Bom dia Brasil (8): Als een broeierige droom die steeds beter wordt

Bom dia Brasil (8): Als een broeierige droom die steeds beter wordt

Bom dia Brasil (8): Als een broeierige droom die steeds beter wordt

Print
Onze webjournalist Jonas Rosquin trekt tijdens de wereldbeker samen met een vriend een maand lang door Brazilië om er de Rode Duivels aan te moedigen en het land en zijn inwoners te leren kennen. Zijn ervaringen schrijft hij neer in deze column.

Brazilië is een onmetelijk land, het vijfde grootste ter wereld. De afstanden zijn dus niet te overzien, maar dankzij een erg gunstige loting voor de Belgen viel het aantal reiskilometers tot nu toe al bij al nog mee. Tussen de speelsteden uit de eerste ronde deden we alle verplaatsingen per bus. De afstand tussen São Paulo en Salvador (ruim 1.500 kilometer) was net iets te veel van het goede en dus beslisten we om een binnenlandse vlucht te nemen. Andere Belgische fans dachten er anders over en verkozen een afmattende busrit van wel 40 uur. Afzien voor het vaderland noemen ze zoiets. Een minderheid bleek het er blijkbaar voor over te hebben, want van de 6.000 Duivelsfans in Rio tegen Rusland bleven er nog maar 600 over die hun team naar voor schreeuwden in de Arena Fonte Nova in Salvador. Maar we durven ons ticket van de finale er op te verwedden dat geen van hen zich de opofferingen zal beklaagd hebben.

Na vier wedstrijden worden de gezichten in het rode vak stilaan vertrouwd en begint er tussen de Vlamingen, Franstaligen en Duitstaligen een band te ontstaan die het eenheidsgevoel van een clubaanhang benadert. Die groepsdynamiek is na de nu al historische 30e juni 2014 alleen maar sterker geworden. Samen in koor de Brabançonne in verschillende talen en toonaarden meewouwelen en het intussen rijke repertoire aan supportersliederen zingen. Samen liters zweet verliezen in de tropisch hete tribune. Samen vloeken en brullen tot de stembanden het bijna begeven na de zoveelste gemiste doelpoging. Samen nagelbijten en bijna een inzinking krijgen wanneer de Amerikanen de kwalificatie nog bijna op een diefje binnenhalen... En dan volgde plots de bewuste eerste minuut van de verlenging. Een frisse Lukaku rolt met zijn indrukwekkende fysiek de moegestreden Amerikaanse defensie op en De Bruyne rondt het voorbereidend werk vakkundig af. Een oorverdovende oerexplosie barstte los in het vak achter de goal van de eindelijk geklopte doelman Tim Howard.

Zowat iedereen greep zijn naaste buren, bekend of onbekend voor elkaar, vast voor een krachtige omhelzing of een stevige 'high five' waar meer dan 90 minuten ondraaglijke stress en frustratie van af spatten. Volle bekers bier vlogen in de lucht en klapstoeltjes bezweken onder de voeten van de springende meute. Gelijkaardige taferelen zouden zich herhalen na het tweede Belgische doelpunt en na het verlossende laatste fluitsignaal. Momenten van extase waar ik zonder overdrijven van kan zeggen dat ik ze in mijn leven nog niet veel heb meegemaakt. Na de intussen vertrouwde viering in het gangencomplex van het stadion, verplaatste het Belgische feestje zich later op de avond naar het oude stadscentrum van Salvador. In de plaatselijke barretjes en kraampjes werd er aan de lopende band limoen vermalen en flesjes geshaket om de Duivelse dorstigen van caipirinhas te voorzien. Brazilianen, die altijd in zijn voor een feestje en zich steevast aansluiten bij de aanhang van het winnende team, mengden zich tussen de uitzinnige massa.

Zeker nu België het moet opnemen tegen de eeuwige aartsvijand Argentinië hebben we heel Brazilië als een man achter ons. De arme schooiers uit de favelas kregen rijkelijk munten en briefjes toegestopt van de euforische feestvierders en deelden zo mee in de Belgische pret. Drietanden en duivelsoren zien ze er niet elke dag in het straatbeeld, maar in Salvador weten ze wel als de besten hoe ze een feestje moeten bouwen. Tromgeroffel, opzwepende ritmes en vrolijke marsmuziek. Het leek deel uit te maken van mijn nachtelijke droom over het wervelende sambavoetbal van de troepen van Wilmots. In werkelijkheid werd mijn katerige brein de ochtend nadien uit zijn comateuze toestand gewekt door een reëele optocht die voor de deur van onze jeugdherberg voorbij trok. In het hypergelovige Salvador werd er weer eens een heilige Sint gevierd.

Elke reden nemen de, voornamelijk van Afrikaanse slaven afstammende, inwoners van de noordoostelijke grootstad te baat om op straat te komen en zich uit te leven. Als was het een roes, een droom waaruit ik niet wilde ontwaken, zag ik een kleurrijke processie voor mijn slaapdronken ogen passeren. Fanfareorkesten van helemaal opgeklede trommelaars en percussionisten werden gevolgd door koperblazers en meidengroepen die sensueel voorbij paradeerden op het ritme van de samba, reggae en tal van andere Afro-Braziliaanse muziekstijlen. De opwindende, bruisende en broeierige stad als setting maakte deze Belgische climax compleet. Intussen begonnen de nog in Salvador aanwezige landgenoten hun verdere reis te plannen. Sommigen zochten nog koortsachtig naar tickets voor de kwartfinalematch in Brasilia. Anderen belden met klamme handjes naar vrouwlief of naar de baas om te melden dat ze nog een verlengstuk aan hun trip willen breien. Onder de Duivelsfans begint stilaan een gevoel te leven dat ze deel uitmaken van iets uniek en historisch dat ze voor geen geld van de wereld willen missen. De overtuiging groeit dat we hier iets beleven dat we later aan onze kinderen en kleinkinderen met veel weemoed kunnen navertellen. Nu hopen dat Lionel Messi onze droom niet aan diggelen trapt.

door Jonas Rosquin
Foto PJ Vangheluwe