Nieuwe antipestwet sinds 16 juni van kracht

Nieuwe antipestwet sinds 16 juni van kracht

Nieuwe antipestwet sinds 16 juni van kracht

Print
Vorige zaterdag, 16 juni, werd een nieuwe wet tegen pesten op het werk (mobbing) en tegen ongewenst seksueel gedrag op het werk van kracht. In België heb je 65 klachten per maand. In 2002 kwam er al een antipestwet, maar die werkte niet goed. Ze is nu aangepast. De klemtoon ligt veel meer op de interne procedures bij de preventie-adviseur dan bij externe bij de rechtbank. De werknemer is beter beschermd en er is een duidelijk tijdschema om de klachten af te handelen.
BR>
Pesten is niet grappig of onschuldig. Wetenschappelijk onderzoek toonde bij herhaling aan dat stress en pesterijen leiden tot meer ongevallen, meer fouten en minder productiviteit, tot demotivatie en ziekteverzuim, burnout en een verzieking van de werksfeer.

In 2002 kwam er een wet tegen mobbing. De werkgever moest in zijn bedrijf een procedure uitdokteren om klachten over pesten af te handelen en het slachtoffer hulp en bijstand te geven. Al die maatregelen kwamen in het arbeidsreglement en de werkgever moest een preventie-adviseur voor pesten aanstellen. Slachtoffers van pesterijen kunnen zich tot die preventie-adviseur wenden om een verzoening na te streven. Maar ze kunnen ook een klacht indienen, naar de inspectie stappen of zelfs naar de arbeids- of correctionele rechtbank. Klagers moeten hun klacht duidelijk motiveren.

Als die klacht er is, moet de aangeklaagde werkgever bewijzen dat zijn werknemer niét werd gepest, behalve wanneer de klager naar de correctionele rechtbank stapte.

De arbeidsrechtbank kan een schadevergoeding aan het slachtoffer toekennen, maar ze kan ook bevelen dat de laakbare handelingen onmiddellijk worden gestopt. De arbeidsrechtbank kan hiervoor een termijn opleggen en straffen tot één maand cel en 2.500 euro boete voor al wie ervoor zorgt dat de pestpraktijk niet ophoudt binnen de vereiste termijn. Niet alleen het slachtoffer zelf, maar ook de vakbonden en vzw's, die de bestrijding van pesten tot doel hebben en al drie jaar bestaan, kunnen een geding starten bij het gerecht.

Als een klacht is ingediend, is de klager (én de getuige in zijn voordeel) een beschermd werknemer. Hij kan niet worden ontslagen om redenen die met de klacht te maken hebben, gedurende een jaar na het indienen van de klacht of 3 maanden na de uitspraak van de rechtbank.

Hoe vaak komt pesten voor?

Het statistisch materiaal over pesten op het werk is versnipperd over vele bronnen. Enerzijds heb je onderzoeken over pesten in bedrijven, anderzijds over pesten bij de politie. Er zijn ook statistieken over de toepassing van de antipestwet van 2002. We gaan op elk van deze data kort in.

1. Bedrijven.

Werknemers in grote bedrijven lopen twee keer zoveel kans om op het werk gepest te worden als die in KMO's. Belgisch onderzoek in opdracht van de federale minister van Werk toonde aan dat in bedrijven met minder dan 50 werknemers 'slechts' 7,8% van de mensen gepest wordt. Bij bedrijven met 50 tot 500 werknemers gaat het om 14,8%, bij bedrijven met meer dan 500 werknemers om 17,9%. In grote bedrijven wordt dus twee keer zoveel gepest als in kleine. Eerder onderzoek toonde dezelfde tendens aan voor ongewenst seksueel gedrag op het werk (OGSW): hoe groter de firma, hoe meer OGSW.

