Nieuwe vreemdelingenwet 4: Illegalen

In een serie van vijf delen belichten we de nieuwe vreemdelingenwet, die op 1 juni in werking treedt. We gaan in op de veranderingen voor kandidaat-vluchtelingen, de hervorming van de Raad van State, de gezinshereniging, de illegalen en de gesloten centra, de antidumpingwet voor asielzoekers. De basisteksten dateren van toen de wet halverwege 2006 in het parlement werd goedgekeurd. Waar mogelijk werden in cursief recente veranderingen aangebracht.

John De Wit

BR> De nieuwe vreemdelingenwet kwam vooral in het nieuws door de acties van illegalen die kerken bezet hielden om zo een verblijfsvergunning af te dwingen. Over geen item wordt vertekender bericht dan over dit, want vele eisen van de kerkbezetters zijn al gerealiseerd.

Momenteel beslist de minister van Binnenlandse Zaken of hij om humanitaire redenen een verblijfsvergunning geeft aan illegalen. Dat gebeurt op basis van het beruchte “artikel 9 ten derde” van de vreemdelingenwet.

Drie categorieën illegalen komen voor regularisatie in aanmerking:

1. Asielzoekers met kinderen die al meer dan drie jaar op een beslissing wachten (vier jaar bij alleenstaanden).

2. Zwaar zieken.

3. Mensen met "prangende problemen". Dat is bv. een dame van 90 die hier een zus bezoekt en tijdens dat bezoek wordt haar huis verwoest door een aardbeving en al haar familie komt om.

In 2005 werden 11.630 illegalen geregulariseerd door minister Dewael. Dat is enorm veel, want begin jaren negentig schommelde hun aantal tussen 20 en 100 per jaar. En Dewaels’ voorganger Tobback wilde het “artikel 9 ten derde”, dat illegalen om humanitaire redenen regulariseert, zelfs afschaffen. Momenteel zijn er bijna 1.500 aanvragen per maand.

(

Freddy Roosemont, directeur-generaal DVZ: “Dat zijn er dus meer dan er asielaanvragen zijn. En er moeten nog zo'n 22.000 aanvragen voor artikel 9 ten derde behandeld worden. Iedere aanvraag kan over meerdere personen gaan. En iedere persoon kan ook meerdere aanvragen indienen. Daarom is het zeer moeilijk om te zeggen om hoeveel personen het gaat. De Dient Vreemdelingenzaken heeft nog wat vertraging met deze regularisaties, maar voor de rest is de vertraging van DVZ voor alle ander werk ingelopen”.

)

Op 1 juni veranderden twee dingen aan deze regularisatie om humanitaire redenen.

* Het is niet meer mogelijk om argumenten aan te voeren die je al in eerdere procedures hebt gebruikt. Daardoor wil men vermijden dat teveel mensen telkens opnieuw een regularisatie-aanvraag indienen.

* Bovendien moet men zijn identiteit kunnen bewijzen, behalve bij echte asielzoekers en behalve als men een grondige reden kan opgeven om dat niet te doen.

Werd rekening gehouden met eisen van kerkbezetters?

Ja. Op het vlak van de groepen die geregulariseerd moeten worden, zijn al drie van de zes belangrijkste eisen van de kerkbezetters ingewilligd.

Asielzoekers die al drie jaar op een beslissing moeten wachten, worden nu al geregulariseerd (eis 1). In de toekomst zullen ze er niet meer zijn, omdat de procedure nog maar één jaar zal duren. Bovendien komen er in de nieuwe wet aparte statuten voor ernstig zieken (eis 2), maar ook voor mensen die niet naar hun herkomstland terug kunnen omdat daar een burgeroorlog woedt (eis 3).

Het is dus helemaal niet zo dat met de kerkbezetters geen rekening wordt gehouden. Ze geven hun acties echter niet op omdat ze ook regularisatie willen voor alle illegalen die hier al vijf jaar verblijven. Maar dat laatste wil minister Dewael niet doen, omdat wie door zijn eigen schuld illegaal in het land verbleef daarvoor niet moet worden beloond. En omdat hij vreest voor een kolossaal aanzuigeffect.

Er zijn nog twee andere eisen van de kerkbezetters die minister Dewael - en met hem de meerderheid in het parlement - niet wil inwilligen.

