Bouckaert wil één vreemdelingenrechtbank

Bouckaert wil één vreemdelingenrechtbank

Bouckaert wil één vreemdelingenrechtbank

Print
"Er moet één minister bevoegd worden voor alle problemen rond vreemdelingen en er moet één vreemdelingenrechtbank komen". Dat betoogde jurist Steven Bouckaert donderdag op een studiedag in Leuven over de manier waarop de overheid omspringt met illegalen. Bouckaert doctoreerde bij professor Marie-Claire Foblets van het Leuvens Instituut voor Vreemdelingenrecht en Rechtsantropologie. In zijn doctoraat onderzocht hij de wijze waarop de rechtbanken sinds 1985 omspringen met de rechten van illegalen. Hij toont aan dat het gerecht steeds meer grondrechten aan illegalen heeft toegekend en dat het restrictieve overheidsbeleid daardoor erg onder druk kwam te staan. Hij pleitte voor een nieuwe regularisatie van illegalen, maar ook voor een consequenter uitwijzingsbeleid.
BR>
Het uitgangspunt van Bouckaert's doctoraat is: de overheid voert een restrictief migratiebeleid, ze wil de migratiestromen onder controle houden. Dat doet ze via twee sporen: enerzijds sluit ze de illegalen op in gesloten centra om ze uit het land te zetten; anderzijds probeert ze ervoor te zorgen dat illegalen die nog vrij op het Belgische grondgebied verblijven, niet mogen werken, geen onderwijs krijgen en ook geen toegang tot de sociale zekerheid. Ze koppelt m.a.w. alle sociale rechten aan een wettig verblijf in ons land. Illegalen krijgen alleen maar dringende medische hulp. (En de kostprijs daarvoor alleen is tussen 2000 en 2005 verzevenvoudigd: tot 30,9 miljoen euro voor 19.541 illegalen in 2005, nvdr).

Maar de rechtbanken vonden sinds 1985 steeds meer dat bepaalde groepen van illegalen ook grondrechten hebben die verder gaan dan het recht op dringende medische hulp. Zo kregen uitgeprocedeerde asielzoekers (van wie het verzoek definitief is afgewezen, maar die nog een procedure bij de Raad van State hebben lopen, maar ondertussen wél illegaal in het land zijn) en àlle illegalen met kinderen recht op materiële hulp (eten, een dak boven hun hoofd, medische zorg e.d.). Dat besloot het Arbitragehof.
Andere groepen, zoals illegalen die niet terugkunnen omdat ze zwaar ziek zijn of omdat hun herkomstland hen geen papieren wil geven, kregen die rechten ook, of ze kregen tijdelijk financiële steun. Althans van sommige rechtbanken.

Bovendien voerden de federale ministers in die periode soms een verschillend beleid. Bepaalde groepen illegalen, nl. al wie in 1999 een regularisatie-aanvraag indiende en een aantal Afghanen, kregen een legale arbeidsvergunning, terwijl ze toch illegaal in het land bleven. Legaal volgens de minister van Werk, illegaal volgens de minister van Binnenlandse Zaken. Bouckaert spreekt terzake van een "hinkende rechtspositie".

Los van al deze evoluties besloot de Vlaamse Overheid al in 1994 om illegale kinderen recht op onderwijs te geven. En in 1998 besloot ze in haar minderhedenbeleid tot een opvangbeleid voor illegalen. Vlaanderen wilde - voor de domeinen waarvoor het bevoegd is - wél sociale rechten geven aan illegalen. Dat leidde tot twee verworvenheden: illegalen kregen toegang tot Kind en Gezin en de illegale minderjarigen kregen toegang tot alles wat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap te bieden heeft.

Bouckaert besluit hieruit dat de piste waarbij men het illegaal verblijf wilde beperken door geen sociale rechten (op werk, op sociale zekerheid, op onderwijs, op gewone medische zorg) toe te kennen aan illegalen, steeds meer op de tocht komt. Hij schat dat de officiële regeling, waarbij illegalen alleen maar dringende medische hulp krijgen, al voor meer dan de helft van de illegalen niet meer geldt.

