Een ijzeren dame als minister-president?

Print
Het zat al langer in de pijplijn, maar een maand voor de verkiezingen krijgt het idee vaste vorm: Liesbeth Homans zou wel eens de eerste vrouwelijke minister-president van Vlaanderen kunnen worden. Homans zelf claimt niets, maar zegt dat ze haar verantwoordelijkheid niet zal ontlopen. Dat is politiek jargon voor: ik wil wel.

Uitgerekend deze week verschijnt er een boek waarin het beleid van Homans als OCMW-voorzitter en N-VA-schepen van Sociale Zaken in Antwerpen met de grond gelijk wordt gemaakt. De auteur, UA-professor emeritus in de sociologie Jan Vranken, voorspelt dat de stad een sociaal kerkhof wordt, noemt de N-VA een “essentieel asociale partij” en vergelijkt Homans met Iron Lady Margaret Thatcher. Dat liegt er niet om.

Die laatste vergelijking heeft weliswaar geleid tot de catchy boektitel Thatcher aan de Schelde, maar ze gaat wat ons betreft een stuk te ver. Volgens Vranken zaten ook Patrick Janssens en Monica De Coninck met hun voor-wat-hoort-wat-beleid al op een hardvochtig spoor, maar zij hadden tenminste nog nobele bedoelingen. Onder Bart De Wever en Liesbeth Homans zijn zelfs die niet meer te bespeuren, vindt de auteur. Hoe kan hij dat weten?

Jan Vranken is een absolute autoriteit op het vlak van armoede in België. Twintig jaar lang heeft hij daarover een jaarboek samengesteld dat wordt beschouwd als een standaardwerk. Hij heeft gelijk als hij stelt dat een beschaafde samenleving niet de armen straft, maar wel de armoede bestrijdt. We mogen niet te ver doorschieten in het populaire verhaal van rechten en plichten. Want zoals hij het zelf zegt: je kan wel - zoals de N-VA - blijven onderstrepen dat mensen hun kansen moeten grijpen, maar wat als er geen kansen zijn?

Volgens Liesbeth Homans is het boek van Jan Vranken een ideologisch pamflet dat nauw aansluit bij de standpunten van de PVDA. Ook dat is dan weer een brug te ver. Ons lijkt het veeleer een analyse van een academicus die vingers legt op een aantal zwakke plekken in de samenleving, maar die niet wakker hoeft te liggen van de torenhoge kosten die moeten worden gemaakt om de door hem geschetste problemen structureel op te lossen.

Wat Homans betreft: negatieve publiciteit is ook publiciteit, nietwaar. Bovendien lijkt een groot deel van de Vlamingen haar opvattingen te delen. Mogelijk helpt dit boek haar dus alleen maar verder op weg naar het Martelarenplein.

Door Lex Moolenaar

Nu in het nieuws