Nieuwe wet bestraft geweld tegen buschauffeurs en leraars zwaarder

Print
Op 22 februari 2007 treedt een nieuwe wet in werking die geweld tegen buschauffeurs en leraars zwaarder bestraft. Wat zegt de wet? Wat zijn de kritieken op de wet? Wat leert het wetenschappelijk onderzoek over geweld op bussen?
BR>
ARTIKEL 1: Uit Gazet van Antwerpen, 13 juli 2006

Geweld tegen buschauffeurs en leraars zwaarder bestraft
Nieuwe symboolwet discrimineert en maakt strafrecht nog ingewikkelder

13 JULI 2006 - Naar aanleiding van de "talrijke en steeds toenemende gewelddaden tegen chauffeurs van het openbaar vervoer" worden in de toekomst de minimumstraffen voor geweld tegen een aantal beroepsgroepen verdubbeld. De maximumstraf blijft voor deze beroepsgroepen dezelfde als voor gewone burgers. Het parlement keurde donderdag een wet in die zin goed.

Het lijkt simpel, maar dat is het allerminst. Officieel heet het dat "de straffen voor geweld tegen buschauffeurs, leraars en verpleegsters worden verzwaard", maar zo eenvoudig is het niet. Alleen de minimumstraf wordt verzwaard. Ze wordt verdubbeld als ze minder dan 5 jaar is en met 2 jaar verhoogd als ze 5 jaar of meer is. Dat is het basisbeginsel. De minimumstraf wordt voor geweld tegen een aantal beroepsgroepen wordt dus twee keer zo hoog dan voor geweld tegen gewone burgers. De feiten moeten wel gepleegd zijn tijdens de uitoefening van hun ambt.

Geweld tegen wie?

Het moet gaan om mensen die een openbare dienst of een functie van algemeen belang vervullen in de sectoren van de mobiliteit, de postbestelling, de volksgezondheid, het welzijnswerk of het onderwijs. Ze moeten door hun werk verplicht zijn om contact te hebben met het publiek. Het is voor deze beroepsgroepen moeilijk om de gevaren die zij lopen op voorhand in te schatten, zo zegt Onkelinx. De beroepsgroepen worden in de wet opgesomd.
Deze verzwaring van de minimumstraf geldt voor: * chauffeurs, begeleiders, controleurs, loketbediendes van het openbaar vervoer
* postbodes
* brandweerlui
* leden van de civiele bescherming
* ambulanciers
* artsen
* apothekers
* kinesitherapeuten
* verpleegkundigen
* personeelsleden in spoeddiensten van verzorgingsinstellingen
* maatschappelijk werkers en psychologen van een openbare dienst (OCMW bv.)
* leraars en personeelsleden van scholen
* opvoeders in medisch-pedagogische instituten
* personen die belast zijn met het oplossen van geweld op school

De strafverzwaring geldt echter niet voor bejaarden, reizigers van het openbaar vervoer, vervoerders van fondsen, loketbedienden van een privébank, taxichauffeurs of dierenartsen met een privépraktijk. Ofwel kunnen deze groepen klanten weigeren, ofwel komen ze niet in contact met klanten ofwel zijn ze klanten. En dan vallen ze niet onder de wet.

En verder worden de minimumstraffen in bepaalde gevallen ook verzwaard voor parlementsleden, ministers, magistraten, officieren van de openbare macht en voor politiemensen, ambtenaren en personen die een openbare functie bekleden (deurwaarders).

Hoe hoog worden die straffen?

De nieuwe wet leidt tot een ingewikkelde rekenkunde. De straffen verschillen al naargelang er een gewoon mepje werd gegeven, dan wel of er een dode viel. Er zijn acht categorieën:
1. droge klap
minimum: 8 dagen wordt 16 dagen
maximum: 6 maanden
2. droge klap met voorbedachtheid
minimum: 1 maand wordt 2 maand
maximum: 1 jaar
3. slagen met arbeidsongeschiktheid
minimum: 2 maanden wordt 4 maanden
maximum: 2 jaar
4. slagen met arbeidsongeschiktheid met voorbedachten rade
minimum: 6 maanden wordt 12 maanden;
maximum: 3 jaar
5. slagen met blijvend letsel of verlies van een orgaan
minimum: 2 jaar wordt 4 jaar;
maximum: 5 jaar
6. slagen met blijvend letsel of verlies van een orgaan met voorbedachten rade
minimum: 5 jaar wordt 7 jaar
maximum: 10 jaar
bij correctionalisering: minimum wordt 2 maanden, maximum 5 jaar
7. slagen met de dood tot gevolg maar zonder het opzet te doden;
minimum: 5 jaar wordt 7 jaar
maximum: 10 jaar
bij correctionalisering: minimum wordt 2 maanden, maximum wordt 5 jaar
8. slagen met de dood tot gevolg maar zonder het opzet te doden, maar wel met voorbedachten rade minimum: 10 jaar wordt 12 jaar
maximum: 15 jaar
bij correctionalisering: minimum wordt 12 maanden; maximum wordt 10 jaar.

