In gesprek met bewonersgroepen De Ploeg, De Bilzen en ‘t Schijntje

Print
Bewonersgroepen of straatcomités worden vaak opgericht met de intentie de onderlinge contacten en het sociaal samenleven in een buurt op te krikken. Samen poetsen en vooral samen eten en drinken versterken nu eenmaal het samenhorigheidsgevoel. Even dikwijls brengen gedeelde bezorgdheid of het collectieve ongenoegen over een bepaalde ontwikkeling in de buurt bewoners samen. Het feestcomité van de straat wordt dan meer een actie- of drukkingsgroep. Gazet van Antwerpen bracht de actiecomités De Ploeg, De Bilzen en ‘t Schijntje samen.
BR>
Manu Claeys van De Ploeg verdiepte zich in de stedenbouwkundige dossiers van de grote werken in de Kievitbuurt.

Charles Van Dyck, voorzitter van De Bilzen, bekommert zich al jaren over het samenleven in Antwerpen- Noord.

Danny Dufoor en Leo Schuddinck hebben met ‘t Schijntje de jongste acht jaar koortsachtig gezocht naar een oplossing voor de overlast rond het Sportpaleis. Drie comités, met een andere achtergrond maar met eenzelfde doel: de dialoog met de beleidsmakers liever warm dan lauw houden.

De Ploeg profileert zich duidelijk als louter drukkingsgroep.Wat maakt dat jullie een totaal ander profiel hebben dan ‘t Schijntje. Is dat een bewuste keuze?

Manu Claeys (De Ploeg): Dat is inderdaad een bewuste keuze geweest. In die zin is De Ploeg een atypische bewonersgroep. Wij verenigen een achttal verschillende bewonersgroepen, met één doel: het politiek debat openen over de ontwikkelingen in onze buurt.Wij zijn ontstaan vanuit een acute situatie: de uitzichtloosheid over de ontwikkeling van het Kievitplein. Het bericht dat de Vlaamse gemeenschap het leegstaande Dominicanerklooster zou kopen om er na afbraak (nog meer) nieuwe kantoren op te trekken,was de spreekwoordelijke druppel voor de buurt.140.000 m2 kantoren, dat was te veel.Toen is beslist een platform op te richten,met een duidelijke stedenbouwkundige agenda.

Intussen is naast De Ploeg de vzw Kievitsnest opgericht.Toen de provincie bekendmaakte dat ze het Dominicanerklooster zou kopen om er onder meer een buurtcentrum in te ontwikkelen,ontstond de behoefte om samen activiteiten te organiseren. Met die intentie is vzw Kievitsnest opgericht. De vzw wordt bemand door andere, nieuwe mensen, die vinden dat De Ploeg veel te politiek bezig is.Vzw Kievitsnest organiseert creatieve ateliers, tentoonstellingen, filmavonden en houdt een café open. De Ploeg concentreert zich op de stedelijke ontwikkeling in de buurt.

Charles Van Dyck (De Bilzen): Net als De Ploeg is De Bilzen een overkoepelend orgaan,waarin verschillende bewonersen straatgroepen vertegenwoordigd zijn. Oorspronkelijk was De Bilzen een werkgroep van ongeruste parochianen van ‘t Heilig Hart die zich zorgen maakten over de prostitutie rond het Atheneum en de sociale mix op het De Coninckplein. Pas later, onder impuls van enkele handelaars, is de vzw officieel opgericht. Ook wij leggen de nadruk op het bespreekbaar maken van problemen, veel meer dan op het organiseren van activiteiten. Hoewel we met het Bilzenjuweel, ons eigen theaterfestival, het culturele braakland in ‘Antwerpen 2060’ een mooie invulling hebben gegeven.

Legt ‘t Schijntje, in tegenstelling tot De Ploeg en De Bilzen, juist meer de nadruk op het samen feesten?

Leo Schuddinck (‘t Schijntje): Het is geen kwestie van nadruk leggen,het is de kunst om beide zaken te combineren:het feesten én je dossiers opvolgen. De bijeenkomsten en activiteiten die wij in de buurt organiseren, zijn in onze ogen inderdaad belangrijk. Enerzijds om het samenleven aangenamer te maken, anderzijds om de vinger aan de pols te houden van wat er leeft. Van de andere kant is het onze rol als comité om voortdurend waakzaam te blijven voor de overlast rond het Sportpaleis. Kijk, goed negen jaar geleden was het Sportpaleis op sterven na dood. Buiten een rommelmarktje of een voorstelling van Holiday Inn gebeurde er niets. Op een gegeven moment hebben de stad en de provincie het Sportpaleis ”gered”.Het beheer is in handen gekomen van Jan Van Esbroeck en Jan Vereecke onder de nv Antwerps Sportpaleis.Toen is het tij gekeerd. Na de eerste, oorverdovende, Thunderdomeparty, zijn we in actie gekomen. Maar in die beginperiode werden we absoluut niet au sérieux genomen. Dat is pas later gekomen. Met het succes van het Sportpaleis groeiden ook de overlastproblemen in de buurt, en hebben we willens nillens onze strijdbijl moeten aanscherpen.

