Europees Aanhoudingsbevel blijft geldig

Print
Het Europees Aanhoudingsbevel (EAB) blijft geldig. Dat besloot het Europees Hof van Luxemburg donderdag. Het Hof moest oordelen over een verzoek van België, dat was uitgelokt door de advocaten van de Turkse vermeende terroriste Fehriye Erdal. Ondertussen raakte ook een rapport van de Europese Unie bekend over de wijze waarop België het EAB toepast. En dat bevatte nogal wat kritiek.
BR> Meer bepaald omdat ons land uitleveringen voor abortus en euthanasie weigert als andere lidstaten van de EU die onder de noemer "moord en doodslag" kwalificeren.

Wat is het Europees Aanhoudingsbevel?

Sinds 1 januari 2004 is het EAB van kracht, in principe in de hele Europese Unie. Een onderzoeksrechter die in zijn land een aanhoudingsbevel uitvaardigt, moet de verdachte uit een ander land binnen de 120 dagen bij zich hebben. De politiek komt niet meer tussen, zoals vroeger bij uitlevering. De staat waar de verdachte verblijft moet hem gewoon doorsturen.

Het Europees Aanhoudingsbevel werd in België ingevoerd door een wet van 19 december 2003. Die wet moest een kaderbesluit uit 2002 van de Raad van Ministers van de Europese Unie omzetten in het Belgische recht. De omzetting gebeurde met enkele afwijkingen en daarover ontstaat de meeste discussie.

Hoe is de regeling nu?

Het EAB is een rechterlijke beslissing om iemand die in het buitenland verblijft, maar die hier gezocht wordt, daar aan te houden en uit te leveren. Dat kan omdat hij hier verdacht wordt van een misdrijf of omdat hij nog een straf van minstens vier maanden moet uitzitten.

Als hij verdacht wordt van een misdrijf, moet op het feit minstens één jaar cel staan. In principe moet het alleen nog strafbaar zijn in de staat die om de uitlevering vraagt. Maar daarop kunnen de lidstaten een uitzondering vragen en België heeft dat gedaan. België levert dus maar uit als het criminele feit een misdrijf is én bovendien moet het in beide staten (vrager en uitleveraar) strafbaar zijn.

Voor 32 misdrijven mag dat evenwel niet. Daar is het voldoende dat het feit alleen strafbaar is in het land dat de uitlevering vraagt, maar wel met minstens drie jaar cel. Het gaat o.a. om terrorisme, mensen- en organenhandel, kinderpornografie, drugshandel, wapenhandel, witwassen, valsmunterij, informaticacriminaliteit, hulp aan illegalen, ontvoering, namaak van goederen, corruptie, deelneming aan een criminele organisatie, vervalsing, moord en doodslag, racisme en vreemdelingenhaat, verkrachting, handel in gestolen voertuigen, fraude met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, sabotage, brandstichting.

De verdachte kan zich niet meer beroepen op het politiek misdrijf, zoals vroeger het geval was. De Basken Morena en Garcia deden dat om uitlevering aan Spanje te vermijden. En België is voortaan ook verplicht om de eigen onderdanen uit te leveren. Vroeger moest dat niet.

Het Europees aanhoudingsbevel moet een hele reeks gegevens bevatten omtrent de identiteit van de persoon, de uitvaardigende gerechtelijke autoriteit, het definitieve vonnis, de aard van het strafbare feit of van de opgelegde straf...

Een definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel moet uiterlijk 60 dagen na de aanhouding van de gezochte persoon worden genomen. Tien dagen later is hij dan in het land van de aanvrager. Maar die termijnen kunnen in uitzonderlijke gevallen worden verlengd. Hij moet uiteindelijk binnen de 120 dagen in het land van de vrager zijn. De duur van het EAB wordt afgetrokken van de straftijd.

De betrokkene kan ook akkoord gaan met zijn overlevering. Dan is hij binnen de twintig dagen al in het land dat om zijn uitlevering vraagt. Als de betrokkene toestemt, dan laat hij het specialiteitsbeginsel vallen. Volgens dat beginsel kan je alleen worden vervolgd voor de feiten waarvoor je werd uitgeleverd, niét voor andere. Als dit beginsel vervalt, dan kan vervolging dus ook voor andere feiten. De toestemming kan op ieder moment van de procedure gegeven worden en kan in principe niet herroepen worden. Maar in België kan dat wel.

Het EAB wordt nooit uitgevoerd:

* als de betrokkene in België voor dezelfde feiten is berecht (non bis in idem);

* als het feit in de uitvoerende lidstaat onder een amnestie valt;

* bij minderjarigen

Onder bepaalde voorwaarden (de strafvervolging of de straf is volgens de wet van de uitvoerende lidstaat verjaard; onherroepelijke veroordeling voor dezelfde feiten in een derde land) kàn de uitvoerende lidstaat de tenuitvoerlegging van het aanhoudingsbevel weigeren.

Het bevel wordt vertaald in de officiële taal van de uitvoerende staat. Het wordt toegezonden in iedere vorm die een schriftelijk spoor nalaat en die de uitvoerende lidstaat de mogelijkheid biedt om na te gaan of het echt is.

