De geschiedenis van de Handschoenmarkt

Gazet van Antwerpen is een krant die vooruitblikt, maar af en toe ook even achterom durft te kijken. Iedere week geeft de Metropool-redactie tekst en uitleg bij een historisch moment, fait-divers of voorval. En de lezer, u dus, kan zelf bepalen wat Gazet van Antwerpen schrijft. Niet door de redactie met brieven te bestoken. Stel uw vragen op 'http://www.geschiedenisvanantwerpen.be/forum' van het Stadsarchief en misschien staat het antwoord nadien in uw krant.

Patrick Van de Perre

BR>

Een lezer van het geschiedenisforum wil meer weten over de

couleur locale en het verleden van de Handschoenmarkt. En daar valt wel wat over te vertellen. Lang geleden zei de dichtende eierboer Teun Koekeloer het volgende over de Handschoenmarkt: Op 't Steenen Kerkhof ofte Waaigat kunnen vertier en logement komen en gaan. Het Putteke en den toren zullen er altoos staen. Het Stenen Kerkhof omringde in het verleden, samen met het Groenkerkhof, de kathedraal. De volkse benaming Waaigat verwijst naar de hevige windstoten, die de 123 meter hoge kathedraal veroorzaakt in het straatje dat de Groenplaats met de Handschoenmarkt verbindt. Het putje van Quinten Metsys of bornput, verhuisde in het midden van de zestiende eeuw van de Grote Markt naar de Handschoenmarkt, waar het voor water zorgde tot 1900. Rond de eeuwisseling werd de put omgebouwd tot een toeristische attractie. Zestig jaar daarvoor liepen er op de markt nog heel wat drinkebroers rond, toen de Antwerpenaren ter gelegenheid van de Rubensfeesten gratis wijn mochten tappen. Aan de ingang van de kathedraal beeldt een beeldengroep het Laatste Oordeel uit, dat na 1900 het wat sobere kruisbeeld verving. De tegen de kerkgevels aanleunende huisjes werden gesloopt tussen 1865 en 1875. Onder de noorderttoren was tot ongeveer 1867 de winkel in regenschermen van de gebroeders Chansel gevestigd, die nog tot 1906 op de Groenplaats handel dreven. Nummer 13 is het geboortehuis van kunstschilder David Teniers. Tot het begin van vorige eeuw waren er op de Handschoenmarkt 25 plaatsen voor marktkramers. Een ijselijke val Dat er ook regelrechte drama's gebeurden op de Handschoenmarkt, blijkt uit het verhaal van kleermaker Jacques Simons uit de Van Maerlantstraat. Op 5 augustus 1907 schreef Gazet van Antwerpen volgend relaas over een "Yselijk ongeval op de Handschoenmarkt": Heden middag rond half een bracht een ijselijk ongeval eene algemeene ontroering op de Handschoenmarkt teweeg. Een man was van den Toren, gevallen of gesprongen. Nevens den gekenden blauwen steen met koperen nagels lag een lijk zo erbarmelijk verminkt en vermorzeld dat het niet herkenbaar was. Op dertig meter afstand lagen de hersens en brokken van de schedel verspreid. Het was iemand van gezetten ouderdom en wel gekleed. Men vond op hem een zakdoek met de letter J. en eene som van 2 frank 38. Op de balustrade van de tweede verdieping (91 meter) vond men zijn hoed. Het ging blijkbaar over een wanhoopsdaad. Al vlug werden onder het motto: "De een zijn dood de ander zijn brood", prentkaarten van de toren voor verkoop bewerkt met gummistempels om de plaats aan te duiden waar de man gevallen was. Zes jaar later gebeurde iets gelijkaardig met een verliefd koppel, dat blijkbaar niet mocht trouwen. Elkaar omarmend doken ze naar beneden van op dezelfde hoogte. Blijkbaar vond de stad het toen welletjes en verbood men aan kandidaat-bezoekers om zonder begeleiding de trappen van de torens te beklimmen. Ook nu nog is een begeleiding nodig om een bezoek aan de spits te brengen. Tenzij men op aanvraag onze kathedraal langs buiten beklimt, voorzien van de nodige kabels en apperatuur, onder het oog van vele nieuwsgierigen. Frans LAUWERS

CITTA

Vastgoed

Auto's in de kijker

Jobs in de regio