Hebben jullie het gevoel dat je als bewoner niet au sérieux wordt genomen? En hoe kan je dat veranderen?

Charles Van Dyck (De Bilzen):Als je alleen een klachtenbank bent, dan vang je bot. Essentieel is de juiste wegen te vinden, de juiste contacten te leggen. Evenwel zonder politieke binding. Belangrijk is dat je duidelijk maakt dat je ervoor gaat. Je moet de kuitenbijter spelen, onmiddellijk en snel reageren. Niet enkel via de politiek, maar zeker ook via de pers.

Danny Dufoor (‘t Schijntje):Wij hebben ons twee jaar geleden inhoudelijk sterk in het dossier verdiept. Gewapend met een flinke bagage aan kennis over milieu- en stedenbouwkundige regels zijn we in de contacten met het bestuur van lauw naar warm geëvolueerd.Bij het openbaar onderzoek voor de bouw van de topsporthal, naast het Sportpaleis, hebben wij een goed onderbouwd bezwaarschrift ingediend. Vanaf het moment dat we ons verhaal ook in de media hebben gebracht, kenden de politici ons ineens wél. De rol van de media is bijzonder belangrijk,ook voor de bewoners: ”Onze buurt leeft, want ze stond in de krant”.

Manu Claeys (De Ploeg): De rol van de media is inderdaad belangrijk.En in Antwerpen zijn er media genoeg.Het is handig en zinvol dat je je debat via de pers kan stofferen.Verder ben ik het ook eens met Danny: dossierkennis is doorslaggevend. Van bij het begin hebben wij bij De Ploeg onderling de taken verdeeld: iemand was bezig met de website, een ander met het bijeenbrengen van visueel materiaal, ikzelf heb me al snel geprofileerd als dossieropbouwer en woordvoerder. Maar ik heb toch gemerkt dat het niet evident is om,ondanks een sterk inhoudelijk dossier, beschouwd te worden als een echte gesprekspartner. Politici schermen al gauw met de vraag hoe representatief je als bewonersgroep wel bent.

Oké dan, hoe representatief zijn jullie?

Charles Van Dyck (De Bilzen): Het gebied dat wij vertegenwoordigen is 2060 Antwerpen.De Bilzen telt 160 leden,van wie de meesten ouder dan 60 jaar zijn. Wij spreken voor mensen die al heel lang in deze wijk wonen en die ook beslist hebben er te blijven. Het zijn allemaal mensen die de buurt hebben zien veranderen en die gedeeltelijk uit nostalgie redeneren. Voor die groep is De Bilzen representatief.

Leo Schuddinck (‘t Schijntje): Wij vertegenwoordigen ongeveer 3.000 gezinnen. In onze wijk heeft elke straat zijn straatverantwoordelijke, en soms gaan die van deur tot deur.Het bezwaarschrift tegen de plannen van de topsporthal is wel degelijk door 90% van de bewoners ondertekend. Dat maakt ons dossier zo sterk:iedereen kent dezelfde overlast:eigenaars, huurders, allochtonen of autochtonen. Hoe duidelijker de boodschap, hoe groter je representativiteit.

Manu Claeys (De Ploeg):Voor mij is de vraag niet hoe representatief we zijn,wel welk draagvlak we hebben. Uiteraard vertegenwoordigen wij niet de hele Kievitwijk, dat is ook niet ons doel. Ons doel is dossierkennis te verzamelen en het politiek debat over de ontwikkeling in de buurt levend te houden en mogelijk te beïnvloeden.Politici onderschatten vaak dat er wel degelijk een breed draagvlak bestaat voor ideeën die maar een aantal mensen hebben uitgedokterd.In principe is het zo dat wij onszelf vertegenwoordigen en de ideeën waarvoor wij staan. Als politici merken dat je inderdaad een draagvlak hebt, dan proberen ze je tegen te werken door je zwart te maken.”Jullie zijn tegen de economische ontwikkeling van je buurt”, hebben we vaak te horen gekregen.

Charles Van Dyck (De Bilzen):Wij hebben ook tegenwerking gekend, niet zozeer van de overheid,wel van andere bewonersgroepen. Van figuren die vroeger de messias uithingen, maar toen ze politiek belangrijker werden, het geweer van schouder veranderden. Het zijn mensen die er politiek belang bij hebben om De Bilzen in het rechtse kamp te duwen. We hebben dit ongelukkige imago gekregen omdat we bezig zijn met ‘politiek incorrecte thema’s’.We hebben nooit de hulpverlening aan asielzoekers en prostituees aangeklaagd,wel de concentratie van beide groepen in onze wijk.En toch zijn er nog altijd politici die ons scheef bekijken omdat ze ervan overtuigd zijn dat wij tégen illegalen en tégen prostituees zijn.

Moet een bewonersgroep of actiecomité zich ver weg houden van de politiek? Moeten jullie neutraal blijven, en is dat haalbaar?