* PS, cdH, Ecolo en CD&V eisten - in navolging van de kerkbezetters - duidelijke criteria voor regularisatie in de nieuwe wet. Ze wilden zo meer rechtszekerheid. Dewael nam al twee duidelijke criteria op in de wet: zwaar zieken én mensen die vluchten voor een burgeroorlog krijgen een apart verblijfsstatuut. Een derde geëist criterium (asielzoekers die al meer dan drie jaar in de procedure zitten) hanteert hij ook, maar het komt niet in de wet omdat deze groep in de toekomst toch zal verdwijnen.

Dewael weigerde voor de rest. Hij zegde dat er altijd zware gevallen zullen zijn die niet in de wettelijke criteria passen (de zogenaamde "prangende redenen") en die mensen zullen toch opnieuw naar de minister van Binnenlandse Zaken stappen. Wat moet die dàn doen? De betrokkenen verwijderen of ze alsnog regulariseren? In ieder geval zou de bal hoedanook toch in het kamp van de minister komen, zo vond Dewael. Dus blijft het beter zoals het is.

* PS, cdH en Ecolo eisten eveneens - in navolging van de kerkbezetters - een aparte regularisatiecommissie. Maar ook dat kwam er niet door. Dat belette de PS niet om terzake toch mee met de oppositie van Ecolo en cdH te stemmen om die commissie te eisen. De VLD was echter tegen en ze volgde daarin Carla Vercammen, voormalig vice-eerste voorzitter van de regularisatiecommissie en raadsheer bij het Antwerpse Arbeidshof. Zij praatte tijdens de hoorzittingen over de nieuwe wet voor het eerst uit de biecht en hing een zeer negatief beeld op van de (collectieve) regularisatie, die in 2000 werd doorgevoerd. Toen wàs er een regularisatiecommissie die bestond uit een magistraat, een advocaat en iemand uit de wereld van de niet-gouvernementele organisaties.

Vercammen: "De illegalen gebruikten meermaals valse stukken, wij konden hun identiteit niet controleren. We wisten niet of de illegaal die voor ons verscheen, wel de persoon was die hij zegde te zijn. We vermoedden dat dossiers werden verkocht aan meerdere illegalen. De magistraten die dit aanklaagden, werden niet gehoord, de ene na de andere stapte op."

"Er was geen eenheid in de rechtspraak, de griffiers die de zaken voorbereidden waren jong en onervaren. Maar ze stonden onder grote prestatiedruk. De advocaten wisselden voortdurend van rol: voor de ene zaak zetelden ze in de commissie en voor de volgende waren ze advocaat van de illegaal. De verwarring was groot. De leden van de niet-gouvernementele organisaties wilden altijd positieve adviezen. De magistraten waren in de Commissie meestal in de minderheid, maar moesten wel het advies opstellen en motiveren. De regularisatiecommissie was zeker niet onafhankelijk".

Vercammen maakte duidelijk dat een dergelijke regularisatiecommissie voor haar absoluut niet meer hoeft. "De regularisatie blijft beter bij de overheidsdiensten die daar iets van kennen," besloot ze.

De VLD volgde die visie. Ze verweet de actievoerders bovendien een dubbele moraal. “Enerzijds willen ze de procedures almaar moeilijker en langer maken, door meer rechten in te voeren voor de asielzoeker. Zo zou ook voor de filterkamer bij de Raad van State gepleit moeten worden en ook bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zou men nieuwe debatten moeten kunnen starten. Daardoor zou de procedure natuurlijk veel langer aanslepen. Anderzijds willen de actievoerders in de wet opnemen dat wie binnen een bepaalde termijn geen beslissing over zijn asielverzoek kreeg, automatisch een verblijfsvergunning moet krijgen. De logica hierachter is dat de mensen van het kerkasiel iedereen die illegaal is willen regulariseren. Maar dan bepleit men de facto een politiek van open grenzen en daar is geen enkele partij voor, zelfs de Groenen niet”, zo heette het bij de VLD.

Kinderen in gesloten asielcentra

In de Kamerdiscussie stond de opsluiting van illegalen met kinderen in de gesloten centra centraal. Deze procedure wordt algemeen als wreed ervaren. Minister Dewael beloofde een onderzoek naar het verblijf van kinderen in die centra.

Hoe groot is deze problematiek?

Vooreerst: illegaal verblijf is wel degelijk nog een misdrijf, waarop drie maanden cel staat. In 2003 werden nog 616 mensen veroordeeld voor illegaal verblijf.