"Als het beleid de migratie onder controle wil houden door het aantal illegalen zoveel mogelijk te beperken, dan zal het een duidelijke keuze moeten maken uit deze twee pistes: ofwel de illegalen in gesloten centra opsluiten om ze te verwijderen, ofwel de illegalen geen enkel sociaal recht toekennen behalve dringende medische hulp. Omdat de laatste piste niet meer werkt, dringt de eerste zich op. Vanuit deze filosofie zou men dus beter alle illegalen in gesloten centra opsluiten om ze uit het land te verwijderen", zo stelt Bouckaert in zijn boek.

Maar hij koppelt daaraan onmiddellijk drie voorwaarden:

* de gesloten centra moeten volledig uitgerust zijn om illegalen met kinderen op te vangen;

* er moet een effectief beroep mogelijk zijn tegen een beslissing tot opsluiting van illegalen in een gesloten centrum. Nu kan de illegaal wel al naar de raadkamer, maar die oordeelt alleen of de opsluiting in orde is met de wet, niet of ze in het concrete geval nodig was. De raadkamer moet kunnen oordelen over de inhoud van het dossier, niet alleen over de wettigheid van de opsluiting.

* er moet begeleiding zijn om de terugkeer voor te bereiden, bij voorkeur vrijwillig. De gesloten centra zullen in deze optie veel meer personeel moeten hebben en veel meer plaatsen.

Bouckaert had donderdag ook kritiek op de nieuwe opvangwet. Die treedt vandaag, op 1 juni, in werking en ze bepaalt dat asielzoekers alleen nog maar materiële steun krijgen tijdens de hele asielprocedure, die nog maximum 1 jaar mag duren. Die regeling geldt niet alleen voor asielzoekers tijdens de procedure, maar ook voor uitgeprocedeerde asielzoekers die zwaar ziek zijn, voor asielzoekers in een situatie van administratieve overmacht (omdat hun herkomstland geen documenten wil afleveren om hen terug te nemen) en voor alle illegalen met kinderen. Bouckaert vreest dat de nieuwe wet op dit punt discrimineert.
"Andere ernstig zieke illegalen of illegalen in een situatie van administratieve overmacht, die géén asielverzoek hebben ingediend, moeten nog altijd naar de arbeidsrechtbank, om die materiële hulp af te dwingen. Zo krijgen mensen in een vergelijkbare situatie toch een verschillende behandeling. Het valt nog te bezien hoe de rechtspraak hierop zal reageren".

Als besluit van zijn studie oppert Bouckaert nog een aantal andere voorstellen:

* Er moet één federale minister van vreemdelingenzaken komen. Nu is de bevoegdheid over vreemdelingen versnipperd over minstens vier ministers (Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Maatschappelijke Integratie en Tewerkstelling). Dat moet bij één minister komen om een eenvormig beleid mogelijk te maken.

* De vreemdelingenwet zelf moet worden hervormd. Ze moet in de toekomst de drie grote types van migratie regelen: de migratie om humanitaire redenen (politiek asiel, subsidiaire bescherming van mensen op de vlucht voor burgeroorlogen of de doodstraf, verblijf om medische redenen, slachtoffers van mensenhandel, niet-begeleide buitenlandse minderjarigen), de volgmigratie (gezinshereniging) en de migratie om economische redenen. Deze laatste valt momenteel onder de bevoegdheid van de minister van Werk.

* Net zo moet er één vreemdelingenrechtbank komen. De bevoegdheden over vreemdelingen zijn nu versnipperd over: de rechtbank van eerste aanleg (korte gedingen bv.), de raad van state (cassatierechter), de raadkamer (inzake opsluiting van illegalen in gesloten centra), de kamer van inbeschuldigingstelling, de arbeidsrechtbank (inzake OCMW-steun aan illegalen bv.).
Eén vreemdelingenrechtbank moet al die bevoegdheden overkoepelen. Die moet vijf onderdelen krijgen: een kamer voor geschillen rond verblijf, een kamer voor de koppeling van een bepaald verblijfsstatuut aan sociale zekerheidsrechten en de toegang tot de arbeidsmarkt, een kamer voor betwistingen rond verwijdering, een kamer voor nationaliteitsverwerving, een kamer voor alle restbevoegdheden.

* Cumulatie van humanitaire verblijfsprocedures moet onmogelijk worden. Momenteel dienen sommige mensen én een asielverzoek in én later een regularisatie-aanvraag of een verblijfsverzoek om medische redenen. Daardoor kunnen meerdere procedures door elkaar lopen. Bouckaert meent dat een vreemdeling die in België wil verblijven om humanitaire redenen in de toekomst nog slechts één beslissing moet krijgen voor alle mogelijke humanitaire redenen. En daar moet ook nog slechts één beroepsmogelijkheid tegenover staan.

