Nieuwe vreemdelingenwet 1: Asiel

In een serie van vijf delen belichten we de nieuwe vreemdelingenwet, die op 1 juni in werking trad. We gaan in op de veranderingen voor kandidaat-vluchtelingen, de hervorming van de Raad van State, de gezinshereniging, de illegalen en de gesloten centra, de antidumpingwet voor asielzoekers. De basisteksten dateren van toen de wet halverwege 2006 in het parlement werd goedgekeurd. Waar mogelijk werden in cursief recente veranderingen aangebracht. In deel 1 belichten we de problematiek van het asiel op zich. Door de nieuwe asielwet wordt de mogelijkheid om hier als vluchteling te verblijven aanzienlijk uitgebreid. En de procedure wordt korter.

John De Wit

BR>

Wat zijn de problemen met de huidige wet?

Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael wilde de procedure om iemand tot vluchteling te erkennen nog maximum een jaar laten duren.

Nu zijn er twee fasen: eerst onderzoekt de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) of het asielverzoek ontvankelijk is en daarna gaat het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) na of het gegrond is. Tegen de beslissingen in beide fasen is nog eens beroep mogelijk: tegen een onontvankelijk verklaard asielverzoek bij het CGVS en tegen een weigering tot erkenning als vluchteling bij de Vaste Beroepscommissie voor de Vluchtelingen. Naast deze vier procedurestappen is er nog eens cassatieberoep mogelijk bij de Raad van State.

Dat systeem is loodzwaar, de procedure duurt enorm lang, maar er is al verbetering. In 1999 deed DVZ gemiddeld 173 dagen over de ontvankelijkheidsfase, het CGVS deed daar nog eens 369 dagen bij. Vervolgens had het CGVS 915 dagen extra nodig om te beslissen over de grond van de zaak. In 2005 was dit heel wat sneller: toen duurde de procedure bij DVZ nog 40 dagen, de ontvankelijkheidsfase bij het CGVS 67 dagen en het onderzoek naar de grond bij het CGVS 92 dagen. Let wel: daarna kan men dus nog naar de Vaste Beroepscommissie én naar de Raad van State.

Die versnelling had twee oorzaken: het LIFO-principe werd ingevoerd.

Last in, first out

, betekent dat. Wie laatst zijn aanvraag indiende, wordt voortaan eerst behandeld. De rest blijft dus wat langer liggen. Bovendien werd in de eerste fase van ontvankelijkheid alleen nog materiële steun gegeven. Daardoor kon alles sneller en ook zakte het aantal aanvragers van 42.691 in 2000 naar 15.957 in 2005. Een flinke daling. Toch bekleedt België in de geïndustrialiseerde wereld nog de zesde plaats wat betreft het aantal asielaanvragen per 1.000 inwoners. In totaal wordt nu 15% van de aanvragers als vluchteling erkend. En 59% van de dossiers die het CGVS nu behandelt dateren uit 2005 en 2006. Maar de achterstand is gewoon verschoven naar de Vaste Beroepscommissie, waar nu 11.000 dossiers liggen.

(

Tussen 1 januari 2006 en 1 januari 2007 zakte de achterstand van het CGVS van 10.380 dossiers naar 6.124. Bij de Vaste Beroepscommissie bleef die achterstand op 11.786 dossiers liggen, zo blijkt uit het summiere jaarverslag van de CGVS voor het jaar 2006. In 2006 vroegen 11.587 mensen asiel in België

)

Wat verandert er aan de procedure?

Dewael wil de zaak verder versnellen, hoofdzakelijk door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen álles te laten doen: zowel de ontvankelijkheid als de grond van de zaak: dat onderscheid wordt opgeheven.

De Dienst Vreemdelingenzaken verdwijnt in principe uit de procedure. Maar toch niet helemaal. DVZ moet de identiteit, de herkomst en de reisweg van de asielzoeker traceren, foto's en vingerafdrukken nemen en de taal van de procedure vastleggen.

Bovendien onderzoekt DVZ nog drie dingen:

1. Is België wel bevoegd om dit asielverzoek te behandelen? Heeft de aanvrager het m.a.w. al niet eens eerder in de Europese Unie geprobeerd?

2. Is de asielvrager een gevaar voor de openbare orde en de nationale veiligheid?

3. Dient hij een tweede of derde aanvraag in België in zonder dat er nieuwe elementen zijn? In dat geval mag DVZ het verzoek zelf verwerpen.