Inge Neyens, Hans De Witte en Kevin Vanoirbeek (KU Leuven) gingen ook na hoe dat komt. Zij zien veel verklaringen. In KMO's kunnen de werknemers zelf meer inhoud aan hun functie geven dan in een groot bedrijf. Er is dus minder verveling, meer afwisseling in het dagelijks werk. De groep werknemers hangt er ook meer samen. En de communicatie tussen top en basis gebeurt direct: er is een kleinere sociale afstand tussen werkgever en werknemer en er zijn relatief weinig hiërarchische niveaus.

De onderzoekers stellen nochtans vast dat in KMO's ook factoren aanwezig zijn die pesten kunnen bevorderen: hogere werkdruk, lagere lonen en minder promotiekansen dan in grote bedrijven, geen vakbonden, geen formele inspraak. Maar deze factoren wegen niet op tegen de andere. De onderzoekers wijzen erop dat KMO's pesterijen niet snel laten escaleren: een 'lastige werknemer' wordt veel vlugger ontslagen dan in een groot bedrijf. Ook daarom zijn de pestcijfers in KMO's veel lager.

2. Politie.

De politie heeft geen preventiebeleid om pesten op het werk te voorkomen, terwijl het fenomeen in 2004 steeg met 37 procent in vergelijking met 2003, tot 338 feiten. Vooral bij de lokale korpsen neemt het pesten toe. Dat besloot het Comité P in een studie die einde maart 2006 werd bekendgemaakt.

De federale politie kreeg in 2004 101 klachten over pesten binnen bij haar preventie-adviseur of vertrouwenspersoon. Dat is 35 procent minder dan in 2003. Bij de lokale politiekorpsen liepen 242 klachten binnen, een stijging met liefst 132 procent.

De 'pure' pesterijen tekenen voor 84 procent van alle zaken (283 in absolute cijfers), het seksueel geweld voor 9 procent (30 zaken), het gewone geweld voor 7 procent (25 zaken).

Hoe past de politie de antipestwet toe?

* Ze moet eigenlijk een analyse maken van de risico's, van de praktijken die aanleiding kunnen geven tot pesterijen of geweld. Slechts 14,8% van de lokale korpsen deed dit, tegen 18,7% van de federale directies.

* 32% van de lokale korpsen en 28,9% van de federale directies nam nieuwe maatregelen als gevolg van klachten van personeelsleden die gepest werden.

* De politie moet een register bijhouden van alle pesterijen en geweld op het werk. De lokale korpsen doen dat in 45,7% van de gevallen, de federale directies in 18,4%.

* Zo goed als overal werd een preventie-adviseur én een vertrouwenspersoon aangesteld om klachten op te vangen en maatregelen voor te stellen. Bij de lokale politie is de preventie-adviseur meestal een psycholoog van buiten het korps, slechts een kwart van de zones heeft een eigen preventie-adviseur.

* Bijna overal wordt het personeel geïnformeerd over de mogelijkheden om iets te doen aan pesten op het werk.

* Slechts een derde van de korpsen en federale directies heeft een procedure om slachtoffers op te vangen en opnieuw tewerk te stellen. Maar toch heeft de helft van de korpsen en federale directies een regeling om het slachtoffer te helpen.

* Slechts 36% van de federale directies en de helft van de lokale korpsen heeft een procedure om een snel en onpartijdig onderzoek van de klacht te garanderen.

Het Comité P besluit dat de politie "geen echt preventiebeleid tegen pesten heeft, ze blijft steken in de behandeling van individuele klachten. De nadruk van het beleid ligt op afhandelen van het aangeklaagde gedrag eerder dan op het voorkomen ervan. Door dit gebrek kan de verantwoordelijkheid van de werkgever (de korpschef) in het gedrang komen."

3. Toepassing van de wet.

Einde 2005 deelde minister van Werk Peter Vanvelthoven (sp.a) cijfers mee over de toepassing van de antipestwet.

* Per maand worden zo'n 65 klachten voor pesten op het werk (mobbing) geregistreerd in heel België.