In 2005 werden 27.856 illegalen toevallig (bij controles op zwart werk of bij een misdrijf) gevat, maar van hen verliet amper 44 procent het land. Per dag werden 27 illegalen gedwongen verwijderd vanop de luchthaven in Zaventem. In totaal werden bijna evenveel illegalen geregulariseerd als verwijderd. Het aantal gevatte illegalen lag in 2005 17 procent lager dan in 2003. In vergelijking met 2000 is het meer dan gehalveerd. Een actief opsporingsbeleid is sinds paarsgroen verboden. Het beeld van een streng verwijderingsbeleid is dus onterecht.

De Dienst Vreemdelingenzaken beheert momenteel vijf gesloten centra: in Merkplas, Brugge, Vottem, Steenokkerzeel en Melsbroek. Daar komt nog het INAD-centrum, voor mensen die niet worden toegelaten tot het grondgebied, op de luchthaven van Zaventem bij. In 2005 werden daar 8.191 personen ingeschreven, maar er zijn dubbeltellingen bij omdat sommigen naar een ander centrum werden overgeplaatst en daar opnieuw werden geregistreerd. Vanuit de centra werden 6.250 mensen verwijderd, 521 per maand. 1.850 personen werden vrijgelaten en 44 ontsnapten. De centra hadden dagelijks zo'n 528 bewoners.

De illegalen zitten in die centra in afwachting van hun verwijdering uit het land. Dat kan maximum 8 maanden duren. Als ze zich blijven verzetten tegen hun repatriëring, dan worden ze na 8 maanden sowieso tot het grondgebied toegelaten. Professor Etienne Vermeersch (Universiteit Gent) vond tijdens de hoorzittingen dat die termijn onbeperkt moest worden verlengd voor mensen die hun verwijdering tegenwerken. Anders ontstaat er een aanzuigeffect waardoor steeds meer illegalen naar België afzakken. Maar de wet werd op dat vlak niet aangepast.

De opsluiting van kinderen in gesloten centra druist - in tegenstelling tot wat de Vlaamse Kinderrechtencommissaris beweert - niét in tegen het Verdrag voor de Rechten van het Kind en al evenmin tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die bepalen dat zo'n opsluiting mag als ze gebeurt als allerlaatste mogelijkheid en voor een beperkte duur. Omdat iedereen eerst de kans krijgt om vrijwillig het land te verlaten en pas als hij daar niet op ingaat, in zo'n centrum wordt gestopt, gebeurt die plaatsing duidelijk als allerlaatste mogelijkheid. Bovendien zijn er geen echte alternatieven. En verder duurt de opsluiting ook heel kort (momenteel slechts 14 dagen).

Zo'n gesloten centrum is bovendien geen gevangenis. De kinderen zitten er niet bij wijze van straf. Iedereen kan er onmiddellijk uit als hij maar het land verlaat. Maar dat willen de meesten nu eenmaal niet doen.

In het verleden piekerde men zich suf naar het antwoord op de vraag: hoe kunnen we illegalen met kinderen uitwijzen, zonder ze in een gesloten centrum op te sluiten? Er werd geëxperimenteerd met de meldingsplicht, er werd gepleit voor de enkelband. De experimenten mislukten: als het te heet werd verdwenen de illegalen. Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) liet dan een onderzoek doen naar de manier waarop dit probleem zou kunnen worden opgelost. Maar dit onderzoek leverde niets op: de voorgestelde oplossing was telkens de regularisatie en dat wil de overheid niet.

Professor Vermeersch wees er tijdens de debatten op dat plaatsing in een gesloten centrum vaak de enige mogelijkheid is om illegalen verwijderd te krijgen. “Niet de staat misbruikt de kinderen van illegalen, maar de ouders doen dat om hier te kunnen blijven”, zo zegde hij.

Wie in zo'n centrum wordt opgesloten, kan daar wel degelijk tegen protesteren. Hij kan in beroep gaan tegen zijn vrijheidsberoving bij de raadkamer en daarna bij de Kamer van Inbeschuldigingstelling. Tegen een beslissing om het land te verlaten kan de opgeslotene in beroep gaan bij de Raad van State. Hij kan de beslissing tot verwijdering daar laten schorsen én vernietigen en kan bovendien een uiterst snelle procedure eisen. De bewoners van zo'n gesloten centrum krijgen (gratis) juridische bijstand. Ze mogen ook gratis telefoneren met hun advocaat en hulporganisaties voor vreemdelingen kunnen hen ook ondersteunen.