Het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen onderzoekt daarna de aanvraag, in principe binnen de twee maanden. Die termijn komt op 15 dagen voor asielzoekers die in de bajes zitten en op 5 dagen voor asielaanvragen van EU-onderdanen. Die waren er in 2005 nog altijd 995, hoewel er in de EU in principe geen schendingen van de mensenrechten mogen zijn. Als het CGVS de aanvraag gegrond vindt, krijgt de vluchteling een onbeperkt verblijfsrecht.

Hij kan ook een tijdelijk verblijfsrecht krijgen als hij volgens het CGVS onder het 'subsidiair statuut' valt.

Tegen de beslissingen van CGVS komt er beroep bij een Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RVVB), die de Vaste Beroepscommissie vervangt. Dat beroep schorst de eerdere beslissing. De RVVB kan géén nieuw onderzoek naar de feiten meer bevelen en oordeelt op basis van geschreven stukken. De 32 rechters van de raad kunnen alleen zetelen en moeten binnen de drie maanden beslissen. Er mogen geen nieuwe elementen meer worden aangevoerd, maar in een extreem geval kan dat toch nog. De persoon die in beroep gaat legt uit met welk element van de beslissing hij niet akkoord gaat en daarover gaat het debat nog. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal ook kunnen zetelen in de gesloten centra zelf. Dit moet de procedure aanzienlijk versnellen.

Deze RVVB is er niet alleen voor asielzoekers. Hij is er bovendien voor: illegalen die protesteren tegen hun uitwijzing; mensen die geen gezinshereniging kregen; buitenlandse studenten die niet mogen komen of die terug moeten; vreemdelingen die hier al wonen maar toch het verbod krijgen om zich definitief te vestigen; en illegalen die om humanitaire redenen willen blijven, maar bij wie dat niet lukt.

Nu is er meestal een beroep tegen de eerste beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken bij de minister. In de toekomst wordt dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. En tegen de beslissing van de RVVB komt er Cassatieberoep bij de Raad van State...

Drie nieuwe verblijfsstatuten

Er komen drie nieuwe verblijfsstatuten bij:

1. Het subsidiair statuut

Personen die bij terugzending naar hun herkomstland 'ernstige schade kunnen lijden', kunnen dit statuut krijgen. De dreiging met schade moet 'reël' zijn, maar niet 'individueel'. Het statuut geldt voor personen die vluchten voor de doodstraf, voor folteringen of onmenselijke behandeling of voor willekeurig geweld in een burgeroorlog of een internationaal conflict. Nu kunnen mensen, die vluchten voor een burgeroorlog, niet als vluchteling worden erkend, omdat dat geweld niet door een wettelijk staatsgezag wordt uitgeoefend, maar bv. door een plaatselijke bende. Voor die slachtoffers komt er dit statuut, dat bij iedere asielaanvraag zal worden onderzocht. Vooral Irakezen zullen hiervan profiteren. (

Dit statuut is al in werking sedert 10 oktober 2006, nvdr

)

2. Slachtoffer van mensenhandel

Slachtoffers die het gerecht willen helpen om hun mensenhandelaar of -smokkelaar te ontmaskeren, gaan onmiddellijk naar een hulpcentrum zoals Payoke. Ze krijgen dan een verblijfsvergunning in fasen: eerst 45 dagen, dan 3 maanden en dan nog eens 6 maanden. Als het onderzoek afgerond is en het parket vervolgt iemand dankzij de hulp van het slachtoffer, dan krijgt dat een verblijfsvergunning van onbepaalde duur. Deze regeling, de Payokeregeling, bestond al sinds 1993 bij circulaire. Ze stond model voor heel Europa en werd op 1 juni 2007 van kracht.

3. Ernstig zieken

Ernstig zieken of zieken voor wie in het herkomstland geen gepaste en voldoende toegankelijke medische zorg is, of personen die bij hun terugkeer kunnen vrezen voor hun leven, zullen een verblijfsstatuut krijgen als ernstig zieke. De Dienst Vreemdelingenzaken krijgt twee artsen om na te gaan of er in het herkomstland toegankelijke medische zorg is. Deze regeling treedt op 1 juni 2007 in werking.

4 JUNI 2007

MEER OVER John De Wit

Nu in het nieuws