* Er vielen 42 vonnissen sinds de antipestwet op 1 juli 2002 van kracht werd: 45% betrof de overheid, 55% de privésector.

* Slechts 34 van deze vonnissen beslechtten de zaak ten gronde, de rest waren korte gedingen die voorlopige maatregelen oplegden. Bij acht van die 34 vonnissen schortte de rechter zijn beslissing op om nieuwe maatregelen te kunnen nemen. En tegen nog eens acht vonnissen werd beroep aangetekend.

* Slechts één zaak ging over ongewenst seksueel gedrag op het werk.

* Uiteindelijk werden slechts twee keer pesterijen op het werk vastgesteld door de rechtbanken. In nog twee andere affaires was er een vermoeden. In twee zaken werd de werknemer veroordeeld voor misbruik van de procedure.

* In 27 van de 42 zaken hadden de klagers eerst zelf andere stappen gezet vooraleer naar de rechter te gaan: ze richtten zich tot de werkgever zelf, de preventie-adviseur of de medische inspectie. Vaak achtten rechters de pesterijen niet bewezen omdat die interne weg niet was bewandeld en er onvoldoende bewijsmateriaal is.


Peter Vanvelthoven


Wat was de kritiek?

Op de wet kwam al onmiddellijk na de inwerkingtreding kritiek van professor arbeidsrecht Patrick Humblet (Universiteit Gent). "Pesten is juridisch een vaag begrip. De wet zal worden gebruikt door werknemers die weigeren om vuil of minder interessant werk te doen. Voorts pakt de wet vooral de werkgever aan. Maar mobbing is typisch iets wat werknemers elkaar aandoen. De kans dat de werkgever de pestpraktijk niet eens kent, is groot. Hoe moet hij ze dan controleren?", zo heette het. "Ook dat de werkgever zelf moet bewijzen dat zijn werknemer niét werd gepest, gaat voor mij te ver. Dat moet zeker veranderen", aldus Humblet, die verder waarschuwde voor problemen in bedrijven die met onderaannemers werken. "Daar kan een juridische poespas ontstaan: de opdrachtgever kan immers geen bevelen geven aan de werknemers van de onderaannemer, want dan wordt hij werkgever. En dat wil hij net niet. Maar wat als de arbeiders van de onderaannemer de zijne pesten?"

En tenslotte: "In kleine bedrijven kan tengevolge van een pest-discussie iedereen beschermd werknemer worden, als ook de vermeende pester tegen wie een klacht werd ingediend reageert met een klacht."


Patrick Humblet


Tijdens een parlementaire evaluatie van de wet in juli 2004 hadden VLD, CD&V en VB de afschaffing van de wet geëist, omdat ze onvoldoende wordt toegepast, omdat de bedrijfsleiders zelf moeten bewijzen dat een klager niét gepest wordt en omdat in kleine bedrijven iedereen beschermd werknemer dreigt te worden. Vooral de socialisten wilden de wet echter behouden. In een later debat gaf minister Vanvelthoven toe dat de wet wel moest worden gewijzigd: "Eerst moéten in de toekomst interne stappen gezet worden en er moét een hiërarchie tussen die stappen komen, met een duidelijke bevoegdheidsomschrijving voor ieder orgaan. De reden hiervan is dat weinig klachten die voor de rechtbank komen, ook echt worden opgelost, de informele procedure is veel praktischer. Klachten voor mobbing bij de politie moeten ook onder de wet vallen en dat is nu niet", zo vond hij.

Wat verandert de nieuwe wet?

De omkering van de bewijslast blijft in de wet en de bescherming van de klager wordt zelfs uitgebreid. Aan twee grote kritieken op de wet verandert alvast niets. Wat verandert wel? Professor Patrick Humblet zet de nieuwigheden op een rijtje.