Minimum is geen minimum

In tegenstelling tot wat men denkt, is de minimumstraf géén minimum. De rechter kan er onder gaan. Dat kan op meerdere manieren.
1. De rechter ziet verzachtende omstandigheden. Dat kan van alles zijn: de jeugdige leeftijd van de dader, het blanco strafregister, de depressie van de dader e.d.
2. De feiten worden gecorrectionaliseerd.
Feiten met straffen boven de vijf jaar moeten in principe naar het assisenhof. Maar zij worden meestal naar de gewone correctionele rechter gestuurd en de minimumstraf zakt dan weer van 7 jaar naar 1 maand.
3. De rechter kan de uitspraak opschorten als de dader vroeger nooit is veroordeeld tot zes maanden, als de straf voor het nieuwe feit niet hoger is dan vijf jaar.
4. De rechter kan de minimumstraf met uitstel opleggen als de dader vroeger nooit veroordeeld is tot maximum 12 maanden en als de straf voor het nieuwe feit niet hoger is dan vijf jaar.
Het is dus grotendeels een symbolische wet.

Hoeveel feiten zijn er?

Volgens justitieminister Onkelinx zijn ze "talrijk en ze nemen toe".
Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael laat weten dat de federale politie na twee weken opzoekingswerk nog altijd geen statistieken van geweldsfeiten tegen de bewuste beroepsgroepen kan meedelen. De misdrijven worden zo niet geregistreerd, ze worden geregistreerd per plaats waar iets gebeurt, zo luidt het. De NMBS en De Lijn tellen ook, maar zij verstaan onder agressie ook "verbale" agressie (schelden) en dat is natuurlijk geen geweld. Hun wijze van registreren is dus nog anders. Men weet dus gewoon niet hoeveel feiten er zijn per beroepsgroep. Toch kan een en ander worden vastgesteld.

1. In 2003 en 2004 samen registreerde de politie in totaal 1.856 feiten van fysiek geweld op en rond het openbaar vervoer. Het merendeel is geweld onder reizigers. Het gaat om alle openbaar vervoer: bus en trein.
2. Tussen 2000 en 2005 steeg het geregistreerde geweld in de scholen met 21%. In 2004 telde de politie 2.132 feiten.
3. In ziekenhuizen werden in 2004 408 misdrijven tegen de lichamelijke integriteit vastgesteld.

Bedenkingen

1. De strafwet wordt hierdoor weer een stukje complexer, terwijl men precies zou moeten vereenvoudigen. Zeker mbt politiemensen wordt de wet een poespas. Want daar heb je naast de huidige straffen, nog andere strafmaten voor smaad en weerspannigheid, waarbij ook geweld kan worden gebruikt.
2. De wet heeft maar betrekking op een kleine hoeveelheid feiten. Wanneer men het geweld op bus en trein bv. berekent op het aantal vervoerde reizigers (de NMBS vervoert jaarlijks 160 miljoen mensen), dan komt men aan een uiterst klein percentage. Iedere politiechef van om het even welke stad kan van zo'n laag geweldspercentage maar dromen.
3. Waarom moet geweld tegen bepaalde beroepsgroepen tijdens hun werk zwaarder bestraft worden dan ander geweld? Een mep aan een zieke of aan een reiziger is toch even ernstig als een mep aan een dokter of aan een buschauffeur? En waarom worden sommige beroepsgroepen in de wet opgenomen en andere niet? De reden is grotendeels syndicaal: de vakbonden van het openbaar vervoer hebben deze wet afgedwongen voor henzelf, niet voor de reiziger. Deze wet dreigt vernietigd te worden op grond van discriminatie.
4. Het parlement maakte van deze wet gebruik om geweld tegen parlementsleden, ministers, rechters een zwaardere minimumstraf te geven. Ook dat is eigenaardig. In het verleden gingen stemmen op om smaad aan en geweld tegen vertegenwoordigers van het volk even zwaar te bestraffen als smaad en geweld aan het volk.
5. Het effect is marginaal: men verhoogt slechts de minimumstraf, maar het is perfect mogelijk om nog onder deze minimumstraf te gaan en om zelfs geen straf uit te spreken.


