Deel 11: Organisatie van Gezondheidszorg is regionale taak

Deel 11: Organisatie van Gezondheidszorg is regionale taak

Deel 11: Organisatie van Gezondheidszorg is regionale taak

Print
Door Eric Ponette (foto). De auteur is em. professor geneeskunde.
BR>
Naast de juridische en politieke argumenten zijn er drie andere goede redenen om de ganse gezondheidszorg, met inbegrip van de ziektekostenverzekering, over te hevelen naar de beide grote gemeenschappen: hen de kansen geven om voluit eigen klemtonen te leggen, het gezondheidsbeleid efficiënter maken en beide gemeenschappen responsabiliseren tot een spaarzaam beleid; die argumenten gelden evenzeer voor Wallonië als voor Vlaanderen.

Aan de inwoners van Brussel wordt best de keuze gelaten tussen het stelsel van de Vlaamse en Franse Gemeenschap. Nu reeds leggen beide gemeenschappen eigen klemtonen.

Vooreerst is het ganse onderwijs, met inbegrip van het medisch onderwijs, sinds 1988 een gemeenschapsbevoegdheid geworden. De aanpak van de beperking van het aantal artsen is verschillend: sinds 1997 voerde de Vlaamse minister van onderwijs een ingangsexamen in vóór de eerste kandidatuur terwijl zijn Waalse evenknie besliste om de afremming pas te laten starten vóór het eerste doctoraat. Vlaanderen legt een sterkere klemtoon op de preventieve gezondheidszorg dan Wallonië: structuren zoals de Vlaamse Gezondheidsraad, het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie, de lokale organisaties voor gezondheidsoverleg (LOGO’S) bestaan niet of nauwelijks in Wallonië.

Hetzelfde blijkt uit in Vlaanderen genomen ministeriële opties zoals de gezondheidsdoelstellingen en het kaderdecreet over het preventief gezondheidsbeleid. Dat blijkt ook uit projecten zoals vaccinatie tegen hepatitis B bij kinderen en vaccinatie tegen meningitis C, die hoofdzakelijk in Vlaanderen worden uitgevoerd. De meer trefzekere screeningsmammografie met hoge kwaliteitsnormen en dubbele lezing is meer ingeburgerd in Vlaanderen.




Huisartsen

Vlaanderen past meer het echelonneringsprincipe toe en besteedt meer uitgaven aan huisartsgeneeskunde; daarentegen besteedt Wallonië meer uitgaven aan specialistische geneeskunde. Het globaal medisch dossier, dat bijgehouden wordt door de huisarts, kent een veel groter succes in Vlaanderen dan in Wallonië.

Vlaanderen organiseert de thuiszorg via de huisartsen, terwijl Wallonië dat doet via wijkgezondheidscentra die door de mutuadoor Groepspraktijken van huisartsen zijn in Vlaanderen veel meer ingeburgerd dan in Wallonië.
Wallonië besteedt meer uitgaven dan Vlaanderen aan medische beeldvorming, klinische biologie, pathologische anatomie en genetisch onderzoek, inwendige geneeskunde, bevallingen, dermatologie, kineen fysiotherapie, logopedie, revalidatie, radiotherapie en nucleaire geneeskunde, en medicamenten afgeleverd door de publieke apotheken.
Vlaanderen op zijn beurt besteedt meer uitgaven dan Wallonië aan thuisverpleging,verblijf in psychiatrische ziekenhuizen en psychiatrische verzorgingstehuizen, aan beschut wonen en aan implantaten.

Nog te vermelden valt dat daghospitalisaties een groter succes kennen in Vlaanderen, dat het verbruik van antibiotica hoger is in Wallonië en dat Wallonië 14% meer artsen telt dan Vlaanderen. Meerdere van die klemtonen kunnen beter uitgebouwd worden door een eigen beleid.

Efficiënter

Een efficiënt gezondheidsbeleid veronderstelt dat preventief en curatief beleid een eenheid vormen en dus door dezelfde overheid gestuurd worden. Dat is nu niet het geval: preventie is een bevoegdheid van de gemeenschappen en de ziektekostenverzekering is een bevoegdheid van de federale overheid.

Dat leidt tot een onsamenhangende visie en werking met gebrekkige communicatie en taakafspraken. Dat leidt ook tot een onevenwichtige financiering: in 2003 bijv. waren de uitgaven voor curatieve zorg in Vlaanderen 103 maal groter dan die voor preventieve zorg. Die scheiding tussen preventie en curatieve zorg is ook waarschijnlijk de oorzaak van de kortere levensverwachting in Wallonië, doordat er te weinig aandacht aan preventie wordt besteed. Het huidige gemengd federaal en deelstatelijk ziekenhuizenbeleid mist samenhang: de gemeenschappen zijn bevoegd voor de erkenning van de ziekenhuizen, de gewesten voor de infrastructuur betoelaging en de federale overheid voor de werkingssubsidies.

Nu hebben 9 ministeriële instanties in België te maken met het gezondheidsbeleid: dat leidt tot een trage besluitvorming met talloze compromissen en tot een administratieve rompslomp voor de veldwerkers. Het gezondheidsbeleid zou heel wat eenvoudiger en efficiënter worden met één minister voor Vlaanderen en één voor Wallonië.

De voorstanders van het unitaire beleid zullen aanvoeren dat die efficiëntie kan verbeteren door het ganse gezondheidsbeleid terug federaal te maken, doch dan miskent men het verschil in klemtonen dat door beide gemeenschappen wordt gelegd.

Spaarzaam

Het derde argument voor de communautarisering van het ganse gezondheidsbeleid is het belang van de responsabilisering van beide gemeenschappen tot een zo spaarzaam en rationeel mogelijk beleid: dat is noodzakelijk in het licht van de de vergrijzing, de toenemende medisch-technische mogelijkheden en de ontgroening.

Dat individuele responsabilisering van artsen en ziekenhuizen werkt, werd recent gesuggereerd door een zekere nivellering van de uitgaven tussen Vlaanderen en Wallonië (nog 3% meer in Wallonië).

.

Nu in het nieuws