Voor het bedrijf:

* De bescherming tegen pesten valt voortaan gewoon onder de preventie tegen 'pychosociale belasting op het werk' (stress en conflicten). Pesten is immers een onderdeel van conflicten op het werk. De strategieën die de bedrijven ontwikkelen om de psychosociale belasting te verminderen, zullen voortaan strategieën tegen pesten moeten bevatten. De bedrijfsdirecties moeten materiële en organisatorische maatregelen treffen waardoor pesterijen kunnen worden voorkomen, en dat moet passen binnen het gehele welzijnsbeleid.

* Als er dan toch nog klachten voor pesten volgen, dan worden de (meer informele) interne procedures bij de vertrouwenspersoon en bij de preventie-adviseur bevoordeeld tegenover de externe (rechtbank).

* De positie van de vertrouwenspersoon wordt versterkt en onafhankelijker gemaakt. De klager wendt zich eerst tot hem of tot de preventie-adviseur en zij proberen de zaak minnelijk te regelen, als dat kan voor alle betrokkenen.

* Bedrijven zijn niet verplicht om een eigen vertrouwenspersoon voor pesten onder hun personeel te hebben. De nieuwe wet maakt dat nu toch verplicht als het bedrijf meer dan 20 werknemers telt én een beroep doet op een externe preventie-adviseur.

* De rechten van de verdediging en het inzagerecht zijn duidelijker omschreven. Het beroepsgeheim van de preventie-adviseur is beter uitgewerkt en mogelijke inbreuken op de wet op de privacy zijn ondervangen. Er is een duidelijke regeling voor wie (het register van) de klachten kan inzien.

Voor het slachtoffer:

* De definitie van pesterijen wordt gewijzigd. De rechters interpreteerden het begrip vaak te eng. Door de wijziging kunnen nu zowel soortgelijke als totaal verschillende terugkerende vormen van pesten aanleiding geven tot toepassing van deze wet.

* De procedure wordt verduidelijkt. Een klacht indienen kan voortaan pas na een persoonlijk onderhoud met de vertrouwenspersoon of de preventie-adviseur. Dat moet plaatsgrijpen binnen de acht dagen nadat de klager om dat onderhoud heeft gevraagd.

De preventie-adviseur behandelt de klacht, hij hoort de beklaagde en de getuigen en al wie nuttig is voor de zaak. Iedereen krijgt een kopie van zijn verklaringen. De preventie-adviseur moet binnen de drie maanden een advies aan de werkgever voorleggen. Dat bevat de oorzaken van de pesterijen én individuele maatregelen. De termijn van drie maanden kan tot maximum 12 maanden worden verlengd.

* Een gepeste werknemer kan in de praktijk nog moeilijk rechtstreeks naar de arbeidsrechtbank stappen, tenzij geen vertrouwenspersoon of preventie-adviseur is aangeduid of tenzij hun tussenkomst geen uitkomst of voldoening hebben gegeven. Als de gepeste werknemer toch rechtstreeks naar de arbeidsrechtbank stapt, dan kan die hem voortaan naar de interne procedure binnen het bedrijf sturen.

* Een werknemer die een klacht indient bij de politie of het parket wordt voortaan ook beschermd tegen ontslag zolang de procedure duurt.

* Er komt ook een duidelijke regeling voor werknemers van een onderaannemer die in een ander bedrijf werken en die door de werknemers van dat bedrijf gepest worden. Zij kunnen een beroep doen op de preventie-adviseur van het bedrijf van de pester. Ook de omgekeerde situatie wordt geregeld.

* Ook het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en het Instituut voor de Gelijkheid van Mannen en Vrouwen kunnen voortaan de procedure opstarten als ze menen dat de pesterijen gebeuren uit racisme of haat tegen een bepaalde bevolkingsgroep.

Met dank aan Patrick Humblet (Universiteit Gent), Peter Decavele (Idewe) en Ann Taghon (Socompact)

18 JUNI 2007
MEEST RECENT