Wat vindt de Europese Unie?

De Raad van Ministers van de Europese Unie liet haar MDG (een multidisciplinaire groep onder leiding van de Franse advocaat-generaal Charpentier) halverwege 2006 een onderzoek doen naar de manier waarop België het Europees Aanhoudingsbevel toepast. Ons land is de derde lidstaat van de Europese Unie waarover de EU een rapport maakte. Al in 1997 werd besloten dat de EU alle maatregelen rond georganiseerde misdaad die ze oplegt aan de lidstaten, laat evalueren. Dat gold ook voor de toepassing in België van het kaderbesluit dat het EAB verplicht maakte. Het evaluatierapport werd nog maar pas gepubliceerd en er stonden nogal wat kritische bedenkingen in:

* België wil geen personen uitleveren die in een andere staat verdacht worden van of gestraft zijn voor euthanasie en abortus, als die andere staat die laatste feiten kwalificeert als "moord en doodslag". Sommige EU-staten doen dat, maar in België zijn euthanasie en abortus niet strafbaar. Ons land voert daarmee de eis van de dubbele strafbaarstelling in voor een misdrijf, waarvoor dit niet mag. De EU vindt dit niet kunnen en dringt erop aan dat België zijn wet in overeenstemming brengt met het kaderbesluit. Eerder had de Antwerpse professor strafrecht, Chris Van den Wyngaert, al geopperd dat deze beperking indruiste tegen het Europese kaderbesluit dat het EAB oplegde.

* België vraagt de uitlevering niet van een gestrafte die in het buitenland verblijft als hij nog minder dan twee jaar cel moet uitzitten, terwijl de grens uit het kaderbesluit op vier maanden ligt. Het Belgische college van procureurs-generaal zegt dat het de moeite niet is omdat lage straffen toch niet worden uitgevoerd.
Ondertussen vaardigen sommige Belgische rechtbanken toch een EAB uit voor gestraften die minder dan 2 jaar moeten zitten. De Europese Unie vindt dat allemaal onverantwoord. Ze vreest dat sommige gestraften hierdoor definitief straffeloos blijven en dat ongelijkheid wordt gecreëerd binnen de EU.

* De statistieken die België over het EAB aflevert zijn onvolledig en je kan er geen beleid op steunen. Omdat iedere onderzoeksrechter bij de 27 parketten een EAB kan uitvaardigen en omdat er geen computerdatabank is, waarin de onderzoeksrechters alle beslissingen over eenzelfde persoon kunnen bekijken, weet men niet hoeveel EAB's in België eigenlijk worden uitgevaardigd. De Europese Unie wil één informaticasysteem voor het gerecht.

* Sommige parketten, die een uitleveringsverzoek uit het buitenland moeten uitvoeren, vragen allerlei bijkomende informatie over de wetgeving in het land dat om uitlevering verzoekt. Soms vragen ze zelfs kopieën van allerlei vonnissen. Dat druist volgens de Europese Unie in tegen de filosofie van het EAB. Dat laatste is nl. een vorm van rechtshulp en de staten moeten elkaars rechtssysteem niet betwisten, maar slechts uitvoeren wat een andere lidstaat vraagt.

* Sommige parketten beschouwen het EAB als een wettige basis om een huiszoeking te doen en om de woning binnen te dringen om de gezochte persoon te arresteren. Andere parketten doen dat niet. Daardoor ontstaat ongelijkheid tussen de gerechtelijke arrondissementen. De Europese Unie wil dat dat verandert.

* België interpreteert de mogelijkheid om een EAB te weigeren te beperkend. Volgens het kaderbesluit kan de rechter een uitlevering weigeren als het strafbare feit, waarvan de betrokkene in het buitenland wordt verdacht, hier in België verjaard is én de Belgische gerechten ook bevoegd zijn om er kennis van te nemen (Dat laatste heb je bv. bij drugsmisdrijven die deels in het buitenland en deels in België zijn gepleegd, maar ook bij terrorisme, genocide en criminele feiten van onze militairen in het buitenland en zelfs bij jacht-, bos-, veld- en visvangstmisdrijven die in het buitenland zijn gepleegd). België heeft die mogelijkheid omgezet in een verplichting en daardoor ontspringen een aantal echte boeven toch wel de dans.

* De regeling voor verdachten die instemmen met hun uitlevering naar het buitenland, remt die toestemming af, zodat uitlevering vanuit België al te lang duurt. België koppelt immers toestemming met de uitlevering aan het laten vallen van het specialiteitsbeginsel (zie hoger). En het is in België ook mogelijk om zijn toestemming altijd te herroepen. Volgens de Europese Unie moet men de toestemming van de gezochte persoon scheiden van de opstelling tegenover het specialiteitsbeginsel. Dat moeten twee verschillende zaken zijn. De Europese Unie wil terzake ook duidelijke termijnen. Want het huidige systeem schept veel rechtsongelijkheid in de Europese Unie.

