Arrestanten hebben voortaan duidelijke rechten

Arrestanten hebben voortaan duidelijke rechten

Arrestanten hebben voortaan duidelijke rechten

Print
Sinds vrijdag 18 mei hebben arrestanten in politiecellen (amigo's, in vakjargon) duidelijke rechten. Ook voor het gebruiken van handboeien is er nu een wettelijke regeling. Het Comité P, dat de politiediensten controleert, dringt al sinds 1997 aan op deze wet en minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) ging daar nu eindelijk op in. Hij zet hiermee een belangrijke politieke stap. Een Koninklijk Besluit is nog in de maak.
BR>

Wat zegt de nieuwe regeling?

De wet - een onderdeel van de mozaïekwet - regelt de rechten van mensen die bestuurlijk zijn aangehouden en in een politiecel verblijven.

* De politie moet een vertrouwenspersoon opbellen als de arrestant dat vraagt. Alleen als er een gevaar is voor de openbare orde en de veiligheid, moet dat niet. Maar bij minderjarigen moeten de ouders of de voogd altijd verwittigd worden.

* De arrestant krijgt een recht op medische verzorging. Meestal komt nu al de politie-arts. Dat wordt voortaan verplicht. In de toekomst zal de politie echter ook de privé-arts van de arrestant moeten oproepen, als die laatste dat vraagt en het zelf betaalt.

* De opgepakte krijgt eten en drinken. Nu wordt bij bestuurlijke aanhoudingen zelden voedsel verstrekt. Wie dat zal betalen, wordt later bij Koninklijk Besluit geregeld.

* Er komt overal hetzelfde register waarin alle aanhoudingen in politiecellen worden ingeschreven. Dit punt moet nog wel bij Koninklijk Besluit worden uitgewerkt, maar de grote lijnen van dat KB liggen al vast.
Momenteel moet de politie alleen maar het uur van de aanhouding en de duur ervan registreren. Maar in de toekomst moet alles genoteerd worden, ook de identiteit van de politiemensen die voor de aanhouding of de fouillering instaan, de reden van aanhouding, de kwetsuren en ondervragingen van de arrestant en het gebruik dat hij maakt van zijn rechten.

* De aangehoudene moet in kennis worden gesteld van zijn rechten.

* Voet- en handboeien mogen voortaan alleen nog gebruikt worden als dit echt nodig is. Het boeien moet verantwoord zijn door het gedrag van de arrestant, zijn gedrag bij vroegere aanhoudingen, de aard van het misdrijf (geweld bv.), de aard van de verstoring van de openbare orde, eventueel verzet tegen de aanhouding, het risico op ontvluchting, het gevaar voor zichzelf of voor derden, het gevaar dat de arrestant bewijzen vernietigt of schade veroorzaakt.

Wat plant Dewael nog?

Het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael (Open Vld) liet net voor de ontbinding van de Kamers door de ministerraad een ontwerp van Koninklijk Besluit goedkeuren om de politiecellen binnen de drie jaar aan de moderne normen aan te passen. Wat staat in dat ontwerp-KB, dat nog moet verschijnen in het Staatsblad?

Elke gewone politiecel voor één persoon moet in de toekomst een toilet hebben, ze moet minimaal 2,5 meter hoog zijn en 4,5m² vloeroppervlakte hebben. Er moet een rustbank van minstens 2 meter in staan met een propere deken, een matras en een drinkbeker. Het moet er minstens 18° warm zijn, voldoende verlucht en er mogen camera's opgehangen worden om de arrestant te controleren. Alle bestaande politiecellen moeten binnen de drie jaar aan deze normen zijn aangepast.

Gemeenschappelijke cellen kunnen ook, maar dan moet iedere persoon minstens 2,5m² voor zichzelf hebben én kunnen zitten. In een extreem geval kan men mensen van hetzelfde geslacht voor maximum 3 uren opsluiten als iedereen een ruimte van 2m² voor zichzelf heeft. De cellen mogen in een commissariaat niet zichtbaar zijn voor het publiek.

Vanwaar komen deze maatregelen?

Deze maatregelen komen er na herhaalde kritiek van het Comité P, dat de politiediensten controleert. Het Comité P maakte drie rapporten over de amigo's. Een overzicht.

1. Op 14 september 1998 lekte het eerste rapport van het Comité P uit. Het ging om een studie van 243 politiecellen in 62 korpsen, waar het Comité P onaangekondigd binnenviel. Het ging na of de basisnormen van de Raad van Europa voor een mensenrechtelijke behandeling in de amigo's wel werden gerespecteerd. Dat was toen verre van zo.

Het Comité P keek toen eerst en vooral naar de architectuur van onze amigo's. Die liet op dat moment veel te wensen over. Wat waren toen de bevindingen?

* De individuele cellen waren groot genoeg, ze moeten 7 m² zijn, meestal waren ze tussen 3 en 8 m². Problematischer waren de 'bewaarboxen' van amper 1 m². Sommige verdachten zaten er urenlang in zonder zich te kunnen bewegen, vooraleer voor de rechter te verschijnen.

* Zestien procent van de cellen was niet of onvoldoende verlicht. Ze hadden wel alle verwarming en de temperatuur was overal voldoende.

* In een vijfde van de amigo's was er 'onvoldoende luchtdoorstroming'. Het stonk er. Vooral in Brussel liet de hygiëne veel te wensen over.