* Er moet een nieuwe "éénmalige regularisatie" komen. Nu regulariseert de minister van Binnenlandse Zaken uitgeprocedeerde asielzoekers met kinderen, die al langer dan drie jaar op een beslissing wachten en die goed geïntegreerd zijn. Bovendien regulariseert hij zwaar zieken én hij reikt ook verblijfsvergunningen uit "om prangende redenen". Bouckaert vindt dat onvoldoende én discriminerend. In 1999 besloot de paarsgroene regering dat ook mensen die hier zes jaar illegaal verbleven, recht hebben op een regularisatie, als ze in die periode "duurzame banden" met België hebben ontwikkeld en van België "de zetel van hun zakelijke en affectieve belangen hebben gemaakt".
Bouckaert wil diezelfde groep nu ook een verblijfsvergunning geven omdat men dat in 1999 ook al deed. En men deed het met het argument dat deze illegalen al vele jaren in België konden verblijven, omdat de overheid in gebreke bleef, omdat de overheid ze niet verwijderde.
Bouckaert vindt de situatie nu nog net hetzelfde: nu worden ook niet zoveel illegalen verwijderd en de sociaalrechtelijke piste om illegaliteit te bestrijden, mislukte al helemaal.

Wat waren de reacties?

Tijdens het debat dat volgde, sprak voormalig Vluchtelingencommissaris Marc Bossuyt, zich uit tegen een nieuwe collectieve regularisatie. Wat waren zijn argumenten?

* "Illegalen zijn minstens in overtreding met een reeks bepalingen van het sociaal en fiscaal recht. Illegaal verblijf is misdrijf. Dit gedrag moet niet beloond worden".

* "Het is zinloos om de asielprocedure nog te handhaven als de afgewezenen daarna toch ook mogen blijven, net zoals de asielzoekers die als vluchteling erkend werden."

* "Elke regularisatie beloont de illegaliteit en trekt nieuwe illegalen aan. Men lost de problematiek van het illegaal verblijf niet op door de illegalen te regulariseren, want er komen er dan telkens weer nieuwe bij. Men verdedigt ook hun mensenrechten niet door illegalen te regulariseren, sterker: men maakt zich zelfs medeplichtig aan het systeem van mensensmokkel dat hen uitbuit en dat gewoon verder zal draaien na een regularisatie".

Bossuyt vond dat de regularisatie om humanitaire redenen bij de minister van Binnenlandse Zaken moet blijven. Een Commissie, zoals enkele politieke partijen (CD&V, cdH, PS, Ecolo) eisen vond hij niet zinvol: "Ze zal de procedure langer doen duren, ze doet de kosten stijgen en de kansen op een objectieve beslissing worden zeker niet vergroot".

Koen Dewulf van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding wilde dat de overheid aan illegalen die op zwart werk betrapt zijn, ook de mogelijkheid laat om hun achterstallig loon te innen.
"Nu worden ze als iedere gewone burger behandeld als ze een arbeidsongeval hebben, maar als ze gevat worden om verwijderd te worden, dan verliezen ze vaak het loon waarop ze recht hebben, louter en alleen omdat ze weg zijn. Het Centrum wil er voor ijveren dat dit niet meer kan".

Kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove vond dat er een absoluut verbod moet komen om kinderen op te sluiten in gesloten centra. Maar hoe de uitwijzing van illegale gezinnen met kinderen dan moet georganiseerd worden, wist ze niet.

Ruth Stokx van het Vlaams minderhedencentrum ten slotte pleitte ofwel voor een volledig recht op gratis gezondheidszorg voor alle illegalen, ofwel voor een verzekering voor kleine risico's voor illegalen. Stokx wilde verder dat alle illegalen recht krijgen op materiële opvang en niet alleen enkele groepen en vond het een uitgelezen taak voor gemeenten en lagere overheden om de rechten van illegalen te behartigen.

BOUCKAERT, STEVEN, Documentloze vreemdelingen, Maklu, Antwerpen, 2007, 1.150 p., te bestellen: www.maklu.be

1 JUNI 2007

Nu in het nieuws