De Belgische staatsstructuur

Print
De ene noemt het een surrealistische draak, de andere een subliem staaltje bestuurskundige spitstechnologie. Het Belgische staatsmodel is allesbehalve een toonbeeld van transparantie, maar inspireert desondanks wetenschappers van over de hele wereld om structurele conflicten in andere landen, bijvoorbeeld in de Balkan, ook geweldloos te beslechten.


Klik op het beeld om het te vergroten (959x624 pixels, 290KB)

Door een staatshervorming in vijf fasen telt België drie bestuursniveaus: het laagste niveau zijn de gemeenten, het middelste de provincies, en het hoogste bestaat uit de gemeenschappen en gewesten en de federale overheid. Over de politieke machtsverhoudingen in laatstgenoemde beslissen we op 10 juni.

De federale overheid is bevoegd voor alles wat niet aan de gemeenschappen of gewesten is toegewezen, zoals buitenlandse zaken, landsverdediging, justitie, financiën, sociale zekerheid en een groot deel van de volksgezondheid en binnenlandse zaken.

Kamer
Met deze federale thema’s (buitenlandse zaken, landsverdediging, justitie, financiën, sociale zekerheid en een groot deel van de volksgezondheid en binnenlandse zaken) houden de volksvertegenwoordigers zich bezig in het federale parlement: de Kamer en Senaat dus. De Kamer telt 150 leden en wordt rechtstreeks verkozen. Die wetgevende vergadering of ‘beslissingskamer’ brengt over de hoger eerder genoemde aangelegenheden wetten tot stand, als antwoord op de constant veranderende uitdagingen in onze samenleving.

Tot 1993 moesten in het Belgische tweekamerstelsel alle wetten worden goedgekeurd door Kamer én Senaat, maar sinds de omvorming van de Senaat tot ‘bezinningskamer’ wordt die alleen betrokken als Senatoren daartoe zelf het initiatief nemen. Al kunnen ook Senatoren nog wetsvoorstellen indienen. De bedoeling was om een vergadering te creëren waarin belangrijke maatschappelijke thema’s los van de waan van de dag diepgaander kunnen worden besproken. Ethische kwesties bijvoorbeeld, zoals euthanasie.

Senaat
De Senaat fungeert als ontmoetingsplaats tussen de federale staat en de verschillende gemeenschappen en gewesten. Dat is ook te merken aan de samenstelling ervan. In totaal telt de Senaat 74 leden. Daarvan zijn er drie Senator van rechtswege: de koninklijke telgen Filip, Astrid en Laurent. 40 Senatoren - 25 Nederlandstalige en 15 Franstalige - worden op 10 juni rechtstreeks verkozen. Verder zijn er 10 gecoöpteerde SEnatoren (6 Nederlandstalige en 4 Franstalige) en 21 gemeenschapssenatoren (10 Nederlandstalige, 10 Franstalige en 1 Duitstalige). De gemeenschapssenatoren zijn lid van een van de drie gemeenschapsraden en worden erdoor aangeduid als afvaardiging. De gecoöpteerde senatoren worden op hun beurt aangewezen door de rechtstreeks verkozen en gemeenschapssenatoren samen.

Waarschijnlijk wordt na de verkiezingen zowel de samenstelling als de functie van de Senaat herbekeken. Want iedereen, ook de vergadering zelf, is het erover eens dat de assemblee in zijn huidige vorm weinig meer is dan een machteloze praatbarak.

Regering
De Koning maakt juridisch deel uit van zowel de wetgevende als de uitvoerende macht, maar moet in al zijn handelingen ‘gedekt’ zijn door een minister. De feitelijke formele macht ligt daardoor bij de federale regering, waarvan de premier als ‘primus inter pares’ aan het hoofd staat. De federale bewindsploeg telt op de eerste minister na evenveel Franstalige als Nederlandstalige leden, en bestaat uit maximum 15 ministers. Onder meer om de politieke evenwichten te respecteren kunnen aan die ploeg eventueel staatssecretarissen worden toegevoegd.

Gemeenschappen en gewesten
Naast het federale niveau kent België ook drie gemeenschappen. De Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap weerspiegelen het Belgische culturele lappendeken. Ze zijn bevoegd voor culturele en persoonsgebonden aangelegenheden, zoals taal, onderwijs en aspecten van het gezondheidsbeleid.

Is de opdeling in gemeenschappen geïnspireerd op taal en cultuur, de drijfveer om België ook op te splitsen in territoriaal afgebakende gewesten is het verschillende sociaal-economische profiel daarvan. Het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest staan in voor onder meer ruimtelijke ordening, leefmilieu en economie. Alleen in Vlaanderen zijn de gemeenschaps- en gewestinstellingen gefusioneerd: het Vlaams parlement en de Vlaamse regering. Dat is bij de Franstaligen niet het geval, zodat België zonder de specifiek Brusselse situatie in rekening te brengen in totaal zes regeringen telt: de federale, de Vlaamse en Waalse Gewestregering, de Franse en Duitstalige Gemeenschapsregering, en de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Elk binnen hun bevoegdheden vaardigen de gewesten en gemeenschappen decreten of (in het Brussels Hoofdstedelijk gewest) ordonnanties uit. Die hebben kracht van wet in het eigen gewest of de eigen gemeenschap. Decreten en ordonnanties staan in de normenhiërarchie op gelijke hoogte met de wetten die gemaakt zijn in Kamer en Senaat. Alleen gaan ze over andere beleidsdomeinen en gelden ze niet in het hele land.

Scheidsrechter
De in overleg uitgetekende bevoegdheidsverdeling maakt maatwerk mogelijk, maar zorgt vanzelfsprekend ook voor conflicten. Daarom waakt een bijzonder rechtscollege, het Grondwettelijk Hof - tot voor kort Arbitragehof - erover dat de bevoegdheidsverdeling wordt gerespecteerd. Het Hof kan als scheidsrechter wetsbepalingen vernietigen die de bevoegdheidsverdeling schenden.

Naast bevoegdheidsconflicten zijn er tussen de verschillende overheden soms ook belangenconflicten. Dat zijn geen juridische, maar politieke conflicten: de bevoegdheidsverdeling is gerespecteerd, maar de belangen van een deelgebied worden aangetast. Om zulke onenigheden uit te klaren is in 1980 het Overlegcomité opgericht.

In die vergadering ontmoeten leden van de zes verschillende regeringen elkaar en lossen ze belangenconflicten op bij consensus.

Doordat de Belgische staatsstructuur op allerlei evenwichten is gebouwd hebben de politieke partijen veel macht. De rechtstreekse impact van kiezers is bij ons beperkter en minder zichtbaar dan in veel andere landen. Maar het unieke experiment, waarin elke staatshervorming niet door een toevallige meerderheid kan worden opgelegd maar pas van kracht wordt na overleg en ruime overeenstemming, houdt onze beleidsmakers wakker in hun zoektocht naar doelmatig bestuur.

MEEST RECENT