"Een familie met kinderen verblijft gemiddeld drie weken in een gesloten centrum. Als ze er langer zitten, is dat volledig aan henzelf te wijten", zegde Wim Eeckhout van het Centrum in Brugge halverwege 2006 in de Kamer. "Omdat ze niet meewerken aan hun identificatie of aan het verkrijgen van een reispas. Of omdat ze zich op de luchthaven verzetten tegen een verwijdering".

(

Uit een later antwoord op een parlementaire vraag van volksvertegenwoordiger Filip De Man (VB) bleek dat tussen januari en einde oktober 2006 81% van de illegale gezinnen met kinderen minder dan een maand in een gesloten centrum verbleef, 71% minder dan drie weken, 55% minder dan twee weken en 48% minder dan een week. In deze zelfde periode was de gemiddelde verblijfsduur gezakt tot 16,4 dagen, terwijl hij in 2004 nog 25,5 dagen bedroeg.

)

Vroeger zette men enkel het gezinshoofd vast en dan bleef de familie vrij. Die werd uitgenodigd als papa gerepatrieerd werd. Maar dat mocht niet van de mensenrechtenorganisaties omdat de eenheid van het gezin werd geschaad.

Bovendien doken de meeste families onder. Daarom worden de families nu samen opgesloten met het oog op hun verwijdering.

Zo slecht is het in de gesloten centra blijkbaar toch niet. Er is een gemeenschapsregime en ieders godsdienst wordt gerespecteerd. Sinds 9 september 2003 kunnen bewoners klachten indienen. In totaal liepen tot einde 2006 nog maar 118 klachten binnen. Daarvan kwamen er slechts twee van illegale gezinnen en geen enkele werd gegrond verklaard.

(

Sinds 7 mei 2007, kunnen niet-begeleide minderjarigen niet meer in een gesloten centrum worden geplaatst. Ze moeten naar een van de twee oriëntatie- en observatiecentra. Die twee oriëntatie- en observatiecentra (in Neder-Over-Heembeek en Steenokkerzeel) hebben elk 50 plaatsen voor niet-begeleide minderjarigen. Dat kunnen asielzoekers maar ook illegalen zijn. De twee centra vingen in 2006 al 1.702 van zulke minderjarigen voor korte tijd op. Maar een derde verdween al snel, mogelijk als slachtoffer van mensenhandelaars. De minderjarigen die via Zaventem binnenkomen, gingen tot 6 mei nog naar een gesloten centrum. Zij moeten nu ook naar de oriëntatie- en observatiecentra. Daar is veel meer begeleiding. Ze mogen de centra verlaten, maar sinds 7 mei alleen onder begeleiding, om te verhinderen dat ze in handen van mensenhandelaars terechtkomen. Na één maand moet een geschikte plaatsing voor de jongeren gevonden zijn.

)

Ondertussen zitten ook steeds meer illegalen met kinderen én uitgeprocedeerde asielzoekers in de

open centra

voor opvang van asielzoekers. Dat is het gevolg van twee arresten van het Arbitragehof. In 1998 besloot het dat afgewezen asielzoekers die na hun procedure nog naar de Raad van State stapten, tijdens de duur van de behandeling van hun verzoek volledige materiële steun (eten, huisvesting, kleding...) moesten krijgen en dus niet zomaar alleen nog dringende medische hulp. In 2004 vond het Arbitragehof dat die regeling ook moest gelden voor alle illegale ouders van illegale kinderen. Het illegale kind (en dus ook de ouders) moest volledige materiële steun krijgen zolang het minderjarig is en zolang het fysiek in België is. Deze twee groepen illegalen kunnen sinds dan in de open centra verblijven. Maar ze zijn toch illegaal en de Dienst Vreemdelingenzaken kan ze altijd oppakken om ze te verwijderen. DVZ kan daarbij soms op actieve tegenwerking van hulpverleners in die centra rekenen. Ondertussen zitten al meer illegalen in de open centra dan asielzoekers van wie de procedure nog loopt en voor hen waren die centra toch bedoeld.

Eén ding is in deze discussie duidelijk. Door dit probleem puur emotioneel te benaderen naar aanleiding van individuele gevallen, hebben de media een virtuele realiteit geschapen, die totaal anders is dan de werkelijkheid. Dat draagt zeker niet bij tot de oplossing van het probleem, zelfs niet tot een openhartige en rationele discussie erover.

4 JUNI 2007

MEER OVER John De Wit

Nu in het nieuws