* De Europese Unie prijst ons land omdat het richtlijnen heeft rondgestuurd over hoe het EAB moet worden toegepast, maar betreurt dat die niet overal worden toegepast. De EC is ook tevreden omdat België een actief team (het FAST-team) bij de politie heeft om gezochte criminelen op te sporen en ze meent dat het federaal parket functioneert als een soort expertisesteunpunt voor alle andere gerechtelijke autoriteiten en ook dat vindt het evaluatierapport erg goed.

Waarover ging de rechtszaak in Luxemburg?

Advocaten voor de Wereld, een progressieve groep raadslieden onder leiding van Jean Flamme en Paul Bekaert, de advocaat van Fehriye Erdal, stapte naar het Arbitragehof om de wet die het EAB invoert te laten vernietigen. Dat stapte op zijn beurt naar het Europees Hof van Luxemburg met enkele vragen omdat de Belgische wet uiteindelijk maar de uitvoering is van een Europese richtlijn. En dat Europees Hof besloot vorige donderdag dat er helemaal niets mis is met de richtlijn.

Meer bepaald werden drie kritieken aangevoerd, die door het Hof werden weerlegd.

1. "De wet is via een kaderbesluit van de Europese Raad van Ministers opgedrongen aan de parlementen van de EU, die daarin geen enkele inspraak hadden. Volkomen ondemocratisch. Een kaderbesluit van de Europese Raad kan ook nooit het bestaande uitleveringsverdrag van 1957 afschaffen omdat het juridisch lager staat dan een verdrag, het EAB had door een verdrag moeten ingevoerd worden", zo vond advocaat Bekaert. Het Europees Hof zegt hierover dat de Unie eerder beslist heeft om op justitieel gebied samen te werken en om elkaars rechterlijke beslissingen zoveel mogelijk te erkennen. De Raad moest de maatregelen nemen om die samenwerking te bevorderen. Nergens is bepaald op welke manier dat moet gebeuren, het mag dus met een kaderbesluit, meent Luxemburg.

2. "Het EAB schendt het legaliteitsbeginsel. Dat bepaalt dat een feit maar kan bestraft worden als het ook precies omschreven is. De 32 misdrijven zijn vaag en onduidelijk. Er is geen wettelijke definitie en dat schendt de mensenrechten", vonden Advocaten voor de Wereld. Eerder had de Antwerpse professor Chris Van den Wijngaert (in: Strafrecht, Strafprocesrecht & Internationaal Strafrecht, Maklu, 2006, 1314 p.) al geschreven dat de definities van de 32 misdrijven op nogal erg verschillende plaatsen stonden. Sommige misdrijven werden Europees gedefinieerd in kaderbesluiten (terrorisme), in gemeenschappelijke acties (georganiseerde criminaliteit) of in verdragen (corruptie, EU-fraude). Andere misdrijven vallen onder het mandaat van Europol (handel in gestolen voertuigen), nog andere staan in conventies van de Verenigde Naties (kaping van vliegtuigen) of van de Raad van Europa (illegale handel in cultuurgoederen).
Maar er zijn ook misdrijven die puur nationaal zijn en dus alleen gedefinieerd worden in de 27 verschillende nationale rechtssystemen (moord, verkrachting, brandstichting) en tenslotte zijn er misdrijven die in België niét gedefinieerd zijn (racketeering).

Het Hof van Luxemburg antwoordt op de kritiek van Advocaten voor de Wereld dat de misdrijven duidelijk gedefinieerd zijn in het strafrecht van de staat die om uitlevering vraagt. Het was niet de bedoeling van het kaderbesluit om de definities van alle misdrijven en de straffen daarvoor overal in de Europese Unie te harmoniseren. De omschrijving van de feiten is dus duidelijk.

3. "Het EAB schendt ook het gelijkheidsbeginsel. Bij andere misdrijvan dan de 32 uit de lijst, moet er een dubbele strafbaarstelling zijn, zowel in het land dat de uitlevering moet toestaan als in het land dat de uitlevering vraagt. Bij de 32 misdrijven volstaat een strafbaarstelling in het land dat om uitlevering vraagt. Het verschil tussen misdrijven uit de ene en de andere groep is niet objectief gerechtvaardigd, de misdrijven staan gewoon maar opgesomd. Dus is er discriminatie", zegden de Acvocaten voor de Wereld.

Luxemburg zegt hierop dat de verschillende behandeling van de twee soorten misdrijven wel degelijk gerechtvaardigd wordt. De EU wil voor die 32 misdrijven nl. meer samenwerken en die misdrijven zijn gekozen omdat ze bijzonder zwaar zijn (er moet minstens drie jaar cel op staan) of omdat ze de openbare orde zo erg in gevaar brengen dat een weglating van de dubbele strafbaarstelling op zijn plaats is.

Omdat het Hof van Luxemburg het EAB volledig overeind laat, zal het Belgische Arbitragehof dat allicht ook doen, zodat alles blijft zoals het was. Het volgende parlement zal wel rekening moeten houden met het rapport van de EU over de toepassing van het EAB.

7 MEI 2007

MEEST RECENT