* * * * *


ARTIKEL 2: Uit Gazet Van Antwerpen, 3 juli 2006

Professor Vermeulen: "Busverbod wel, glazen kooien niet"

3 JULI 2006- Een busverbod, het afnemen van het abonnement, aparte stiltecoupés in trein en metro, het verwijderen van de glazen kooien van buschauffeurs, meer straathoekwerkers. Het zijn enkele maatregelen die worden voorgesteld in een kersvers onderzoek van de universiteit van Gent over strafbare feiten en overlast door jongerengroepen op het openbaar vervoer. Professor Gert Vermeulen ging na hoe vaak groepsgeweld van jongeren voorkomt op bussen en treinen. De zaak-Demoor is hoogst uitzonderlijk, zo blijkt.

In 2003 en 2004 samen registreerde de politie 7.160 criminele feiten en overlast op en rond het openbaar vervoer. Vandalisme, geweld en verbale agressie zijn de drie toppers. Daarnaast registreerden de vervoersmaatschappijen zelf nog eens 14.090 feiten, die minder ernstig zijn of geen slachtoffer maken. Meer dan de helft gebeurde in 18 gemeenten. De top drie van de gemeenten is: Sint-Gillis (12,8 feiten per 1.000 inwoners), Schaarbeek (4,93) en Brussel (4,56). Antwerpen telt 1,18 feiten per 1.000 inwoners.
Maar als we het absoluut aantal incidenten bekijken, dan tekent Antwerpen met 539 feiten voor 6,2% van alle gevallen en het komt daarmee op de vierde plaats na de drie eerder genoemde gemeenten.
De onderzoekers bestudeerden op basis van de politiecijfers alleen die criminele feiten en overlastincidenten die door jongeren in groep werden gepleegd. Daaruit namen ze de feiten waaraan minstens 2 jongeren onder de 25 jaar deelnamen en waarvan meerdere daders gekend zijn. Dan bleven nog 400 feiten over met 1.128 gekende daders.
Antwerpen staat in die cijfers op de derde plaats met 26 feiten. Een derde gebeurde aan een bushalte en nog eens een vierde in een spoorwegstation. Er was in de bewuste periode maar één geregistreerd feit op een bus.

Wat blijkt uit de studie? Vermeulen: "De helft van de incidenten maakt geen directe slachtoffers. Maar de helft van de feiten mét slachtoffers is geweld, groepsgeweld door jongeren dus. Zo'n 113 incidenten. En daarin heb je drie groepen."
"De grote meerderheid was geweld van jongeren tegen jongeren. Meestal was het geschil elders ontstaan, maar werd op de bus of trein uitgevochten. Het gaat over problemen op school, afpakken van een lief, een mislukte verkoop. Het openbaar vervoer moet hiervoor geen specifieke matregelen treffen omdat deze feiten net zo goed op straat, op school of in een jeugdclub kunnen gebeuren. Het gewone preventiebeleid volstaat. Wel kunnen gerichte patrouilles op en rond risicolijnen nuttig zijn."
"Daarna volgt het geweld tegen personeelsleden. Op de trein is de aanleiding altijd dat de dader geen geldig ticket heeft. Op bus en tram eveneens, maar daar ontstaat het geschil soms ook na een vermaning of opmerking. De grote hoop van dit geweld werd door 'speciale' personeelsleden uitgelokt. Zij hebben de jongere te agressief of beledigend bejegend. Ze pakken onmiddellijk een go pass af, snauwen of duwen en trekken. Ze zijn kortom onbeleefd. Een kleiner deel van dit geweld wordt veroorzaakt door provocatie van de jongeren zelf, zoals herhaaldelijk openen van de deuren, bellen voor iedere halte maar niet afstappen."
"Hier kunnen wel specifieke maatregelen worden genomen. Zo moet men de personeelsleden leren om neutraal en sec met mensen om te gaan. Vooral niemand aanraken! Men moet het personeel ook leren om conflicten zo snel mogelijk te ontmijnen in plaats van ze op te jutten. Men kan dit geweld natuurlijk proberen te voorkomen door de bestuurder in een glazen kooi te stoppen. Maar daar ben ik totaal tegen. Het is een volkomen verkeerd signaal aan de reiziger. Je zegt eigenlijk dat het op die bus gevaarlijk is en dat de chauffeur zich in ieder geval niet bekommert om wat met de reiziger gebeurt, hij zit volledig afgesloten."

