluidshinder tekende slechts voor 1,96% van de overlastfeiten, alleen in de grootsteden dan nog. Merkwaardig omdat dit toch de inzet van de mediatieke rel over het plein in Lauwe was.

* De incidenten doen zich voor tijdens het hele jaar, maar vooral in maart (12,3%) en september (12,7%), op alle dagen van de week, maar met de zaterdag als uitschieter. De feiten gebeuren overdag, 1 op de 3 incidenten gebeurt tussen 15 en 19 uur. De politie kon geen enkele dader vatten.

* De

sleutelfiguren

die het plein goed kennen, geven een ander beeld van de overlast. Voor hen zijn vandalisme en 'claimgedrag', waarbij jongeren een bepaald stuk terrein opeisen, de belangrijkste overlastproblemen. Nergens verwijzen zij naar diefstallen. Van Malderen denkt dat dit komt omdat diefstallen en autokraken in de buurt rond het plein gebeuren en dat wordt vermoedelijk niet meegeteld door de sleutelfiguren.

In de grootstad is bedreiging een van de meest voorkomende overlastvormen. De sleutelfiguren bevestigen fysieke agressie alleen in de grootstad als probleem. Daar vechten groepjes jongeren tegen elkaar.

Volgens deze sleutelinformanten heb je in kleinere steden en gemeenten ook overlast door nachtlawaai (van brommers op het plein). In de politiecijfers blijkt daar niets van.

* De overlastveroorzakers zijn volgens de sleutelfiguren maatschappelijk kwetsbare jongens tussen 10 en 20 jaar uit de eigen buurt, zowel autochtonen als allochtonen. De incidenten zijn meestal een territoriumstrijd.

* Het

beleid

kan veel problemen voorkomen door via een hek of een haag een zichtbare scheiding te maken tussen een onderdeel voor kinderen en één voor jongeren en door speeltuigen voor kinderen te installeren, zodat ook hun ouders meekomen en de sociale controle vergroot. De hekken moeten 's avonds afgesloten kunnen worden door de buurtbewoners zelf. De auteurs verwachten ook veel van "speelcoaches", vrijwilligers uit de buurt die het plein onderhouden en overlast signaleren. Hun taken moeten duidelijk gedefinieerd worden om te verhinderen dat zij zelf claimgedrag gaan vertonen. Daarom worden ze ook best ondersteund door professionelen.

Uitgaansbuurten

De onderzoekers Sara Van Malderen en Gert Vermeulen bekeken ook de overlastproblemen in tien uitgaansbuurten (o.a. Gent, Oostende, Leuven, Lier), die representatief zijn voor België. Ook in dit onderdeel van hun wetenschappelijke studie naar overlast en ontspanning zien we grote verschillen tussen de overlastvormen die de sleutelinformanten vaststellen en wat de politie constateert.

* De sleutelinformanten zien als belangrijkste problemen: zwerfvuil, nachtlawaai en vechtpartijen. Bij de politie tekenen die drie feiten respectievelijk slechts voor 2,2%, 3% en 2,2% van alle incidenten! De politie-inspecteurs stellen vooral gewone diefstallen vast (32% van alle overlastfeiten), voor fysieke agressie (11,4%), openbare dronkenschap (8,8%) en vandalisme (8,4%). Bij 42,6% van de feiten vindt de politie een dader, maar bij diefstallen is dat slechts in 26,4% van de gevallen zo.

Vandalisme

* De incidenten gebeuren van donderdagavond tot zondagochtend tussen 23 uur 's avonds en 7 uur 's ochtends. De gevatte daders zijn volgens de politie jonger dan 25 jaar, werken alleen en ze komen uit de gemeente van de uitgaansbuurt zelf. Volgens de sleutelinformanten tekent ook de groep tot 40 jaar voor een groot aantal feiten.

* De onderzoekers pleiten voor meer politieaanwezigheid in de buurten en verder voor camerabewaking, zowel binnen de disco's als in de uitgangsbuurten zelf. Camera's kunnen vandalisme en vermogensdelicten verhinderen. Dat kunnen ze niet voor geweldsmisdrijven, maar ook daar kunnen ze toch de escalatie beperken, zo luidt het. Overal dragen ze bij tot de opheldering van de misdrijven zelf.

Straatracen

Straatracen wordt in België vooral beoefend door motorfietsers. Voor hun wetenschappelijke studie kozen Van Malderen en Vermeulen zeven representatieve locaties uit, waar straatracen worden bedreven: het gebied rond de Waaslandhaven in Beveren en Zwijndrecht, het industriegebied in Beringen, maar ook de stedelijke agglomeraties van Diksmuide en La Louvière zaten in de steekproef. Wat bleek?

* De twee grote overlastproblemen zijn verkeersonveiligheid en geluidsoverlast. Opmerkelijk is hier weer het verschil tussen wat sleutelinformanten vaststellen en wat de politie constateert. Zo zijn geluidsoverlast of nachtlawaai blijkbaar geen probleem volgens de politie, behalve in Beveren.

* Straatracen gebeuren in België vooral met motoren. De belangrijkste maanden zijn maart en november. De meest onveilige dag is de zaterdag, de veiligste is de dinsdag. Tussen 19 uur 's avonds en 3 uur 's nachts wordt de meeste overlast veroorzaakt.

* De grote meerderheid van de straatracen gebeurt op de openbare weg, slechts een minderheid in een industriegebied.

* Straatracen is hoofdzakelijk een mannenzaak, maar ook vrouwen laten zich niet onbetuigd. De gevatte straatracer is doorgaans een Europeaan van onder de 25 jaar. Hij houdt zich veel bezig met zijn motor en doet alles om de snelheid te maximaliseren: zo worden vaak de spiegels verwijderd voor de race begint. De straatracer hanteert een eigen jargon: stuntwerk waarbij alleen op het voorwiel wordt gesteund heet

wheelie

, stuntwerk waarbij alleen op het achterwiel wordt gebalanceerd heet

stoppie

, een plek waar illegaal wordt geracet is een

speeltuin

. De racers hebben niet gevoel iets fout te doen, hoewel ze toegeven verkeersborden te verwijderen of aan te passen én op de autosnelwegen te racen. Ongevallen worden meestal niét gemeld aan de hulpdiensten.

Straatracen

* Plaatsen waar het "goed racen is", zoals Kallo en de Waaslandhaven, vind je op websites, maar dank zij politieoptredens kunnen racen worden verhinderd. De racers zelf zetten echter "politiespotters" in om elkaar te verwittigen van mogelijke aanwezigheid van agenten.

* Als beleidsmaatregel stellen de onderzoekers voor om de racen legaal te maken en op bepaalde momenten één afgelegen locatie per provincie ter beschikking te stellen van de racers. Zo kan overlast worden vermeden en zijn de hulpdiensten ter plaatse als zich ongevallen voordoen.

VAN MALDEREN, SARA en VERMEULEN, GERT, Recreatie en (strafbare) overlast, Maklu, Antwerpen, 2007, 518 p.

16 JULI 2007

MEER OVER John De Wit