* Merkwaardig was dat slechts 75% van de cellen bedden had. De aangehoudene kreeg bovendien zeker niet automatisch een matras of lakens en dekens.
Eerder onderzoek toonde aan dat er in amper 48% van de cellen een matras was en in 79% dekens. Op sommige plaatsen kreeg de opgeslotene gewoon niets. Als reden gaven de politiecommissarissen op: de verdachte bevuilt het materiaal, hij kan er zelfmoord mee plegen, er is geen geld voor de reiniging. Het Comité P stelde vast dat lakens, dekens en oorkussens zeker niet vaak werden gewassen. De termijnen varieerden tussen om de maand en om het jaar! Er waren ook nogal wat overvuile WC-potten met braaksel. En het Comité P vond vuile muren waarop met bloed was geschreven.

* 16% van de bezochte sites had camera's om de opgeslotene te volgen. Een alarmknop was er maar zelden, en dan nog werkte ze niet steeds.

Maar niet alleen de architectuur van de amigo's was onbehoorlijk, ook de behandeling van zijn tijdelijke bewoners liet te wensen over.

* De intimiteit van de persoon die bij de lurven is gevat, werd zeker niet altijd gerespecteerd. Een burger werd in zijn slip ondervraagd over een klacht voor nachtlawaai, dat niet eens werd vastgesteld. Een dame moest zich voor het oog van de camera in haar celletje volledig uitkleden, op de centrale dispatcher kon iedereen meegluren. Een agent belette een gearresteerde te slapen door voortdurend op zijn celdeur te bonken.
Ook geweld en racisme kwamen geregeld voor. Eén dossier ging over een voorgeleid persoon die met de haren werd verplaatst. Al dit soort dingen werd "zelden bestraft, noch door het gerecht, noch door de tuchtoverheden". Het tast nochtans wel de geloofwaardigheid van de hele politie aan, meende het Comité P.

* Onaanvaardbaar is ook dat een opgeslotene zomaar aan zijn lot werd overgelaten in zijn cel zonder verdere bewaking. En het kan al helemaal niet door de beugel dat de opgeslotene zelf zijn cel moet schoonmaken. Maar het gebeurde wel. Nogal wat gearresteerden kregen ook geen drinkbaar water of eten. Ook dat kan niet, vond het Comité P.

2. In een tweede onderzoek dat op 8 oktober 2003 bekend raakte, maakte het Comité P zich zorgen over het feit dat goederen van arrestanten verdwijnen terwijl ze in de cel zitten. Het aantal klachten over verdwenen voorwerpen van arrestanten steeg van 2 in heel 2001 naar 31 in de eerste zes maanden van 2003. En uit een eerder toezichtsonderzoek in 25 politiecellen bleek volgens het Comité P dat "de toestand op zijn minst zorgwekkend is”.

Ieder korps registreerde de voorwerpen die een arrestant bij zich had, op een andere manier. Vaak gebeurde dat vaag of onvolledig. De bewaring verschilde overal: van de bruine envelop tot de kluis.

Met een hele serie aanbevelingen wilde het Comité P de bewijslast bij discussies over verdwenen voorwerpen omkeren. Dit punt is nu nog altijd niet gerealiseerd door de politieke overheden.

Het Comité stelde ook dat voorwerpen bij de aanhouding nauwkeurig moeten worden geregistreerd in het bijzijn van de arrestant en bij voorkeur ook van een onafhankelijke getuige. Ze moeten worden bewaard op een veilige plaats, in doorzichtig verpakkingsmateriaal dat niet kan worden geopend zonder sporen na te laten.

3. Het Comité P deed een nieuw onderzoek in 2005 dat bekend raakte op 4 december 2006. En de situatie was toen nog verre van goed, vooral in de kleinere politiezones. Weinig commissariaten hadden sinds de kritiek hun cellen gerenoveerd. De commissarissen zegden dat ze niet wisten aan welke regels een cel moet voldoen.

In Vlaanderen waren de amigo's in 2006 behoorlijk tot zeer goed, maar dat was in Brussel en Wallonië helemaal anders. Er waren in 2006 nog altijd heel wat cellen zonder proper toilet. En cellen waar de vloer onder water stond omdat in de ruimte ernaast de wc was verstopt. Opgeslotenen kregen in 2006 versleten of vuile dekens of helemaal geen. Het Comité P vond die toestanden onaanvaardbaar en pleitte voor het gebruik van isothermische dekens die na gebruik kunnen worden weggegooid.

Wie buiten de kantooruren wordt aangehouden, liep ook in 2006 nog altijd het risico om geen eten te krijgen.

Ook bij het politiepersoneel in de amigo's schortte nog wat. "Het is niet ongewoon dat iemand van zijn vrijheid wordt beroofd omdat hij een politieman heeft beledigd, terwijl voor die opsluiting geen wettelijke grond is." In zo'n geval belde de politie het parket niet, of te laat.
Ook dronkenlappen werden in 2006 nog te vaak opgesloten. Als ze geen gevaar zijn voor zichzelf of voor de openbare orde, breng je ze beter naar huis, adviseerde het Comité P.

Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael heeft nu voor een groot deel van de bedenkingen van het Comité een oplossing uitgewerkt.

25 MEI 2005

MEEST RECENT