"Geweld tussen jongerengroepen en volwassen reizigers vormt de kleinste groep. Het gebeurt bijna allemaal in (metro)stations. Er is uit ons onderzoek geen geweld met blijvend letsel bekend. De zaak-Demoor is dus een spijtige, maar heel grote uitzondering."
"Dit soort geweld is dus bijna altijd een lokaal probleem. De lokale politie moet het aanpakken door een goed preventie- en repressiebeleid. Op trein en metro zelf kan je dit soort geweld makkelijk voorkomen door de mogelijkheden om conflicten te creëren te beperken. Veel geschillen ontstaan omdat mensen te luid lachen, muziek spelen, te veel gsm'en en dergelijke. De spoorwegen kunnen dit perfect oplossen door aparte stil- tecoupés uit te bouwen. In Engeland doet men dat ook op de metro. Ook de creatie van een veiligheidsfunctionaris op trein en bus is erg nuttig. Die kan toezicht houden, bemiddelen bij geschillen en ze proberen te voorkomen door met de reizigers te praten."

Wie zijn de daders?

"Jongens tussen 16 en 19 jaar. In Antwerpen is de piekleeftijd 17 jaar. In Antwerpen heeft 60% de Belgische nationaliteit, 11% de Marokkaanse en 9% de Ecuadoraanse. 24% van de daders woont in Borgerhout, 11% in de Seefhoek en 11% in Frankrijk. Slechts 3,2% komt uit het stadscentrum. Opvallend is dat Brussel en Charleroi vooral problemen hebben met hun lokale jeugd, terwijl die er in Charleroi of Namen niet aan te pas komen. De daders kennen elkaar vaak vanop school of uit de buurt. Op school zijn ze minder begaafd of gedragsmoeilijk, ze spijbelen vaak en in hun vrije tijd lummelen ze maar wat rond zonder vaste structuur in hun leven."

Hoe pak je ze aan?

"Je kan ze een bus- of treinverbod geven. Of hun abonnement afnemen. Als ze dan nog met de trein willen, dan moeten ze een veel duurder ticket kopen en dat thuis ook gaan uitleggen. Ik begrijp niet waarom de NMBS en de Lijn dat niet zelf voorstellen. Je zou een regeling kunnen treffen net zoals voor het stadionverbod bij het voetbal. De echte criminele jongeren pak je als politie ook best niet in groep aan. Als je de dader kent, stel dan de aanhouding nog even uit, wacht tot 's avonds en ga naar het huis van de dader zelf. Zo voorkom je escalatie van het groepsconflict. Je kan het groepsgevoel ook afbreken door daders onder politiebegeleiding in hun eigen milieu in te schakelen bij het voorkomen van nieuwe feiten".

Hebben camera's nut?

"Camera's voorkomen alleen graffiti spuiten en gauwdiefstallen, maar nooit geweld. Ze kunnen wel bijdragen tot het herkennen van daders, maar ze leveren een overkill aan informatie en zijn duur. Ik ben voor een beperkt gebruik van camera's, tijdelijk en op risicolijnen. Het aantal stadswachten uitbreiden is ook geen goed idee. Zij hebben geen gezag, want ze hebben een flou statuut. En bovendien: wie zegt dat zij eigenlijk ook niet liever in een glazen kooi zouden zitten? Een betere oplossing is wellicht het gezag van de chauffeur opnieuw herstellen. Als de gevaarlijke jongens naar iemand zullen luisteren is het naar de chauffeur, want hij is de baas op zijn bus, hij is de vertegenwoordiger van het gezag."

Wat vinden de reizigers?

"22 procent zegt dat hij het voorbije jaar slachtoffer werd van een (strafbaar) feit op het openbaar vervoer. Slechts 16 procent voelt zich altijd veilig, 5 procent vaak of altijd onveilig. Als men vraagt waarom men zich onveilig voelt, dan is dat vooral omdat de stations verlaten, rommelig en vuil zijn. Dit onveiligheidsgevoel kan worden weggewerkt door infrastructurele ingrepen: graffiti onmiddellijk wegdoen, rommel opruimen, de ruimtes voortdurend verlichten. Maar ook door zovele mogelijk personeel in alle stations te laten. En dan bij voorkeur personeel dat de reizigers vriendelijk behandelt."

MEEST RECENT