Standpunt: "Een grote meneer"

Standpunt: Een grote meneer

Standpunt: "Een grote meneer"

Print
Met het overlijden van Jean-Luc Dehaene verliest België een van dé politieke monumenten uit de naoorlogse geschiedenis. Hij was een staatsman pur sang. Zonder enige overdrijving kunnen we stellen dat hij een van de meest succesvolle, zo niet dé succesvolste eerste minister is geweest sinds 1950. Zijn impact op de hervormingen die ons land sociaaleconomisch, budgettair en staatkundig heeft doorgemaakt, is nauwelijks te overschatten. Met de dood van Jean-Luc Dehaene nemen we afscheid van een grote meneer.

Om zijn invloed en zijn realisaties te duiden, kunnen we niet om zijn werkmethode heen die hij decennia heeft gebruikt en waarmee hij onmogelijk gewaande compromissen toch tot stand heeft gebracht.

Jean- Luc Dehaene was de man die zich graag verstopte achter dikke muren, ver van de camera’s en de micro’s. Een oude sofa in een vergeten achterkamer om zijn gasten te ontvangen, dat waren zijn geliefde werkinstrumenten.

Een standbeeld voor open democratische besluitvorming zal Jean-Luc Dehaene nooit krijgen. Transparantie is een begrip dat niet in zijn woordenboek voorkwam.

Pragmatisch

Zijn filosofie om de problemen op te lossen? Pragmatisme en doorzetten. Verzamel in het geheim van elke betrokken partij één of twee vertrouwensmensen, bewerk hen dag en nacht, denk altijd twee zetten vooruit, leg uw partners spreekverbod op, en kom pas naar buiten als er over álles een akkoord is.

Zo vormde hij regeringen, zo bracht hij staatshervormingen tot stand, zo duwde hij pijnlijke besparingsrondes door de strot van politieke partijen, van vakbonden en van de burger. Als het resultaat er eenmaal was, moest iedereen zijn mond houden. Niet te veel discussie in het parlement, en zéker niet binnen de eigen partij.

Dat klinkt natuurlijk niet allemaal even positief, maar Dehaene werkte wel superefficiënt. En hij had steeds het algemeen belang en de toekomst van het land voor ogen. Hij werkte níét tot meerdere eer en glorie van zijn eigen persoon, maar voor de gemeenschap. Zo bekeken was hij dan weer wél een grote democraat.

“De kiezer heeft de kaarten zus of zo gelegd? Dan zullen we daar iets mee doen”, was zijn redenering. Daarbij heiligde het beoogde maatschappelijke doel alle mogelijke en onmogelijke middelen. In de uitvoering toonde hij ruggengraat en moed. Populisme was niet aan hem besteed. En wat leverde die ‘politieke loodgieterij’ voor België uiteindelijk allemaal op?

Overheidsfinanciën

Vanuit zijn ervaring op zes kabinetten, waar hij door het ACW werd binnengeloodst, kwam hij in 1981 in de regering(en) van Wilfried Martens als minister van Sociale Zaken. Binnen de opeenvolgende kabinetten heeft hij steeds de rol van waakhond voor de christelijke arbeidersbeweging vervuld. De sanering van de publieke financiën in de jaren 80 hadden Guy Verhofstadt en Wilfried Martens er nooit doorgekregen zonder de stilzwijgende steun van de progressieve Jean-Luc Dehaene.

Toen hij in 1992 zélf eerste minister werd, haalde hij een nog grotere krachttoer uit. Met het Globaal Plan en een flinke besparingsronde loodste hij – het zieke - België in de eurozone. Dat was en is voor de meeste waarnemers én hemzelf zijn allergrootste verdienste.

Staatshervorming

Jean-Luc Dehaene heeft lange tijd een duo gevormd met Wilfried Martens. Eerst als zijn kabinetschef, later als minister en vicepremier. Zonder iets te willen afdoen aan de verdienste van zijn ‘patron’, moet het duidelijk zijn dat Martens nooit had kunnen doen wat hij gedaan heeft zonder Dehaene.

Zijn secondant was de doener, de durver, de fikser, de compromissenmaker achter de schermen. Zo ook voor twee ingrijpende staatshervormingen. Toen de regering-Martens in 1987 viel over de zaak-Happart en Voeren, knutselde hij voor uittredend premier Martens een nieuwe regering in elkaar. Daar komen de beroemde woorden “Sire, geef me honderd dagen” vandaan.

In moeilijke, uiterst gespannen communautaire omstandigheden ontwierp hij een nieuwe, derde staatshervorming. Later, in 1993, toen hij ondertussen zélf premier was, toverde hij het Sint-Michielsakkoord uit zijn hoed.

Daarmee werd België definitief en grondwettelijk officieel een federale staat met rechtstreeks verkozen regionale parlementen. Dehaene wordt dan ook niet voor niets de architect van het nieuwe België genoemd.

Toen hij in 1999 een stap opzij zette na de Dutroux-affaire die hij niet echt goed aanpakte – maatschappelijke problemen lagen hem minder - en na de voor zijn partij desastreuze dioxineverkiezingen, stapte Jean-Luc Dehaene uit de nationale politiek. Toch probeerde hij op vraag van zijn partij nog een paar keer de communautaire meubelen te redden, zij het met minder succes. De voorbereiding van de regering-Leterme in 2007 en de splitsing van B-H-V in 2010 verliepen niet zoals hij had gehoopt. Daarmee eindigde ook definitief zijn nationale politieke loopbaan.

Europa

Jean-Luc Dehaene werd niet alleen in België erkend als een leidersfiguur en een goede, resultaatgerichte bestuurder. Ook, en niet in het minst, binnen Europa had hij die faam.

Zelf beschouwde hij dat werk als minstens evenwaardig aan zijn politieke verdiensten in België. Dat hij in 1994 op een counter van Groot-Brittannië liep en ei zo na het voorzitterschap van de Europese Commissie miste, belette hem niet zich verder in te zetten voor de Europese Unie. Zo was hij een van de bezielers van het Verdrag van Lissabon en ijverde hij met succes voor de status van Brussel als Europese hoofdstad.

door Paul Geudens

MEEST RECENT