Zinloos geweld in een vloeibare samenleving

12 FEBRUARI 2007 - Bart Bonroy is het zoveelste slachtoffer van zinloos geweld. Maar wat is zinloos geweld? Op het eerste gezicht bestaat het niet. Vanuit de visie van het slachtoffer bekeken is ieder geweld zinloos. Vanuit de visie van de dader is elk geweld zinvol, want hij heeft een motief dat hij wil realiseren. Zelfs wanneer hij knettergek is, dan nog ziet hij voor zichzelf een zin, ook al kan niemand anders die begrijpen.

BR>

Onder zinloos geweld vallen blijkbaar: de mp-3-moord op Joe Van Holsbeeck, de moorden van Hans Van Themsche, de aanslag op Guido De Moor op de Antwerpse bus 23 en nu de aanslag op Bart Bonroy in Oostende. Deze vier dossiers zijn totaal verschillend. De juridische kwalificaties van deze vier incidenten zijn anders, de oorzaken van deze vier gewelddaden zijn anders, de manier om ze in de toekomst te voorkomen is anders. Toch plaatst iedereen ze onder de verzamelnaam "zinloos geweld".

De vraag rijst dus of zinloos geweld wel een zinvol begrip is.

Vanwaar komt de term en wat betekent hij?

De term werd in Nederland bedacht na de aanslag op Meindert Tjoelker in Leeuwarden op 13 december 1997. Tjoelker kreeg het aan de stok met een groep jongeren die fietsen op straat gooide en werd door hen doodgestampt. De studiedienst van het Nederlandse ministerie van Justitie gaf toen een wetenschappelijke definitie aan het begrip "zinloos geweld". Het gaat om een spontane vorm van geweld, die incidenteel is en waarbij het slachtoffer willekeurig of toevallig wordt gekozen. Het geweld is fysiek en meestal expressief (het drukt machogedrag en superioriteit uit) en niet-functioneel (dus: niét om een diefstal te plegen) en het gebeurt in het publieke domein. Het is geweld tussen onbekenden.

Zelfs met deze definitie zijn zeker niet alle vier hoger genoemde aanslagen onder zinloos geweld te brengen, de vierde variant lijkt er nog het meeste op.

Het publiek domein (de straat, de bus, de trein) heeft een aantal kenmerken. De relaties zijn er anoniem, maar ook gelijk: iedereen heeft evenveel recht op gebruik van het publiek domein.

De medemens is er een onbekende, waarvan men bijna altijd tegen zijn zin afhankelijk is. Die typische afhankelijkheid zie je in de file aan de kassa in het grootwarenhuis, waar de andere een vertragingsfactor is, maar je ziet haar ook bij het gevecht om de parkeerplaats of bij de jongen met de luide walkman op de tram.

Het publiek domein heeft een aantal conflictmogelijkheden in zich, die je elders, in de privésfeer of op het werk niét hebt, omdat je daar ook emotioneel van elkaar afhankelijk bent. Een mep aan een totaal onbekende op straat zal de dader minder wroeging bezorgen dan een mep aan zijn vriend of collega.

Wanneer het publiek domein bovendien tijdelijk afgesloten is, zoals bij een bus of een trein, dan kunnen conflicten algauw escaleren.

Onderzoek van professor Willem De Haan (Universiteit Groningen) wees uit dat twee op de drie zaken van zinloos geweld op een of andere manier werden uitgelokt door het slachtoffer, maar één op de drie dus helemaal niet. Ook daar vonden de daders toch net het omgekeerde.

In het publiek domein moeten de regels uiteraard gehandhaafd worden, maar de neiging is daarvoor het geringst omdat er geen banden met de andere mensen zijn.

Wat voert de criminologische literatuur als oorzaken aan van zinloos geweld? We bespreken er twee.

* Dr. van Stokkom (Katholieke Universiteit Nijmegen) ziet de oorzaak van zinloos jongerengeweld in de toename van het rauwe mannelijkheidsideaal in de vrijetijdscultuur. Terwijl officieel in de samenleving het patriarchale gedrag wordt tegengewerkt (in het gezin moet je democratisch zijn) en men op de werkvloer steeds minder belang hecht aan fysieke kracht, zie je in de vrije tijdssector en in de cultuurindustrie het mannelijkheidsideaal furore maken. Niet meer de patriarch staat centraal, maar de krijger, die zonder belemmeringen zijn zin doet. De reclame, de sport en talloze televisieprogramma's promoten dit idee schaamteloos en zij zijn natuurlijk belangrijke socialiserende instituten.

* Iets ruimer kijkt Prof. Hans Boutelier (Vrije Universiteit Amsterdam). Hij meent dat onze samenleving

protocrimineel

is: ze heeft een cultuur die mensen onvankelijk maakt voor normoverschrijding. Hij ontwikkelde op basis van de Poolse socioloog Zygmunt Bauman een criminologie van de (criminele) kick. Bauman zelf lanceerde het idee van de

vloeibare samenleving

. Een maatschappij wordt vloeibaar wanneer de eisen waaraan een burger zich moet aanpassen sneller veranderen dan de tijd die hij krijgt om zich degelijk aan te passen. In onze samenleving moet alles snel veranderen. Men verandert om te veranderen, want onderzoek bij tienduizenden bedrijven in de VS wijst uit dat meer dan de helft van de doorgevoerde managementsveranderingen binnen de tien jaar weer werden teruggedraaid. Deze

veranderitis

heeft geen doel meer en ook geen eindpunt, maar gaat wel steeds sneller. Leren, opbouw van competenties, trouw in relaties worden in zo'n context zinloos: ze belemmeren de voortdurende aanpassingen aan steeds nieuwe wijzigigen. De ideale figuur wordt iemand die onmiddellijk alles kan laten vallen en alle banden kan verbreken (zowel op relationeel, professioneel als vrijetijdsvlak) en "iets nieuws kan beginnen": iemand die kan

deleten

in plaats van bewaren. De samenleving wordt vloeibaar, men krijgt niet meer de tijd om zich op een stabiele wijze aan nieuwe normen en regels aan te passen: daarvoor veranderen ze te snel.

Zo'n vloeibare samenleving bevordert de criminaliteit op minstens drie manieren.

1. Als de normen zo snel wijzigen, vermindert hun belangrijkheid aanzienlijk en dat maakt ze zo licht dat veel meer mensen ze zullen overschrijden.

2. Bovendien komen steeds meer mensen door deze vloeibare samenleving in een identiteitscrisis. Dat heeft weer twee effecten. Het is door die agressieve vrijetijdscultuur veel gemakkelijker dan vroeger om met je onaangepaste, duistere kant naar buiten te komen, wat tot criminaliteit leidt. Maar anderzijds opent het verlangen naar zekerheid de weg naar gemeenschapsverbanden die op zich een bedreiging voor de samenleving kunnen zijn (het fundamentalisme, het communautarisme).

3. Tenslotte zorgt het hoge veranderingstempo ervoor dat steeds meer mensen uit de maatschappelijke mallemolen worden geslingerd. Deze drie factoren bevorderen de criminaliteit, maar vooral het "zinloos geweld" louter en alleen voor de kick.

Justitiële Verkenningen, De kick, 2006, Boom

Nu in het nieuws