Charles Van Dyck (De Bilzen): Door de wrijving tussen ons en bewonersgroepen met een duidelijke politieke kleur zijn wij tot de consensus gekomen dat wij nooit iemand met een politiek mandaat in onze rangen willen. Maar we beseffen zeer goed dat je als actiecomité niet zonder de politiek kan. Dat is iets dat je opbouwt,dat je gebruikt.Maar cynisch ben ik hierin wel altijd gebleven, hoor.

Manu Claeys (De Ploeg): Ik ben altijd al een groene jongen geweest,en dat was ook bekend bij De Ploeg.Omdat een van mijn taken het opvolgen en opbouwen van dossiers was, heb ik van bij het begin duidelijk gemaakt dat ze me moesten terugfluiten als ik het dossier in een te strikte partijpolitieke richting zou duwen. Volgens mij bestaat politieke neutraliteit niet.Toch zeker niet voor individuen, en die individuen maken de groep.

Leo Schuddinck (‘t Schijntje):‘t Schijntje is en zal altijd politiek onafhankelijk blijven. Uiteraard heeft elk individu zijn eigen politieke voorkeur, maar dat mag niet op de voorgrond komen. Ik ken comités genoeg die ter ziele zijn gegaan nadat ze politiek kleur hadden bekend.Uiteraard zijn politici altijd welkom. Om te komen luisteren. En als ze iets kunnen doen, dan is dat meegenomen. Maar we willen niet dat politieke partijen ons in de aanloop naar de verkiezingen gaan misbruiken. Ineens nemen ze dan je dossier over, terwijl dat eerder niet aan de orde was.Van de andere kant durven wij natuurlijk ook wel eens de politiek te misbruiken.

Manu Claeys: Je kan als actiecomité proberen zo neutraal mogelijk te zijn, maar het is toch logisch dat politieke partijen rond bepaalde thema’s kleur bekennen. Daar kan je niets tegen beginnen. Als je dat in je voordeel wil doen keren, moet je als groep heel stevig in je schoenen staan.

Welke pluim kunnen jullie op jullie hoed steken?

Danny Dufoor (‘t Schijntje): In een jaar is er enorm veel veranderd. Eén: de blauwe zone begint, na ernstige kinderziektes, toch vruchten af te werpen. Stilaan merken we een vermindering van de parkeeroverlast. Twee: de provincie kan het aantal bezoekers aan het Sportpaleis beperken. Député Jos Geuens heeft ons op zeker moment uitgenodigd voor een gesprek. Hij heeft ons verteld dat hij de mobiliteitsvoorwaarden, gekoppeld aan de bouwvergunning van Lotto Arena,ook zou opnemen in de milieuvergunning. Concreet: wanneer in 2008 blijkt dat geen 30% maar slechts 19% van de bezoekers van het Sportpaleis het openbaar vervoer neemt, dan kan de provincie de aantallen beperken. Dit, samen met de invoering van het combi-ticket (toegangsticket Sportpaleis + tramticket) zijn voor ons grote winsten. Charles Van Dyck: Het jaarlijkse concert op het Sint-Jansplein is iets waar we jaren voor gelobbyd hebben.Verder zijn we bijzonder trots op de realisatie van het systeem van uitbatingsvergunningen voor handelszaken op het De Coninckplein. Door dit systeem krijgen laag-imago- winkels geen vergunning meer.

Manu Claeys:Wij verdienen een pluim omdat we op hoog niveau het debat op gang hebben gebracht over de essentiële elementen in de stedenbouwkundige ontwikkeling van een wijk.Verder zijn we toch wel trots dat projectontwikkelaar Robelco onder onze druk zijn plannen heeft hertekend,zelfs aanpassingen heeft doorgevoerd aan de ruwbouw, zodat er nu meer winkels en een grandcafé komen. Ook zijn we opgelucht dat de stad nu de intentie heeft de regie voor ontwikkelingsfase 2 van de Kievitsite op zich te nemen. Zo kan ze erover waken dat het niet op eenzelfde manier ontaardt. Toch krijgt De Ploeg van de stad niet de erkenning die ze verdient, en dat is jammer. Meer nog, we zien dat het bestuur nog steeds dezelfde fout maakt en voor belangrijke beslissingen en petit comité handelt. Dat is mee de oorzaak van de catastrofe van het Astridplein-Gemeentestraat-Carnotstraat. Ook hier zijn er beslissing genomen zonder overleg met bewoners en gebruikers.

Charles Van Dyck: Met alle respect, maar je kan toch moeilijk verlangen van een bestuur dat ze bewoners als deskundigen meeneemt in het besluitvormingsproces. Waar zou dat eindigen? De Ploeg heeft de nodige deskundigheid, maar dat hebben andere bewonersgroepen helemaal niet. Dat kan je ook niet verlangen. Het bestuur moet zijn werk kunnen doen, en bewonersgroepen moeten hun plaats kennen.

.

Nu in het nieuws