Sociaaldemocraten in EU incasseren forse klappen

De verkiezingsnederlaag van de Belgische sociaaldemocraten past naadloos in een Europese tendens.

Belga

Ook in Finland en Frankrijk moest de linkerzijde dit jaar al forse nederlagen slikken en sinds eind jaren negentig is het aantal sociaaldemocratische regeringsleiders in de vijftien oude lidstaten van de Europese Unie zowat gehalveerd.

Eind jaren negentig kleurde Europa rood. In Groot-Brittannië had Labour onder leiding van Tony Blair opnieuw de macht gegrepen, in Duitsland stond Gerhard Schröder aan het hoofd van een roodgroene coalitie en in Frankrijk had Lionel Jospin president Jacques Chirac met een lastige 'cohabitation' opgezadeld. In de Europese Raad genoten deze kopstukken het gezelschap van geestesgenoten uit Zweden, Finland, Denemarken, Nederland, Griekenland, Italië, Oostenrijk en Portugal.

Zeven jaar later schiet er van die sociaaldemocratische hoogdagen weinig meer over. In Frankrijk won de rechtse Nicolas Sarkozy in mei overtuigend de presidentsverkiezingen van de socialiste Ségolène Royal en tijdens de eerste ronde van de parlementsverkiezingen takelde de UMP van Sarkozy de socialisten nog forser toe. Eerder dit jaar verloren de sociaaldemocraten ook al fors in Finland, waar de conservatieve liberaal premier Matti Vanhanen voor een coalitie zonder links koos.

In buurland Zweden overvleugelen de liberaal-conservatieven op dit moment eveneens de sociaaldemocraten. In september vorig jaar brak Fredrik Reinfeldt het jarenlange bewind van de sociaaldemocraten en hun leider Goran Persson.

Nu in het nieuws